Wielerkampioenen geven Ronde van Nederland kleur

Vandaag begint de 37ste editie van de Ronde van Nederland met een sterk deelnemersveld. Hoe een bescheiden ronde met bescheiden middelen kon uitgroeien tot een volwaardig evenement.

ROTTERDAM, 26 AUG. De vooroordelen over de Ronde van Nederland zijn in wielerkringen genoegzaam bekend. Een secondenspel op vlakke en winderige wegen, met start en finish in de buurt van triest stemmende winkelcentra die de geur van HEMA-worsten en FEBO-frites ademen. De oranje leiderstrui is afgekeken van de gele trui in de Ronde van Frankrijk. De Cauberg is de Nederlandse versie van Alpe d'Huez.

Voorzitter Paul Nouwen van de Stichting Ronde van Nederland vecht sinds zijn aantreden in 1995 tegen deze vooroordelen. In het officiële circuit heeft hij succes geboekt, gezien de opwaardering van de internationale wielerfederatie (UCI). In de wandelgangen proeft Nouwen, topman van de ANWB, nog veel scepsis tegenover zijn paradepaardje. Hij weigert “als een reclamejongen” te praten, maar een beetje meer steun van de media zou volgens Nouwen zeker op z'n plaats zijn.

“Nederland is een fietsland bij uitstek. Maar Nederland heeft ook een minderwaardigheidscomplex. Als Erik Zabel in de Tour een sprint wint, zitten we op het puntje van onze stoel. Maar als hij vandaag in Alkmaar wint, zou het opeens niets meer voorstellen. In Duitsland, Engeland en België kijken ze jaloers naar onze vasthoudendheid. Daar is de nationale ronde een zachte dood gestorven. Wij hebben met vereende krachten een prachtig deelnemersveld kunnen regelen. Met de hele mondiale sprinttop en de nieuwe Tourwinnaar aan de start. Daar ben ik best een beetje trots op.”

De aanwezigheid van Tourwinnaar Jan Ullrich is mede het gevolg van de opwaardering door de UCI. De Ronde van Nederland is dit jaar voor het eerst ingedeeld in de categorie 2.1, dezelfde klasse als de Ronde van Zwitserland en de Dauphiné Libéré. De hogere status van de nationale omloop is volgens Nouwen te danken aan “de voortreffelijke organisatie, uitstekend lobbywerk en een paar fijne sponsors”. Renners als Ullrich en Zabel kunnen deze week meer punten en meer geld verdienen en zijn daardoor eerder bereid vijf dagen door weer, wind, polders en provinciesteden te fietsen. Nouwen: “Wij staan voor de veiligheid van de renners. Dacht je dat ze allemaal zo dol zijn op de Ronde van Italië met al die valpartijen? Dan maar liever een rechte aankomst met brede wegen in een buitenwijk.”

Kwaliteit is het sleutelwoord van de organisatie. Voor de objectieve waarnemer blijft het wonderlijk dat een ronde voor een veredelde sprinter dezelfde waarde krijgt toebedeeld als een ronde voor de ware klimmer. Op de internationale wielerkalender zijn er wel dertig meerdaagse wedstrijden te vinden die wat betreft moeilijkheidsgraad en historische waarde boven de Nederlandse ronde uitstijgen. De geschiedenis van de wedstrijd is een verhaal vol geestige anekdotes. Voor heroïek moeten we naar zuidelijke wielerstreken.

De eerste Ronde van Nederland werd gehouden in 1948, toen de ronde nog een ronde was. Start en finish vonden plaats in het Olympisch Stadion. In de tussenliggende acht wedstrijddagen werden alle provincies met een wielerbezoek vereerd. De eerste rel ontstond tijdens de etappe naar Enschede, toen een slaperige agent de kopgroep de verkeerde kant uit stuurde. Het enthousiasme langs de kant was groot.

In de jaren vijftig ontstond in Nederland een heuse wielerkoorts, dankzij de internationale successen van Wim van Est en Wout Wagtmans. Honderdduizenden mensen stonden langs de kant. Vrijwilligers die programmaboekjes moesten verkopen, sliepen na een aankomst in het Belgische Genk in de buurt van een mijnschacht tussen Italiaanse gastarbeiders. Het budget behelsde in die periode niet meer dan enkele tienduizenden guldens. Ter vergelijking: dit jaar is de begroting vastgesteld op 1,7 miljoen gulden.

In de jaren zestig ontstonden de eerste problemen met de infrastructuur. Een gebrekkige politiebegeleiding en de concurrentie van Olympia's Ronde leidden in 1965 tot een voorlopig einde van “het kind met het waterhoofd”, zoals een wielerverslaggever van de Volkskrant de ronde destijds bestempelde. Tien jaar lang bleef Nederland verstoken van zijn enige professionele rittenkoers.

In 1975 werd de terugkeer op de wielerkalender mede mogelijk gemaakt door een gouden generatie, met wereldkampioen Hennie Kuiper en Tourfavoriet Joop Zoetemelk als voornaamste exponenten. “Ongelooflijk wat die mannen teweeg hebben gebracht. En Jan Raas en Gerrie Knetemann deden er nog een schepje bovenop”, zegt Evert de Vries, die 23 jaar als secretaris van de Ronde van Nederland actief was en vorig jaar bij zijn afscheid werd gehuldigd als erelid.

De Vries: “Het was een schitterende tijd. Ik regelde de gekste dingen, van gratis dranghekken tot een stukje theater bij de finish. In Groesbeek wilde een hoteleigenaar geen Italiaanse renners toelaten. Een jaar daarvoor bleken een aantal Italianen de gordijnstof te hebben gebruikt als schoonmaakdoek voor de fietsketting. Toen moest ik noodgedwongen bij een ander hotel aankloppen.”

Oud-secretaris De Vries heeft de nodige moeite met zijn werkloze bestaan. Hij zal zich deze week zo min mogelijk laten zien in de Ronde van Nederland. “Anders komen de emoties om de hoek kijken.” Nouwen heeft de komende dagen, van Alkmaar tot Haarlem, van Hoogeveen tot Denekamp, van Venray tot Landgraaf, de touwtjes strak in handen. “Het wordt een prachtige wielerweek met tienduizenden Duitse supporters die in de ban zijn van Ullrich. Ik ben best een beetje trots dat we die kanjer hebben losgepeuterd. Zijn aanwezigheid doet deze parel van een ronde nog meer schitteren.”