'The Chief' stopt na twee decennia NBA

ROTTERDAM, 26 AUG. Robert Parish, de 2.13 meter lange center van de Chicago Bulls, heeft een punt gezet achter zijn indrukwekkende basketbalcarrière. De speler die zaterdag 44 jaar wordt, won met de Boston Celtics driemaal het Amerikaans basketbalkampioenschap. Vorig jaar veroverde hij de NBA-titel met de Chicago Bulls. In 21 seizoenen speelde Parish een recordaantal van 1.611 wedstrijden in de NBA.

Parish kreeg van een ploeggenoot van de Boston Celtics ooit de bijnaam The Chief, omdat zijn gestalte gelijkenis vertoonde met het gelijknamige personage in de film One flew over a cuckoo's nest.

Parish maakte zijn besluit gisteravond op de sportzender ESPN bekend. De beslissing werd volgens zijn manager Jim McLaughlin in de hand gewerkt door het winnen van de NBA-titel in het afgelopen seizoen. “Robert was bang dat hij als gevolg van een blessure zou moeten stoppen”, aldus McLaughlin. “Hij is nu nog gezond en heeft daarom besloten het speelgedeelte van zijn carrière te beëindigen.” Parish overweegt basketbalcoach of basketbalcommentator te worden.

In de 1.611 wedstrijden die Parish in de NBA speelde, scoorde hij 23.334 punten (gemiddeld 14,5) en schreef hij 14.715 rebounds (9,1 gemiddeld) op zijn naam. In het seizoen 1995-1996 brak hij het record van Kareem Abdul-Jabbar (Los Angeles Lakers) die in de NBA 1.561 wedstrijden speelde.

De uit Louisiana afkomstige Parish, bekend om zijn slungelige loop, maakte in 1976 zijn debuut in de NBA bij de Golden State Warriors. Na vier seizoenen stapte hij over naar de Boston Celtics, waar de zwarte speler met nummer 00 furore maakte tussen blanke spelers als Larry Bird, nu coach van de Celtics. Hij was er niet de uitblinker, maar had wel de gave constant te presteren. Met Bird werd Parish vorig jaar gekozen in de top-50 van beste Amerikaanse basketballers aller tijden. In de veertien jaar dat Parish in Boston speelde, werd hij driemaal kampioen, in 1981, 1984 en 1986. Voordat hij vorig seizoen naar de Bulls vertrok, speelde hij twee jaar bij de Charlotte Hornets.