Vloedgolf gebouwen over historische wijk in Dublin

Begin jaren tachtig was er een gigantisch busstation gepland in Temple Bar, een toen verloederde wijk in Dublin. Uiteindelijk is dit er niet gekomen en heeft de historische wijk zich ontwikkeld tot het Quartier Latin van de Ierse hoofdstad. “Het is een ratjetoe van stijlen, kleuren en maten.”

Temple Bar, The Power of an Idea (Uitg. Temple Bar Properties Limited). Informatie over de wijk is te krijgen in het kantoor van Temple Bar Properties aan de Eustace Street 18.

Temple Bar, een historische wijk in het hart van Dublin, dankt zijn bestaan aan de lokale busonderneming Córas Iompair Éireann (CIÉ). Die had al in 1966 zijn oog op het verloederde gebied laten vallen. Vijftien jaar later begon de CIÉ met de ontwikkeling van zijn grootscheepse plan voor een nieuw busstation door geleidelijk alle vrijkomende panden in Temple Bar op te kopen. Om in de tussentijd toch nog wat aan de krakkemikkige huizen te verdienen werden ze verhuurd, telkens voor een jaar.

Dat had het busbedrijf, achteraf gezien, beter niet kunnen doen. Want de huurvoorwaarden waren voor serieuze ondernemers weinig aantrekkelijk. Niemand begint graag een bedrijfje in een vervallen pand, met bovendien het voortdurende risico er na een jaar uitgegooid te worden. Dus trok Temple Bar een keur van kunstenaars, artiesten en kleine neringdoenden aan, die er restaurantjes, galeries, repetitie- en opnamestudio's en alternatieve winkeltjes begonnen.

Temple Bar kreeg zo een heel eigen karakter. Dat werd nog eens versterkt door het bijzondere uiterlijk van de wijk, die voornamelijk bestond uit laagbouw met een overvloed aan bonte gevels, smalle straatjes en achttiende-eeuwse, typisch Ierse architectuur. Het geplande busstation hing intussen als een zwaard van Damocles boven de hoofden van de bewoners. Maar juist die dreiging fungeerde als de specie die alle losse elementen in de wijk bij elkaar bracht.

In 1985 publiceerde An Taisce, de Ierse organisatie voor milieu en cultureel erfgoed, een rapport over de grote historische waarde van de wijk. Temple Bar zou, volgens An Taisce, kunnen uitgroeien tot het Quartier Latin van Dublin. Gealarmeerd door dit rapport probeerden ook de Ierse media voor het eerst door het verval van de wijk heen te kijken en oog te krijgen voor de schoonheid ervan. Zou het niet zonde zijn, vroegen ze zich af, om dit cultuurhistorische erfgoed tegen de vlakte te gooien ten gunste van een busstation?

Twee jochies trappen op het plein midden in Temple Bar verveeld tegen een bal. Een vale zon verdwijnt steeds weer achter zware wolken. Frank Convery, voorzitter van An Taisce, wijst op een anonieme kantoorkolos aan de rand van de wijk, die vanuit de hoek van het plein omhoog torent. “Dat is het kantoor van de Centrale Bank. Oorspronkelijk was het nog hoger, maar de projectontwikkelaar werd uiteindelijk gedwongen de twee verdiepingen af te breken die hij er op de bouwtekeningen bij had gesmokkeld”, vertelt Convery.

Ook zonder die twee verdiepingen vormt het gebouw een lelijk decor voor de vrolijke, geblokte gevels waarachter de winkels en horecagelegenheden van het plein schuilgaan. “Het plein is typerend voor het huidige karakter van de wijk”, aldus Convery. “Moderne architectuur met gladgestucte muren, glas en staal wordt afgewisseld door achttiende-eeuwse rood-bruine bakstenen gevels - een ratjetoe van stijlen, kleuren en maten.”

Het plein is nieuw, vertelt Convery. Het is in het stedebouwkundig ontwerp opgenomen om de wijk een ziel te geven. Als voorzitter van An Taisce is Convery vertrouwd met de recente ontwikkelingsgeschiedenis van het Temple Bar-project. Plannen voor herstel van de wijk kregen volgens Convery in 1987 steun van premier Charles Haughey. Het voortbestaan van Temple Bar was daarmee weliswaar veiliggesteld, maar sindsdien wordt de wijk door nieuwe, minder tastbare gevaren bedreigd.

“Ineens werd Temple Bar interessant voor het bedrijfsleven. Er wordt flink wat geld ingepompt”, aldus Convery. “Nieuwe organisatiestructuren zijn zich met de bouwplannen gaan bemoeien en de bewoners dreigen daardoor langzaam de greep op het gebied te verliezen.” Dat is te zien aan de manier waarop de forse financiële steun van de Europese Unie is gebruikt. Om die geldstroom te beheren werd een Business Community in het leven geroepen, die steeds meer verantwoordelijkheid naar zich heeft toegetrokken. In Brussel waren ze daar blij mee - ambtenaren hebben nu eenmaal liever een duidelijke, zakelijke gesprekspartner tegenover zich dan een ongeorganiseerde verzameling individuen.

Ook de manier waarop de Ierse overheid renovatie van historische panden heeft gestimuleerd door belastingvoordeel te geven aan eigenaren, heeft onbedoelde kwalijke gevolgen gehad. Volgens Convery zijn de eisen waaraan een zorgvuldige restauratie moet voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen onduidelijk geformuleerd. Als de gevel zo veel mogelijk in de oorspronkelijke staat werd teruggebracht, was men tevreden. Achter de gevels konden ondernemers ongebreideld hun gang gaan.

“Er wordt nog steeds veel geld in Temple Bar gestoken en dat trekt zakenlui aan”, zegt Convery. “De gevolgen daarvan zijn goed te zien aan de pubs. Een licensie voor een pub is in Ierland bijna niet te krijgen. Grote ondernemingen kunnen niet anders dan voor veel geld kleine pubs opkopen, wat dan ook regelmatig gebeurt. Ze bieden veel geld, omdat er in Temple Bar ook veel te verdienen valt. De nieuwe eigenaar maakt van de oude pub een commercieel bedrijf. Temple Bar kent daardoor een groot aantal 'thema-pubs', vreselijke gelegenheden die nog maar weinig met het oude uitgaansleven te maken hebben. Ze richten zich vooral op jeugdige toeristen.”

Dat Temple Bar, ondanks die bedreigingen, zijn intieme karakter niet heeft verloren, is waarschijnlijk te danken aan het zorgvuldige stedenbouwkundige plan dat aan het herstel ten grondslag ligt. Wie via de steegjes vanaf Temple Bar Place naar de Eustace Street loopt, komt bijvoorbeeld door de Curved Street, een licht gebogen straatje met aan de ene kant het Arthouse en daartegenover het Music Centre, waar muziekonderwijs wordt gegeven. Beide gebouwen zijn als exact passende puzzelstukjes zorgvuldig tussen de bestaande architectuur gelegd.

De Curved Street komt, aan de overkant van de Eustace Street, uit op een groot binnenplein, dat bereikbaar is via een kleine doorgang door een van de gerestaureerde oude huizen. Het binnenplein wordt gebruikt voor openluchtvoorstellingen. Aan de ene wand kan een groot venster worden omgetoverd tot een filmdoek. Achter de andere bevindt zich een podium dat wordt afgesloten door een reeks geknikte metalen lamellen die, als ze worden opengeschoven, fungeren als een luifel boven het podium en als een geluidsverstrooier.

De nieuwe architectuur in Temple Bar is net zo gevarieerd als de achttiende-eeuwse bouwwerken. Dat was ook het doel van het stedebouwkundige plan dat het gelegenheidsconsortium Group 91 voor de wijk ontwierp. Volgens Naill McCullough van Group 91, in een artikel in het boek Temple Bar, The Power of an Idea, werd de wijk altijd al getypeerd door twee min of meer tegenstrijdige elementen. Aan de ene kant is er de duidelijk gemarkeerde wijk, die al de sinds de Middeleeuwen bestaat, aan de andere kant is er een 'vloeiend' gebied dat door zijn steeds veranderende functie als het ware 'laag na laag' werd overspoeld met nieuwe gebouwen. Aan die vloedgolf lijkt voorlopig geen einde te komen, getuige de hijskranen en bouwketen, de openliggende straten en de huizen die voorlopig achter steigers verdwenen zijn. Het wonderlijke is dat alle nieuwbouw zich als het ware vanzelfsprekend heeft gericht naar de bestaande architectuur. Er is, zoals McCullough schrijft 'niets weggevaagd, er zijn alleen dingen toegevoegd'.