'Lidmaatschap EU niet langer obsessie Turkije'; Gesprek met de Turkse minister van Staat Sükrü Gürel

Turkije is niet meer “geobsedeerd” door het lidmaatschap van de Europese Unie, aldus minister van Staat Sükrü Gürel. “Maar daarmee is niet gezegd dat we afzien van het recht om lid te worden van de EU.”

ANKARA, 26 AUG. “De wereld is rond en begint noch eindigt bij Europa.” Deze recente uitspraak van de vice-premier van Turkije, Bülent Ecevit, weerspiegelt in een notedop de nieuwe buitenlandse politiek van de seculiere regering van Mesut Yilmaz, die in juli het roer overnam van de moslim-fundamentalistische Welvaartspartij en de conservatieve Partij van het Juiste Pad (DYP). “Het lidmaatschap van Turkije van de Europese Unie (EU) is een doel, niet langer een obsessie”, licht staatsminister Sükrü Gürel, belast met Europese zaken en de Cypruskwestie, toe.

De nieuwe minderheidsregering van conservatieven, liberalen en sociaal-democraten neemt daarmee afstand van Tansu Çiller die sinds 1993, eerst als regeringsleider en het afgelopen jaar als vice-premier, het volledige lidmaatschap van Turkije van de EU tot het speerpunt van haar buitenlandse beleid maakte. “Daarmee is niet gezegd”, aldus Gürel, “dat we afzien van het recht om lid te worden van de EU. Een recht dat we ontlenen aan het uit 1964 stammende (associatie)verdrag van Ankara. En dat we ons niet langer inspannen om de Turkse relaties met de EU verder uit te bouwen dan het bestaande associatieverdrag en de douane-unie, die op 1 januari van het vorig jaar is ingegaan. Maar niet tegen elke prijs.”

De teleurstelling in Ankara is nog steeds groot dat de Europese Commissie in de onlangs uitgebrachte 'Agenda 2000' (waarin zij haar visie geeft op de toekomst van de Unie) niet Turkije maar wel Cyprus aanbeveelt als een van de landen waarmee binnenkort de onderhandelingen over toetreding moeten beginnen. Bovendien wordt het als onrechtvaardig ervaren dat Brussel zich niet houdt aan de afspraken die er bij het afsluiten van de douane-unie zijn gemaakt. Het betreft de noodzaak van een politieke consultatie met Turkije en het verstrekken van compensatiegelden voor de verliezen als gevolg van de douane-unie.

Gürel benadrukt dat zijn regering geen moeite heeft met de objectieve criteria die de EU aan Turkije stelt voor het volledige lidmaatschap, zoals bijvoorbeeld de noodzaak om de mensenrechten na te leven. “Het Turkse volk verdient het om in een democratie te leven waarin de mensenrechten worden gewaarborgd, ongeacht onze relaties met de EU.” De weerstand schuilt juist in wat in Ankara de niet-objectieve criteria worden genoemd, zoals de animositeit tussen de buurlanden Turkije en Griekenland en de kwestie van het verdeelde eiland Cyprus, de twee belangrijkste hinderpalen voor de integratie van Turkije in Europa. “Het is nieuw”, aldus de bewindsman, “dat deze regering dat eindelijk hardop durft te zeggen.”

Het lijkt erop dat Turkije, in het licht van de teleurstellende signalen die uit Brussel komen, de banden met de VS nu verder aanhaalt. Er wordt zelfs gesproken over een vrijhandelsakkoord tussen Washington en Ankara. Hoe moeten we die ontwikkeling zien?

“De VS is voor Turkije een belangrijke partner vooral wat betreft de regionale veiligheid. De laatste tijd wordt het ook een steeds belangrijker handelspartner. Bovendien voelen we ons verwant met de manier waarop de VS naar onze regio kijken. Het regionale en het internationale beleid van de VS is realistischer dan dat van Europa.”

Houdt u er rekening mee dat op de top in Luxemburg in december de Europese Unie zal besluiten om het advies van de Commissie over te nemen, waardoor Turkije buiten de toekomstige uitbreiding van de EU blijft?

“Europa staat op het punt om over de eigen toekomst te beslissen en Turkije's plaats daarin is van cruciaal belang. Het is evenwel aan 'Brussel' om te bepalen hoe de toekomstige identiteit van Europa er uit gaat zien. De boodschap die wij nu proberen af te geven, is dat Turkije niet met minder genoegen zal nemen dan met een voorlopig erkenning tot toetreding, een zogeheten pre-admission strategy. We willen niet langer worden gezien als een land dat vraagt om toetreding, maar als een land dat kandidaat staat voor het lidmaatschap. De formule: de douane-unie plus het aanhalen van de relaties tussen Ankara en Brussel, zoals die in 'Agenda 2000' wordt voorgesteld, is voor ons niet aanvaardbaar. Turkije kan zich uitstekend meten met de andere landen waarmee de gesprekken tot toetreding binnenkort beginnen.”

De onderhandelingen tussen de twee gemeenschappen op Cyprus in VN-verband, zowel die vorige maand in de VS als die deze maand in Zwitserland, zijn onder druk van het perspectief voor Cyprus tot toetreding tot de EU mislukt. Turkije dreigt dat er zelfs niet meer zal worden onderhandeld als Brussel niet terugkomt op haar besluit. Hoe gaat het nu verder met de besprekingen voor een federatief Cyprus?

“Het beste kader waarbinnen die onderhandelingen kunnen worden gevoerd, is de VN. Als gevolg van de Europese opstelling met betrekking tot het eiland, raakten de gesprekken in VN-verband de afgelopen drie jaar volledig in het slop. Voor de Grieks-Cyprioten bestaat er geen enkele noodzaak meer om te onderhandelen omdat men er immers van verzekerd is dat Cyprus, met of zonder oplossing, tot de EU gaat behoren. Een politieke unie waarvan ook Griekenland lid is. De Turks-Cyprioten worden op die manier in een hoek gedreven, met als gevolg dat ze hun identiteit verliezen. Bovendien is het wettelijk onmogelijk dat Cyprus tot de EU gaat behoren zolang Turkije nog geen lid is van deze organisatie.”

Maar het feit dat Cyprus lid kan worden van de EU, is toch niet nieuw? Het is een uitvloeisel van de douane-unie tussen Turkije en Brussel. De EU was wel genoodzaakt om deze toezegging aan Griekenland te doen om het lidstaat anders gebruik zou maken van zijn veto en de douane-unie zou torpederen.

“Mijn partij, de Democratisch Linkse Partij (DSP), heeft zich hier altijd sterk tegen verzet. Wij zaten in de oppositie toen 'Brussel' uiteindelijk het groene licht gaf voor de douane-unie. Ons belangrijkste argument was dat de toenmalige premier, Tansu Çiller, in het buitenland oneigenlijk de indruk wekte dat Turkije akkoord ging met het perspectief tot toetreding voor Cyprus. De Turkse belangen zijn toen ondergeschikt gemaakt aan de dringende wens van Çiller en haar politieke medestanders om de economisch integratie met Europa gestalte te geven. Maar dat impliceert niet dat Turkije afstand heeft gedaan van het recht om zich tegen de toetreding van Cyprus tot de EU te verzetten. Anderzijds is het onacceptabel voor ons dat vertegenwoordigers van EU-lidstaten verklaren dat ze onder druk van Griekenland de beloften aan Turkije voor financie¨le hulp niet kunnen nakomen.”

Als tegenmaatregel hebben Noord-Cyprus, dat slechts door Ankara is erkend, en Turkije inmiddels een associatieverdrag afgesloten. Wat houdt dat in?

“Wat Turkije en Noord-Cyprus zijn overeengekomen is dat Ankara de politieke, militaire, economische en sociale ondersteuning biedt om de zelfstandigheid van de Noord-Cyprioten te garanderen. Formeel bestonden die banden al, maar we hebben die nu geformaliseerd. De achterliggen boodschap is dat we niet zullen schromen om de relaties verder aan te halen.”

In sommige kringen in Europa bestaat de hoop dat de toetredingsgesprekken met Cyprus ook als een hefboom kunnen dienen om de Cyprus-problematiek tot een oplossing te brengen?

“De praktijk heeft uitgewezen dat dat een foute gedachtengang is. Onze hoop is dat de EU op haar schreden terugkeert voordat het te laat is.”