Popgroep Claw Boys Claw gaat op tournee per boot; 'We zijn op zoek naar de de lyriek'

Tom Jones is goed en Nick Cave niks aan, vindt Peter te Bos van de Nederlandse popgroep Claw Boys Claw. Onlangs verscheen een nieuwe cd van de groep die opvallend mild klinkt. “Dat rommelige kunnen we ons niet meer veroorloven”, zegt zanger Peter te Bos.

Claw Boys Claw: Will-O-The-Wisp (EMI 7243 859950). Starship-tournee met Scram C Baby en DJ Disc-O-Very: 27-28 en 29 en aug. in Amsterdam, 30-31/8 Utrecht, 2/9 Leiden, 3/9 Delft, 4-5/9 Rotterdam, 10/9 Den Bosch, 11-12/9 Nijmegen, tournee t/m 21/9 (Groningen).

Plaatopnamen in Praag, een tournee per schip en een single '(Why Don't You Grow') die verrassend mild klinkt voor Neerlands ruigste garageband. Is Claw Boys Claw een soft popgroepje geworden? Nee, zegt zanger Peter te Bos, hooguit wat lyrischer en wat líever. Na het voorlaatste album Nipple (1994) was de rek er een beetje uit. Het Hollandse live-circuit had de groep uit Amsterdam ettelijke malen doorkruist, het buitenlandse succes bleef uit en Te Bos (46) heeft een bloeiende nevencarrière als de rock'n'roller onder de grafische vormgevers (hij ontwierp onder meer het Lowlands-affiche). Pas toen het idee werd geopperd om een volgende plaat voor de verandering eens in Tsjechië op te nemen, was er animo om op muzikaal gebied iets nieuws te ondernemen.

“Het opnemen van een plaat hoort een avontuur te zijn,” vindt Te Bos. “Daarom gingen we op zoek naar een stimulerende omgeving. Eerst dachten we aan een kasteel in de buurt van Praag, maar dat viel niet mee omdat de meesten in een erbarmelijke staat van onderhoud verkeren. Door een gelukkig toeval vonden we een opnamestudio in het hart van de stad, die gewoonlijk door orkesten gebruikt wordt om er filmmuziek te spelen. Een enorme ruimte, waar Angelo Badalamenti de muziek van Twin Peaks en Lost Highway had opgenomen. Er was nog nooit een popgroep geweest, dus je had er geen last van de gebruikelijk studiorelikwieën, zoals gouden platen aan de muur of de wetenschap dat De Dijk er ook al eens gezeten had. Zo'n plek met een eigen geschiedenis roept een bepaalde emotie op en dat heeft zijn weerslag op de muziek.”

Na drie winterse weken in Praag waren de basisopnamen af, maar ontbrak er toch nog het een en ander aan het nieuwe geluid dat Claw Boys Claw nastreefde. “Uit respect voor onze omgeving hadden we misschien iets te voorzichtig gespeeld. In Amsterdam hebben we dat nog wat uitgediept. Bovendien presteerde producer Henk Jonkers het om per ongeluk een deel van de tape te wissen, zodat het nummer Why Don't You Grow helemaal over moest. Dat speelden we toen maar live in de grote zaal van Paradiso. Zonder publiek, dus dat was heel wat anders dan die wilde concerten die we er gegeven hebben. Directeur Pierre Ballings dacht dat er iets mis was, toen hij ons in zíjn poptempel zo ingetogen hoorde spelen. Maar als hij nu met zijn vriendin en een bakje pinda's op de bank naar onze cd luistert, moet hij toegeven dat het best mooi is geworden!”

Inderdaad is de cd Will-O-The-Wisp - niet te verwarren met de gelijknamige elpee van Leon Russell uit 1975 - een hoogtepunt in het oeuvre van de groep die dertien jaar geleden debuteerde met het in één middag opgenomen Shocking Shades Of Claw Boys Claw. “Dat rommelige van toen kunnen we ons niet meer veroorloven,” vindt Te Bos. “Soms is het effectief om bot te klinken, maar dit keer wilden we ook op zoek gaan naar de lyrische kant van onze muziek.”

Wat sfeer betreft herinnert Will-O-The-Wisp afwisselend aan de Berlijnse periode van Iggy Pop op de elpees The Idiot en Lust For Life, en aan de galmende sixties- beatmuziek van Nederpopgroepen als Q 65 en The Outsiders. “Ik heb nooit zo goed begrepen waarom onze muziek altijd in verband werd gebracht met de garagerock van The Cramps en The Birthday Party,” zegt Te Bos. “Ik kende die groepen nauwelijks. Mijn muzikale wortels liggen veel dichter bij de Amsterdamse groep Brainbox. Die heb ik vroeger zien optreden en voor mij behoort hun muziek nog altijd tot de beste die ik ken.”

In het verleden kon Peter te Bos fans en popjournalisten tot wanhoop drijven, als hij weer eens hoog opgaf over het zangtalent van Tom Jones en zei Nick Cave maar niks te vinden. Intussen is Claw Boys Claw als opzwepende live-band een instituut in Nederland, maar heeft in het buitenland nooit erkenning gekregen. De titel van de nieuwe cd is daarom toepasselijk, vertelt Te Bos: “Will-O-The-Wisp is Engels voor een dwaallicht, een lief klein blauw lichtje dat flakkert boven het moeras. Maar het is ook de naam van een lucifermerk waarmee een Italiaans bedrijf ooit heeft geprobeerd om de Engelse markt te veroveren. Dat tekent hoe wij langzamerhand zijn gaan aankijken tegen succes in het buitenland. Het is mooi als het vanzelf komt, maar wij proberen niet meer krampachtig om onze lucifers te verkopen aan een land waar ze zelf ook al lucifers produceren. We weten van onszelf dat we een echte band zijn, met vier mensen die allemaal hun steentje bijdragen om de muziek spannend te maken. Dat is beter dan Oasis, want daar is het één man die het voor het zeggen heeft.”

Het initiatief voor de komende tournee per boot, waarbij telkens maar 175 mensen worden toegelaten op het aangemeerde Starship, lag bij de groep Scram C Baby. Peter te Bos weet nog niet welke surprise-acts er zullen optreden. Hij laat zich er graag door verrassen. “Bij Scram C Baby zie ik een enorm enthousiasme voor hun eigen muziek. Ik weet uit ervaring dat je dat als band niet altijd kunt opbrengen, maar bij ons is het ook weer helemaal terug. Zonder het heilige vuur zou ik er niet mee door willen gaan.”