Geen bewijs voor moord op Swennen

AMSTERDAM, 26 AUG. De talloze vragen rond de gewelddadige dood van de Belgische drugshandelaar en politie-informant Martin Swennen (43) lijken voorgoed onbeantwoord te blijven. Justitie verdenkt de 49-jarige A. van E. van moord en vermoedt zelfs liquidatie in opdracht, maar heeft daarvoor geen wettig bewijs. In hoger beroep is gisteren bij het hof in Amsterdam tien jaar cel geëist voor doodslag tegen Van E.

Van E. is de schutter die Swennen op 14 maart 1996 in café De Blauwe Druif in Amsterdam met zes pistoolschoten van het leven beroofde.

De rechtbank in Amsterdam veroordeelde Van E. vorig jaar tot tien jaar gevangenisstraf, voor doodslag. Procureur-generaal mr. J. Wortel eiste gisteren bevestiging van dat vonnis. Met tegenzin, want Wortel is ervan overtuigd dat er sprake is van moord, zelfs van een “liquidatie in opdracht”. Wettig bewijs daarvoor ontbreekt echter.

Het hof stak niet onder stoelen of banken dat het eveneens vermoedt dat Van E. volop actief was in de grootschalige softdrugshandel en dat de gewelddadige dood van Swennen daarmee rechtstreeks in verband staat. Van E. ontkent dat hardnekkig; naar eigen zeggen ging hij tot zijn arrestatie (direct na de schietpartij) door het leven als “directeur advertentie-acquisitie”. Inmiddels is echter vastgesteld dat de man daaruit helemaal geen inkomsten genoot.

Swennen zou gebruik hebben gemaakt van Van E.'s kantoorfaciliteiten en er bestonden plannen dat de twee mannen samen in textielzaken zouden gaan. Kort voor de fatale avond in het café zou Van E. ontdekt hebben dat Swennen in de drugshandel zat en dat hij bovendien een belangrijke informant was van zowel de Nederlandse als de Belgische politie. Op 15 maart, een dag na het incident, zou Swennen een ontmoeting hebben met Rotterdamse rechercheurs, om opening van zaken te geven over een aantal kopstukken in het criminele milieu.

Van E. blijft erbij dat hij op de bewuste avond een ordinaire ruzie heeft gekregen met Swennen, gevoed door overmatig alcoholgebruik. Het hof doet op 8 september uitspraak. (ANP)