Montserrat verdwijnt mogelijk

Deskundigen maken zich steeds meer zorgen over een mogelijk fatale afloop van de vulkaanerupties op Montserrat. In het ergste geval verdwijnt het eiland in zee

ROTTERDAM, 26 AUG. Nog altijd regent het as op het Caraïbische eiland Montserrat en rollen de gloedwolken met schroeiend geweld langs de hellingen van de Souffrière Heuvels. Sinds de vulkaan na een slaap van eeuwen op 18 juli 1995 met luid gerommel ontwaakte, zijn circa 20 eilandbewoners door het natuurgeweld om het leven gekomen, een aantal wordt nog vermist.

Inmiddels ligt het grootste deel van Montserrat, inclusief de hoofdstad Plymouth, bedolven onder een dikke laag as. Terwijl de resterende bewoners zich hebben samengepakt aan noordkant van het eiland en hun vertrek alsmaar uitstellen, is het gevaar van een allesverwoestende uitbarsting nog steeds niet geweken.

“Het ergste scenario is dat het eiland onder de zeebodem verdwijnt”, zegt dr. M.J. van Bergen, aan de Rijksuniversiteit Utrecht gespecialiseerd in het gedrag van vulkanen. “In 1883 had je met de uitbarsting van de Krakatau in Indonesië iets vergelijkbaars. Dat eiland was ongeveer evengroot als Montserrat en na de verwoestende klap, waarbij vele kubieke kilometers zijn weggeslingerd, was er nog maar eenderde van over.”

Montserrat maakt deel uit van de Caraïbische boog van vulkaaneilanden die begint met Saba en naar het zuiden doorloopt tot Carriacou. Het vulkanisme vindt zijn oorsprong in de beweging van de aardschollen in dat gebied. Van Bergen: “Vanuit de Atlantische Oceaan beweegt de Zuid-Amerikaanse plaat naar het westen en schuift daarbij onder de Caraïbische plaat. Op de rand raakt gesteente vloeibaar en ontstaat op 100 à 150 kilometer magma. Dat baant zich een weg naar boven. Zo groeit op de ocenaanbodem een serie bulten en als die tot boven de zeespiegel reiken, heb je een eilandenboog.”

Bij de uitbarsting op Montserrat gaat het om aswolken en hete gassen, niet om traag stromende lava zoals bij de Etna in Italië. “De Souffrière is een explosieve vulkaan”, zegt Van Bergen. “In het diepe magma zitten onder hoge druk gassen opgelost als waterdamp, zwaveldioxide, kooldioxide, enzovoort. Meer aan de oppervlakte krijg je decompressie en komen die gassen uit de vloeibare steenmassa vrij. Ze gaan een eigen leven leiden, expanderen en het resultaat is dat onder de taaie lavaprop die de kraterpijp afsluit een enorme druk ontstaat, zich ontladend in een explosie.”

Bij die explosie ontsnapt een mengsel van as en gas. Van Bergen: “Er zijn dan twee mogelijkheden. De as kan kilometers hoog de atmosfeer worden ingeschoten, waarna die eruptiekolom instort. Plymouth is zo al enkele keren een half uur verduisterd geweest. In het andere geval rolt een mengsel van as en gas de vulkaanhelling af, een verzengend hete gloedwolk die snelheden van honderden kilometers per uur kan bereiken en na het passeren van een dal ook tegen bergen kan opklimmen. Het is zo'n gloedwolk die in 1902 op het buureiland Martinique van de vulkaan Mont Pelée kwam zetten, de stad St Pierre verraste en 26.000 doden eiste.”

Direct na de eerste levenstekenen van de Souffrière in 1995 zijn Amerikaanse en Franse vulkanologen op Montserrat neergestreken om te helpen de vulkaan in de gaten te houden. Van Bergen: “Op de hellingen zijn seismometers neergezet die aardschokken met grote precisie registreren. Tiltmeters, laserbundels die tussen 'vaste' punten heen en weer kaatsen, nemen zwellingen in een lavaprop waar tot op minder dan een centimeter nauwkeurig. Ook GSM-satellietnavigatie wordt gebruikt en als het zicht redelijk is kijken helicopters waar zwakke plekken ontstaan. Door de geografische ligging van de berghellingen loopt het noorden van het eiland minder risico.”

Alhoewel ook de Krakatau zijn vulkanisme dankt aan botsende oceaanschollen - het enorme dodental van 36.000 kwam overigens door de vloedgolf in de Javazee waarmee de uitbarsting gepaard ging - is het verschil met Montserrat dat deze vulkaanexplosie een korte aanlooptijd had. Van Bergen: “In Montserrat rommelt het nu al twee jaar. Toch maak ik me ongerust dat het uitstromen van het materiaal op een gegeven ogenblik zo makkelijk gaat dat het opwellende magma een soort vrije doorgang krijgt. Door het geweld van de expanderende gassen kan er dan in één klap een heleboel tegelijk naar buiten komen. Ik heb begrepen dat de frequentie van de erupties toeneemt. Dat stemt weinig gerust.”