'Kampioen van het leven' krijgt stadion

Afgelopen nacht is bij de US Open in New York het grootste tennisstadion ter wereld in gebruik genomen. Het stadion werd vernoemd naar Arthur Ashe, de zwarte tennispionier die in 1993 aan aids overleed.

NEW YORK, 26 AUG. Begin jaren zestig kreeg Arthur Ashe in zijn geboortestaat Virginia te horen dat 'negers zich niet hoefden aan te melden bij tennisclubs'. Afgelopen nacht werd zijn naam plechtig verbonden aan een tennistempel op Flushing Meadow die 254 miljoen dollar heeft gekost. Op ontroerende wijze werd de in 1993 op 49-jarige leeftijd aan aids overleden Ashe herdacht met als uitsmijter het door Whitney Houston subliem vertolkte 'Eternity'.

Precies vijftig jaar nadat Jackie Robinson als eerste zwarte met blanken op een honkbalveld mocht staan, voltooide het golf-fenomeen Tiger Woods de emancipatie van de zwarten, die ook in eigen land zo lang tegen apartheid hebben moeten vechten. Maar Arthur Robert Ashe Jr. gold niet alleen op de tennisbaan als een pionier. Op de eerste US Open voor professionals in 1968 kroonde hij zich tot de eerste Afro-Amerikaanse kampioen door Tom Okker te verslaan.

Zeven jaar later herhaalde Ashe dat kunststuk op Wimbledon door zijn favoriet geachte landgenoot Jimmy Connors te verrassen. Die glorieuze momenten in de carrière van Ashe ontbraken niet op de door David Dinkins samengestelde video. In een gewijde stilte keken ruim 20.000 toeschouwers naar het document van de voormalige burgemeester van New York, die op Flushing Meadow populairder was dan zijn opvolger Giuliani.

“Politics rears its ugly head”, was het venijnige commentaar van John McEnroe op de afwezigheid van de burgemeester, die meer geld eist van de Amerikaanse tennisfederatie (USTA) om het vliegverkeer boven Flushing Meadow tijdens de US Open te reguleren. Beter dan wie ooit wist Ashe hoe smerig de politiek kon zijn. Hij groeide op in een tijdperk van segregatie en tot zijn dood heeft Ashe de vloek van het racisme als een ergere ziekte beschouwd dan het HIV-virus waarmee hij na een bloedtransplantatie werd besmet.

Twee hartaanvallen, een hersenoperatie en een race tegen de klok in zijn strijd met aids stonden wat Ashe betreft in de schaduw van zijn voornaamste gevecht voor rassenintegratie. “Daar is geen twijfel over mogelijk”, zei hij vijf jaar geleden. “Het idee dat ik mijn huidskleur als een handicap moet ervaren heeft me altijd gekweld. Mijn ziekte is de oorzaak van biologische factoren. Racisme is echter een product van de menselijke geest en dat doet me veel meer pijn. De apartheid heeft van mij een gebrandmerkt man gemaakt. Die schaduw over mijn leven draag ik tot mijn dood met me mee.”

Nog voor Zuid-Afrika door de Verenigde Naties in de ban werd gedaan, durfde Ashe de confrontatie aan te gaan. In de wetenschap dat opleiding een belangrijk wapen was, toonde Ashe zich een geëngageerd sportman door de culturen van Zuid-Vietnam tot Afrika te bestuderen. Zijn successen op de baan gaven hem bovendien een allure waardoor hij zelfs in Zuid-Afrika niet kon worden geweigerd.

Ashe eiste en kreeg een visum voor het land waar apartheid tot wet was verheven. En de US Open-kampioen sprak bovendien openlijk over vrijheid. “Nooit zal ik dat jongetje vergeten dat achter Arthur aanliep, alleen maar omdat hij nog nooit een vrije zwarte had gezien”, vertelde zijn weduwe Jeanne Moussoutany-Ashe tijdens de ceremonie. “Dat beeld heeft Arthur nooit meer losgelaten.” Mevrouw Ashe noemde haar overleden echtgenoot dan ook een symbool van integratie én liefde.

“Want Arthur wilde vooral een voorbeeld zijn voor de jeugd. Hij wilde niemand uitsluiten. Ik hoop dat juist in zijn stadion vele partijen worden gespeeld door kinderen die zich door zijn nagedachtenis hebben laten inspireren.” Ashe maakte de vrijlating van Nelson Mandela nog mee en bisschop Desmond Tutu was een van de eregasten die een eerbetoon brachten aan de 'kampioen van het leven', zoals Harry Marmion, voorzitter van de Amerikaanse tennisfederatie hem karakteriseerde.

Even geestig als indrukwekkend was de speech van John McEnroe, die zowel teamgenoot als pupil van Ashe was in het Amerikaanse Davis-Cupteam. “U kunt zich voorstellen dat Arthur als captain soms moeilijke tijden doormaakte met Jimmy Connors en mij in het team”, zei Big Mac onder grote hilariteit. Maar naar wie anders dan de 'ware ambassadeur van de tennissport' kon een stadion worden vernoemd, vroeg McEnroe zich af.

“Naar Harry Marmion? Wie kent die man? Naar Jimmy Connors, ach nee. Naar McEnroe? De umpires zouden meteen protesteren. Natuurlijk naar de one and only Arthur Ashe. Niemand heeft meer voor de Davis Cup betekend dan hij. Het was een voorrecht met en onder zijn leiding te spelen.”

Of Ashe werkelijk zo vereerd zou zijn geweest met het ultramoderne stadion valt overigens te bezien. Uit commerciële overwegingen heeft de USTA vip-loges laten bouwen voor een slordige 20.000 dollar per stuk, die de toeschouwer in de nok van het Arthur Ashe Stadium het idee geven dat hij naar twee poppetjes op een tennisbaan kijkt. De ambiance in deze arena, die het aloude Louis Armstrong Stadium tot baan 2 heeft gedegradeerd, ademt wel een grandeur die bij een fenomeen als Ashe past. In zijn geest werd bovendien afgelopen zaterdag een Kids Day georganiseerd, waar sterren als Agassi, Sampras en Hingis geld verzamelden voor de Ashe Foundation. Desondanks stond Ashe model voor meer bescheidenheid dan op het totaal gerenoveerde Flushing Meadow Park wordt getoond.

Zo elegant als Ashe zich over de tennisbaan bewoog, zo waardig voerde hij de strijd die niet te winnen was. Hij besteedde nog meer aandacht aan de Arthur Ashe Foundation voor kansarme kinderen en gaf lezingen over het omgaan met aids. Zo werd die ziekte in feite een mentale bevrijding voor Ashe. “Gek genoeg heb ik geleerd niet langer voor mezelf te vluchten”, vertelde hij. “Sinds ik aids heb, ben ik creatiever en productiever geworden. Maar dat geldt voor meer mensen, die weinig tijd meer over hebben.”

Vlak voor zijn dood bezocht Boris Becker de Amerikaanse legende in het ziekenhuis. “Er is altijd hoop”, vertelde Ashe aan Becker en ondanks zijn geloof weigerde hij zich te spiegelen aan de woorden van de man die zijn leider was. Ashe in zijn laatste televisie-interview: “Een zwarte die opgroeide in het Zuiden had automatisch affiniteit met het leven van Jezus. Maar zijn woorden aan het kruis heb ik nooit begrepen. 'Why have you forsaken me.' Het is verleidelijk te zeggen: 'Waarom moet mij dit overkomen, waarom op zo'n jonge leeftijd?' Ik zou een betere vraag willen stellen: waarom niet?”

    • Robèrt Misset