Ontvoering Jemenitische kinderen schokt Israel

De hereniging van Margalit Amosi en haar dochter Tsila Levine vormt het definitieve bewijs dat de officiële Israelische instanties voor adoptie in de jaren vijftig honderden kinderen van Jemenitische immigranten uit kindertehuizen hebben ontvoerd.

TEL AVIV, 26 AUG. Het politieke nieuws in Israel wordt sinds gisteren overstemd door de hereniging van een Jemenitische joodse moeder en haar 49 jaar geleden uit een ziekenhuis gestolen dochter. Een DNA-test en onderzoek van het speeksel van de moeder, haar kinderen en de 'verdwenen' dochter leverden het overtuigende bewijs dat Margalit Amosi haar dochter Tsila Levine heeft hervonden. Voor de televisiecamera's vielen moeder en dochter elkaar huilend in de armen.

De ontknoping van dit drama is het eerste harde bewijs dat in de jaren vijftig honderden, zo niet duizenden kinderen van Jemenitische immigranten door de officiële Israelische instanties voor adoptie uit ziekenhuizen en kindertehuizen werden ontvoerd. De joden uit Jemen werden door de heersende Askhenazische elite (van Oost-Europese afkomst) in Israel als achterlijke mensen beschouwd van wie best kinderen konden worden afgenomen voor bijvoorbeeld Askhenazische ouders die hun kinderen in de Holocaust hadden verloren.

Zo 'verloor' Margalit Amosi haar dochter kort na aankomst uit Jemen. De dag nadat ze haar gezonde baby had gevoed, werd haar in het kindertehuis gezegd dat deze was overleden. Een overlijdenscertificaat heeft Margalit nooit gekregen en ook is haar nooit verteld waar de baby werd begraven. Margalit en haar echtgenoot hebben nooit geloofd dat hun gezonde kindje dood was. “Ik heb altijd naar haar gezocht. Iedere dag was ze in mijn hart en iedere vrijdagavond stak ik een kaarsje ter herinnering aan haar aan”.

De speurtocht van Tsila Levine naar haar wortels in Israel heeft gisteren tot de gelukkige ontknoping geleid. Toen acht dagen geleden foto's van deze nu in de VS wonende 'verdwenen' dochter in de Israelische pers verschenen herkende Margalit onmiddellijk haar kind aan de hand van een foto van de baby. Door de advocaat die voor Tsila naar de ouders zocht, werd besloten dat Margalit en Tsila elkaar moesten ontmoeten voordat absoluut zeker was dat het om moeder en kind ging.

In januari 1995 stelde de regering-Rabin een commissie van onderzoek in naar de verdwenen Jemenitische kinderen. Deze heeft haar onderzoek nog niet afgesloten. Tegen de zevenhonderd ouders hebben aangifte gedaan van de verdwijning van hun kinderen kort na aankomst in Israel. Waarschijnlijk gaat het om veel meer ontvoerde kinderen omdat de ouders inmiddels zijn overleden en het verdriet om hun verloren kinderen in het graf hebben meegenomen. In alle gevallen kregen de ouders van instanties, doktoren en ziekenhuizen te horen dat hun kinderen waren overleden en begraven.

Vorige week hebben enkele Jemenitische ouders de stenen van de graven van hun kinderen opgelicht en naar de stoffelijke resten gezocht. Drie van de vier graven bleken leeg te zijn. Volgens Israelische deskundigen vormen deze bevindingen geen wetenschappelijk bewijs voor de kinderroof. Desalniettemin heeft de hereniging van Margalit en Tsila en de jammerklachten van de nog levende Jemenitische ouders over hun verdwenen kinderen een sterk emotioneel effect op de Israelische politiek. Door parlementariërs van Jemenitische oorsprong wordt de instelling van een derde commissie van onderzoek geëist om de 'samenzwering der stilte' rond de kinderroof te doorbreken.

Het uiterst geheime adoptiedossier van het ministerie van Binnenlandse Zaken zou nu snel moeten worden geopend om klaarheid te brengen in drieduizend adoptiegevallen. Ook wordt van de staat Israel geëist dat deze een uitgebreid landelijk genetisch onderzoek financiert om de oorsprong van geadopteerde kinderen vast te stellen.

Een sterk religieus gemotiveerde groep Jemenitische joden onder leiding van Uzi Meshoelam voert sedert enkele jaren een met geweld gepaard gaande campagne tegen de staat Israel over de roof van de Jemenitische kinderen. Uzi Meshoelam zit wegens de dood van een politieagent tijdens de omsingeling van een huis nabij Tel Aviv, waar Meshoelam zich met zijn aanhangers had verschanst, een gevangenisstraf van enkele jaren uit. Twee weken geleden werd door aanhangers van Meshoelam een deel van de rechtbank in Petacht Tikwa opgeblazen.

Rechters worden door zijn groep bedreigd. Het ministerie van Justitie overweegt nu deze strijders voor de waarheid rond de kinderroof als een terroristische groepering buiten de wet te stellen. De haat van deze groep tegen de zionistische staat Israel is zo groot dat het Israelische volkslied wordt gezongen met de woorden: 'het land waarin op onze kinderen wordt geschoten'.

Tijdens een populair radioprogramma kwam vannacht een moeder uit Marokko aan het woord die vertelde dat haar gezonde baby in 1956 spoorloos uit het ziekenhuis in Israel verdween. Een man zei zijn broer te zoeken. “Het waren duistere tijden”, zei onlangs minister Katsav, verwijzend naar het bewind van de toenmalige socialistische partij waaronder de misdaden vanuit een cultureel superioriteitsgevoel tegen de immigranten uit Jemen en andere primitief geachte Arabische landen werden begaan.

    • Salomon Bouman