Langzaam is Renes het best

Concert: Nieuw Sinfonietta Amsterdam o.l.v. Lawrence Renes. Gehoord: 25/8 Concertgebouw Amsterdam.

Het Mozart-Zomerconcert van Nieuw Sinfonietta Amsterdam, gisteravond in het Amsterdamse Concertgebouw, blikte deels vooruit naar de uitvoeringen door de Nationale Reisopera van Le nozze di Figaro, die het kamerorkest vanaf zaterdag begeleidt onder leiding van Lawrence Renes. De eerste, nog niet uitverkochte, Figaro-voorstellingen vinden plaats in de Amsterdamse Stadsschouwburg en ook op de Amsterdamse Uitmarkt zullen orkest en solisten vrijdagavond om 23 uur op de Nieuwmarkt Figaro-muziek ten gehore brengen.

Lawrence Renes, die deze Figaro eerder begeleidde met het Gelders Orkest, kwam nu in de concertzaal met Nieuw Sinfonietta Amsterdam tot nogal wisselende resultaten. De ouverture werd beheerst door Renes' eindeloze reeks pulsen, die structuur en opbouw verstoorden en waartussen te weinig muziek klonk.

De Susanna-aria Deh vieni non tardar werd door de fragiele Ilana Davidson wel erg pril gezongen, maar de begeleiding was met de prominente fluit en hobo karaktervol. De rijzige Miranda van Kralingen zong haar gravinne-aria Dove sono met fraaie pianissimo-passages heel wat geraffineerder, volwassener, wereldwijzer en bedroefder. In het duet Che soave zefiretto moest Van Kralingen zich inhouden om Davidson niet zingend weg te blazen.

Tussendoor was concertmeester Candida Thompson nog de soliste in het Rondo in Bes voor viool en orkest - wel héél erg licht en petieterig gebracht. Na de pauze rekende Renes in de Symfonie nr 41 'Jupiter' krachtig af met die priegelige sfeer. In het Allegro vivace waren daar weer die pulsen, die bij Harnoncourt interessanter klinken, maar zelfs bij hem steeds vaker hinderlijk worden.

In de twee langzame middendelen toonde Renes zich eindelijk een dirigent van belang. Zijn al te veel de maat slaande, hoekige gebaar maakte plaats voor veelal opwaartse, vloeiender en genereuzer bewegingen, die leidden tot een meer gearticuleerde expressie. Het Andante cantabile kreeg een persoonlijk profiel met deels donkere, dramatische contouren, die, subtiel en verfijnd gespeeld, resulteerden in een wisseling van ongrijpbare surrealistische stemmingen. Het Menuetto klonk met een dansante, voorname zwier: als met een glaasje te veel op - wel wat zwaar in de voeten maar licht in het hoofd. Daarna klonk het snelle Molto allegro weer veel voorspelbaarder.

Le nozze di Figaro door de Nationale Reisopera: 28/8 (voorpremière), 30, 31/8; 1/9 Stadsschouwburg Amsterdam. Tournee t/m 20/9.

    • Kasper Jansen