Voor Ierse ex-premier dreigt rechter

LONDEN, 26 AUG. Een onderzoekstribunaal in Dublin bracht gisteren een vernietigend rapport uit over de Ierse ex-premier Charles Haughey dat tot zijn strafrechtelijke vervolging kan leiden.

Voor de 'Houdini van de Ierse politiek' is ontsnappen niet meer mogelijk. De man die bekend stond als 'de baas' en 'de jonker', wordt met de Amerikaanse boeienkoning vergeleken omdat hij tijdens zijn lange politieke carrière een reeks van schandalen heeft overleefd bij gebrek aan bewijs. Altijd bleef duister hoe hij tijdens zijn politieke carrière tot buitensporige welstand kon komen. Hij bezit ondermeer een landhuis, een eiland, racepaarden en Ierse kunst.

Volgens het rapport dat gisteren verscheen, heeft de 71-jarige oud-politicus tussen 1987 en 1991, in de laatste periode dat hij premier was, voor 1,3 miljoen Ierse pond (ca. 4 miljoen gulden) aan giften geaccepteerd van de prominente Ierse zakenman Benn Dunne. Tijdens het onderzoek heeft hij tot op het laatst onder ede verklaringen afgelegd die “onaanvaardbaar en onwaar” waren. De officier van justitie moet beslissen of Haughey voor de sabotage van het tribunaal vervolgd moet worden. Bij een veroordeling zou hem dat kunnen komen te staan op twee jaar celstraf. Zeker is dat de fiscus een gepeperde claim bij Haughey zal indienen wegens belastingontduiking. Ook dreigt de voormalige leider van Ierlands grootste partij, Fianna Fail, te moeten opdraaien voor de 200.000 pond die zijn verdediging tijdens het tribunaal heeft gekost.

De Ierse premier Bertie Ahern, die als leider van Fianna Fail in het voetspoor treedt van Haughey, heeft de instelling van een commissie aangekondigd die zich moet buigen over corruptiebestrijding.

Uit het onderzoek kwam naar voren dat de Ierse ondernemer Benn Dunne tot vier keer toe grote bedragen heeft overgemaakt naar een bankrekening op de Kaaimaneilanden, die op naam van Haughey stond. Dat gebeurde nadat de financieel adviseur van de premier om die geldelijke steun had gevraagd. Ook heeft Dunne de premier in “een spontane opwelling” nog eens persoonlijk drie bankcheques met een waarde van elk 70.000 pond in de hand gedrukt. Geconfronteerd met een overdaad aan bewijzen moest Haughey aan het eind van het onderzoek toegeven dat hij zijn verdedigers “verkeerd geïnformeerd” had, nadat hij eerst stelselmatig had ontkend. Uit onderzoek blijkt niet dat er politieke tegenprestaties zijn gevraagd of verleend.