Opknapbeurt voor Benguela spoorlijn

LOBITO, 26 AUG. Volgende maand begint het herstel van de vermaarde Benguela spoorlijn in Angola. Die is in de jaren twintig gebouwd door de Portugese koloniale overheid en onbruikbaar geworden door beschietingen tijdens de burgeroorlog tussen de voormalige oppositiebeweging UNITA en aanhangers van de Angolese regering.

De spoorlijn is 1.350 kilometer lang en verbindt de havenstad Lobito aan de Atlantische kust met de plaats Luau aan de grens met de Democratische Republiek Congo van de nieuwe president Kabila.

“We kunnen bijna beginnen, we denken aan begin september”, zegt Raymondi Fossati, de manager in Lobito van het Italiaanse bedrijf Tor di Valle dat de opdracht heeft gekregen. Fossati is optimistisch, ondanks de in Angola toegenomen spanningen die het precaire vredesproces dat begon met de overeenkomst die UNITA en de regering in 1994 tekenden, weer in gevaar brengen.

Fossati's optimisme wordt gedeeld door directeur Lukoki Sebastiao van de Benguela Railway Company: “Dit project is van vitale betekenis voor voor de ontwikkeling van Angola, maar ook voor de hele regio Centraal-Afrika”, aldus Sebastiao. Hij meent dat het herstelplan voor de spoorweg kan worden uitgevoerd, ondanks de toegenomen spanningen in Angola. “Zeker, er zijn problemen in Angola, maar ik denk dat het niet altijd de beste oplossing is om af te wachten. Deze investering kan juist een factor zijn in de versteviging van de vrede.”

Tijdens de Portugese koloniale periode werd de Benguela spoorlijn niet alleen gebruikt voor transport van goederen uit Angola naar de kust, maar ook voor de doorvoer van koper en kobalt uit de grote mijnen in het zuiden van het voormalige Zaïre, nu de Democratische Republiek Congo. De directie van de Benguela spoorlijn verwacht dat die mijnen spoedig weer worden geopend voor exploitatie na de recente politieke omwenteling in het land waarbij president Mobutu werd verjaagd.

Volgens directeur Fossati van Tor di Valle gaat het project in totaal 14 jaar vergen, maar na drie jaar kunnen de eerste treinen al rijden. Alle spoorrails moeten worden vergangen, evenals alle 1,5 miljoen dwarsliggers die ze dragen. Er worden twintig bruggen, 22 stations voor passagiers en drie stations voor vrachtvervoer vernieuwd en ook alle telefoon- en seinsystemen worden hersteld.

Tussen Lobito en de 40 kilometer zuidelijker gelegen zusterstad Benguela is de spoorlijn nog redelijk intact. Op dit traject worden nog altijd dagelijks 20.000 passagiers vervoerd. Een tweede deel van 150 kilometer lengte slingert zich tussen de heuvels van Angola door naar een brug die door de voormalige rebellengroepering UNITA werd gebombardeerd.

Hoe zwaar de spoorlijn werd beschadigd springt op tal van plaatsen in het oog. Bij Lobito ligt een kilometerslange berg van roestend oud materiaal langs de rails, een treinenkerkhof vol met overblijfselen van stoom- en diesellocomotieven die door landmijnen en gewapende overvallen werden getroffen.

Tor di Valle won het contract in een internationale concurrentiestrijd door een ruilovereenkomst met de Angolese overheid te accepteren. In ruil voor herstel en modernisering van de spoorlijn krijgt het Italiaanse bedrijf het recht op exploitatie van een serie eucalyptus-plantages met een totale oppervlakte van 37.000 hectare. Deze bomen zijn meer dan 100 jaar geleden geplant door de Portugezen, destijds bedoeld als brandhout voor de stoomlocs van de Benguela spoorlijn. Volgens Tor di Valle zijn de plantages goed voor een inkomstenbron van 500 miljoen dollar (meer dan 1 miljard gulden), voldoende om het herstelproject te bekostigen en een “gezonde” winst waarvan de omvang niet wordt onthuld.

Intussen zijn de stoomlocs vervangen door moderne diesels van General Electric die ongeveer 2 miljoen dollar per stuk kosten. Tor di Valle voorziet nog wel problemen, zoals het vinden van voldoende geschikte arbeidskrachten en logistieke beperkingen. Maar de grootste onzekerheid is die van de politieke toekomst van Angola. “Dit land kan elk moment weer in een burgeroorlog verzeild raken, en dat is niet goed voor de business”, zegt een industrieel analist die niet met name genoemd wil worden. (Reuter)