Invoering Euro kost detailhandel 3 miljard gulden

ROTTERDAM, 26 AUG. De invoering van de euro, de gemeenschappelijke Europese munt, op 1 januari 2002 kan de Nederlandse winkeliers een bedrag 3 miljard gulden kosten. Dat blijkt uit een onderzoek dat werd uitgevoerd door accountantsbureau KPMG en het Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (EIM) in opdracht van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel.

Door de invoering van nieuwe munten en bankbiljetten moeten alle prijzen worden omgerekend van guldens in euro's. Zeker als er lange tijd twee munteenheden naast elkaar worden gehanteerd, lopen de kosten op. Verreweg de meeste kosten, 1,9 miljard gulden, worden veroorzaakt door het verwijderen en aanbrengen van prijzen op artikelen in de winkel. Dat werk gebeurt voornamelijk handmatig. De kosten voor accountantsonderzoek, reclame en ander extern advies worden voor de detailhandel geschat op ongeveer een half miljard gulden.

De invoering kan goedkoper uitvallen als het dubbel prijzen van artikelen (in guldens en euro's) niet zes maar twee maanden gaat duren. Dat zou een bedrag besparen van 186 miljoen gulden. De kosten kunnen nog meer omlaag als de winkeliers niet verplicht worden elk product van een dubbele prijs te voorzien. Als de Europese munt een maand later wordt ingevoerd vallen de kosten naar schatting 138 miljoen gulden lager uit.

Voor automatisering betalen de winkeliers in totaal 377 miljoen gulden. Met de herinrichting van hun zaak is ongeveer 106 miljoen gulden gemoeid. Ook moet de detailhandel er rekening mee houden dat de onvoorziene uitgaven kunnen oplopen tot bijna 100 miljoen gulden.

De 20.000 speciaalzaken in de voedingsbranche gaan naar verhouding het meest betalen, omdat ze slechts in beperkte mate geautomatiseerd zijn. De kosten bedragen naar schatting 4,19 procent van hun omzet. Bij de warenhuizen gaat het om 3 procent van de omzet. De kosten van doe-het-zelf-zaken, boekenwinkels en witgoedwinkels variëren van 2 tot 2,5 procent. De kostenpost voor de supermarkten is volgens de berekeningen 1,08 procent.

Ahold-topman C. van der Hoeven hield vorige maand in deze krant een pleidooi voor het beperken van de overgangsperiode waarin dubbele prijzen gelden tot enkele dagen. Van der Hoeven schatte de kosten op 1,2 tot 1,8 procent van de omzet van het concern, waarvan in Nederland onder meer Albert Heijn, Etos en Gall & Gall deel uitmaken. Het verschil tussen een periode van zes maanden en de directe invoering van de euro zal voor Ahold een verschil in kosten opleveren van ongeveer 100 miljoen gulden, aldus Van der Hoeven.

De bestuursvoorzitter pleitte tevens voor een tegemoetkoming in de kosten door de overheid, bijvoorbeeld door een tijdelijk lagere btw-afdracht. Hij waarschuwde dat de detailhandel de kostenstijgingen anders volledig zou moeten doorberekenen aan de consument.