Geleen en Sittard zullen eeuwige rivalen blijven

In 1928 waren er al plannen Sittard en Geleen samen te voegen. Een fusie is momenteel weer actueel. Het wil maar niet vlotten. Geleen kan ook zonder Sittard een 'wereldstad' blijven.

GELEEN, 26 AUG. “Fortuna hebben ze kunnen inpikken en nu willen ze ook nog de rest van Geleen. Maar u ziet het aan het voetbal: gestolen goed gedijt niet”, schampert de Geleense burgemeester mr. H. Lurvink. Vorige week heeft hij zijn hele 'ploeg' ten aanval gestuurd om in een wanhoopsoffensief te voorkomen dat Sittard (48.000 inwoners) bij de gemeentelijke herindeling wordt uitgebreid met het 35.000 zielen tellende Geleen. “Ik ben een groot voorstander van herindeling, maar niet op deze manier. Wij geven onze identiteit niet op voor geklungel.”

Zelfs haar bijnaam 'Waereldsjtad' dankt Geleen aan de rivaliteit met Sittard. Toen in 1928 voor het eerst werd voorgesteld de steden samen te voegen, trokken de bewoners van Geleen in een massale veldtocht naar Sittard. Voor die gelegenheid werd 'Gelaen, det woerd un waereldstad' gecomponeerd, waarmee nog steeds iedere vijand wordt geïmponeerd. Bij de herindeling van 1982 kwam de fusie opnieuw ter sprake maar door “politieke koehandel in de Tweede Kamer”, zoals Lurvink de gang van zaken van destijds typeert, kwam er een slap compromis uit de bus: Sittard kreeg er enkele kerkdorpen bij en Geleen moest genoegen nemen met 200 hectare Graetheide-terrein waar DSM zou mogen uitbreiden.

De vergunning voor die uitbreiding is overigens nog steeds niet rond. Lurvink geeft toe dat hij soms gemengde gevoelens aan de gevolgen van de tegenstelling tussen beide steden overhoudt: “Als een bedrijf besluit zijn kantoor in Geleen te vestigen, ben ik heel trots, maar ik vraag me wel eens af of in alle gevallen wel de verstandigste keus uit de concurrentieslag tevoorschijn is gekomen.”

Parmantig presenteerde Lurvink vorige week een onafhankelijk onderzoeksrapport, op Geleens verzoek geschreven, waarin externe adviseurs de juistheid onderschrijven van het Geleense standpunt. Het sec samenvoegen van Sittard en Geleen met wat kleine grenscorrecties biedt nauwelijks voordelen. In plaats daarvan moeten de zeven gemeenten van de Westelijke Mijnstreek samengaan om het industriële hart te vormen van de provincie, dat Lurvink omschrijft als “de smidse van Limburg”.

Behalve Sittard en Geleen zouden ook Stein, Born, Beek, Susteren en Schinnen aaneen moeten worden gesmeed. De laatste twee mogen eventueel als groengemeenten buiten de nieuwe fusie blijven, maar volgens Lurvink past bij een huis nu eenmaal een tuin. Zo zouden de auto's van Nedcar en de chemische producten van DSM voortaan uit één en delfde plaats komen en via de distributiecentra van Stein, de haven van Born en de luchthaven van Beek over de wereld worden verspreid. Een sociaal-economische eenheid, die vanuit één centraal punt zou moeten worden bestuurd.

Precies zo stond het anderhalf jaar geleden ook in het plan 'Een op de schaal van de Westelijke Mijnstreek', waarmee Sittard en Geleen gezamenlijk een einde wilden maken aan hun eeuwige rivaliteit. Maar het voorstel de vijf industriegemeenten en twee groengemeenten samen te voegen, liep snel stuk op de weerstand van de provincie Limburg. Die veegde alle grootschalige plannen die de centrumgemeenten Maastricht, Heerlen, Roermond, Venlo en Sittard/Geleen hadden ingediend, resoluut van de baan. Als de steden geen ruimte hadden voor hun woningbouw of industrie, konden ze op kleine grenscorrecties rekenen en niets meer dan dat. Wel bood de herindelingsoperatie een uitstekende kans om Venlo samen te voegen met Tegelen en Sittard met Geleen. Die 'stedenparen' zijn al zo vergroeid dat daar het concentreren van het bestuur voor de hand ligt, zo meende het provinciebestuur.

Tot grote woede van Geleen wierp Sittard meteen het hoofd in de schoot. Als een grootschalige herindeling was uitgesloten, zou Sittard desnoods met een kleinschalige genoegen kunnen nemen. Terwijl Geleen zich sterk bleef maken voor één grote Westelijke Mijnstreek-gemeente, liet Sittard de provincie weten dat het ook kon leven met Geleen alléén, als ten noorden van de stad het terrein van Nedcar en het aan te leggen industrieterrein Holtum-Noord in de nieuwe gemeente zouden worden ondergebracht. “Dat was een absolute minimumvoorwaarde”, zegt J. Martens, de fractievoorzitter van de VVD in de Sittardse gemeenteraad.

En zo denkt de meerderheid in de Sittardse raad er ook over, maar niet de provincie Limburg. Die heeft de gemeenten als oplossing voor het gebrek aan industrieterreinen 'bovenregionale' industrieterreinen voorgesteld, die de gemeenten als aandeelhouders mogen meebesturen. De kleine gemeenten hebben daar wel oren naar, maar in Sittard is het voorstel zo slecht gevallen dat men daar nu ook van de kleine fusie met Geleen niets meer wil weten.

“In Provinciale Staten zijn de kaarten wel geschud, maar daarna komen de staatssecretaris, dan de Tweede Kamer en tenslotte de Eerste Kamer aan het woord. Die zullen nog van ons horen”, kondigt Martens aan. Zijn D66-collega L. Winants betwijfelt of het nog ooit tot een fusie komt: “Men zal moeten toegeven dat deze operatie zo weinig heeft opgeleverd dat de herindeling alleen nog maar om prestigeredenen wordt doorgezet. In Sittard zal niemand ervan wakker liggen als die fusie met Geleen niet doorgaat. Voor dat soort ingrijpende processen is toch meer vereist.”