Zweden wilde zich vrijwaren van de zelfkant

In Scandinavische landen zijn vele jaren lang duizenden vrouwen gedwongen gesteriliseerd. Het is de doorgeschoten variant van de maakbare, sociaal-democratische samenleving.

ROTTERDAM, 26 AUG. In Scandinavië is hard gewerkt aan het paradijs. Rustig en vreedzaam leven de Scandinaviërs hun leven. Jaarlijks delen ze de meest prestigieuze vredesprijs ter wereld uit. Verder bemoeien ze zich alleen met de wereld om hun hoogstaande morele waarden, over ontwikkelingssamenwerking bijvoorbeeld, uit te dragen. En intussen bouwen ze gestaag aan de ideale welvaartsstaat.

Dit onbekommerde beeld begint haarscheurtjes te vertonen. In Denemarken maken rivaliserende motorbendes elkaar en de samenleving het leven zuur - er valt weinig tegen te ondernemen, want de liberale wetgeving sluit inperking van de vrijheid van de bendes uit. Noorwegen kent een extreem-rechtse populist die bij de komende verkiezingen wel eens een kwart van de stemmen zou kunnen halen, met hatelijke taal tegen buitenlanders, die het land overigens nauwelijks heeft.

In Zweden zorgde de moord op Olaf Palme in 1986, die zich er graag op voorstond onbewaakt een avondje naar de bioscoop te kunnen, voor een eerste verstoring van de droom. En het land blijkt bovendien, net als Zwitserland, in de oorlog veel minder neutraal te zijn geweest dan altijd werd gedacht.

Met het nieuws over gedwongen sterilisatie van “minderwaardige” elementen in de samenleving - dat niet echt nieuw is, ook in 1986 toonde een minister zich “geschokt” toen hij ervan hoorde - lijkt Scandinavië definitief terug in de boze buitenwereld. De verhalen gaan over zwakzinnigen die ongevraagd werden gesteriliseerd, over jonge vrouwen die alleen een opvangtehuis mochten verlaten als ze zich eerst hadden laten steriliseren, over ongehuwde moeders die dreigden hun uitkering te verliezen als ze zich niet onvruchtbaar lieten maken, of over meisjes aan de onderkant van de maatschappelijke ladder die tijdens een abortus meteen ook maar werden gesteriliseerd. De verhalen gaan nu vooral over Zweden. Maar dat is alleen omdat de Zweedse krant Dagens Nyheter ze heeft opgetekend. Ze hadden net zo goed in Noorwegen verteld kunnen worden, waar ook 40.000 van dit soort gevallen bestaan. Of in Denemarken, waar het aantal weliswaar veel lager ligt, maar waar men al in 1928, zeven jaar eerder dan in Zweden, van overheidswege met sterilisatieprogramma's begon.

Op zichzelf is de gedachte dat een samenleving gevrijwaard zou moeten en kunnen worden van 'de zelfkant' niet exclusief Scandinavisch. In de Amerikaanse staat Indiana bestond al in 1907 een wetgeving op dit gebied. Eugenetica werd gezien als een respectabele wetenschap, die zocht naar verbanden tussen erfelijkheid en maatschappelijk gedrag. Dat Zweden in 1921 een Instituut voor Raciale Biologie oprichtte vond niemand verbazingwekkend.

Schokkend is vooral dat dat instituut in de jaren vijftig nog steeds bestond. De wandaden van de nazi's hadden de uiterste consequenties van dit soort theorieën zichtbaar gemaakt, maar daarmee was in Zweden geen einde gekomen aan praktijken die daarmee verwant waren. Sterker nog, 1946 was het jaar waarin het aantal gedwongen sterilisaties een hoogtepunt bereikte. Pas dertig jaar later werd de betreffende wet aangepast.

De sterilisatiewetgeving mag dan geen exclusief Scandinavische zaak zijn geweest, het is niet helemaal toevallig dat de wet juist hier stelselmatig is toegepast. Vooral in Noorwegen en Zweden, waar de sociaal-democratie na de Tweede Wereldoorlog bijna steeds de sterkste politieke kracht is geweest, bestond een hardnekkig geloof in de maakbaarheid van de samenleving. Gedwongen sterilisatie is daarvan als het ware de doorgeschoten variant. Bovendien ontdekten de Zweden in de jaren vijftig dat het stelsel van sociale zekerheid wel eens onbetaalbaar zou kunnen worden als men de sociaal zwakkeren, die het grootste deel van de financiële reserve van de welzijnsstaat opslokten, onbelemmerd hun gang liet gaan.

De Zweedse minister van Sociale Zaken, Margot Wallström, verwees deze week naar opkomend neonazisme als een verklaring voor het tumult. Maar daarmee geeft ze het onderwerp een smoezeligheid die het voor de sociaal-democraten in het verleden zeker niet had. Dat erkent ze ook door eraan toe te voegen dat “de sociaal-democraten deel hebben aan een collectieve schuld”. Dat is nog steeds eufemistisch gezegd, maar wel veel dichter bij de waarheid. Vooral dat woord collectief. Dat zou ook kunnen verklaren waarom Zweden nauwelijks geschokt lijkt door de berichtgeving.