De ziekte ME

In zijn artikel 'Mensen met ME hebben geen recht op WAO' (18 augustus) legt dr. A.T. Marseille een pijnlijke tegenstrijdigheid bloot. Aan de ene kant de wet (de WAO), die de eis stelt van een 'objectief medisch vast te stellen gevolg', wil men voor WAO in aanmerking komen en aan de andere kant de 'richtlijn medisch arbeidsongeschiktheidscriterium', die een uitkering mogelijk maakt ongeacht of er een objectieve oorzaak is aan te wijzen.

De WAO is zo streng geformuleerd in 1993 omdat 'de politiek' na de parlementaire enquête-Buurmeijer koste wat het kost het aantal WAO'ers wilde verminderen.

Al spoedig bleek dat die nieuwe strenge bepaling er toe leidde dat mensen met moeilijk vast te stellen ziekten zoals ME, wiplash, fibromyalgie geen WAO-uitkering konden krijgen. De Tweede Kamer, geschrokken van deze consequenties van haar eigen wetgevende arbeid vond dit te ver gaan en verzocht de regering hier enige versoepeling aan te brengen. Dit resulteerde in de reeds genoemde richtlijn, opgesteld door het LISV (waarvan eerdergenoemde Buurmeijer inmiddels voorzitter is). De rechter, in het bijzonder de Centrale Raad van Beroep, lijkt geen boodschap te hebben aan deze soepele uitleg van de wet.

Verschillende malen heb ik betoogd dat de WAO op dit punt niet deugt. De eis van objectiveerbaarheid van de ziekte is onhoudbaar. In de eerste plaats omdat iemand zeer reële klachten kan hebben terwijl de oorzaak daarvan (nog) niet is vast te stellen. In de tweede plaats is die eis een rem op verder wetenschappelijk onderzoek naar de oorzaak van een bepaalde kracht.

Nu de rechter vasthoudt aan de wettelijke definitie van arbeidsongeschiktheid is er maar één oplossing. En dat is de wettelijke bepaling zelf wijzigen en in overeenstemming brengen met de richtlijn. Of de Tweede Kamer dat durft is de vraag want dan zijn we terug bij de WAO van voor 1993 en daar was men juist zo tegen.

    • Jan Marijnissen
    • Sp-Fractie in de Tweede Kamer