Bureau ziet verbeteringen; 'Topstructuur VWS laat te wensen over'

DEN HAAG, 26 AUG. De topstructuur van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport laat te wensen over. Het ontbreekt aan een krachtige ambtelijke leiding. Het departement houdt te weinig rekening met de maatschappelijke ontwikkelingen.

Tot deze conclusies komt het adviesbureau Twijnstra Gudde op basis van een tussentijdse evaluatie van de reorganisatie van het departement. Om een einde te maken aan de tekortkomingen moet de lopende reorganisatie krachtig worden voortgezet, zij het dat het reorganisatieplan ingrijpende aanpassing behoeft, zo oordeelt het adviesbureau verder. Twijnstra Gudde stelt ook vast dat het ministerie al aanzienlijk beter 'draait' dan vóór het begin van de laatste reorganisatie, begin 1996.

Minister Borst zond de evaluatie gisteren naar de Tweede Kamer. Zij had dit in maart beloofd toen bleek dat de problemen in de thuiszorg mede het gevolg waren van het niet goed functioneren van het departement. Borst zegde de Kamer toen toe dat “over vier maanden het departement op rolletjes loopt”. De Kamer mocht haar er na het reces op aanspreken. “Ziet u 'de rolletjes' dan niet, dan is het zwaar weer”, aldus Borst.

De regeringsfracties in de Tweede Kamer zijn bereid om Borst extra tijd te geven voor het op orde brengen van haar ministerie. Ze willen hun oordeel laten afhangen van het plan van aanpak dat de minister belooft in oktober voor te leggen. Maar volgens het CDA heeft de minister nog heel wat uit te leggen. Zij is, aldus Kamerlid Lansink, al sinds 1994 verantwoordelijk voor het departement en moet kunnen uitleggen waardoor het onder haar leiding mis is gegaan.

Borst schrijft de Kamer dat zij de aanbevelingen van Twijnstra Gudde op korte termijn wil uitvoeren. Daarmee zal J. Jesserun worden belast die op 1 september tijdelijk als secretaris-generaal aantreedt. Hij vervangt H. de Maat-Koolen en moet begin oktober het plan van aanpak gereed hebben.

Borst besloot 3 april, enkele dagen na het Kamerdebat over de thuiszorg, de op 1 februari 1996 ingevoerde bestuursraad op te heffen en de directoraten-generaal weer in ere te herstellen. De vorming van de bestuursraad, het hoogste bestuurscollege waarin secretaris-generaal en directeuren generaal collegiaal samenwerken, was de eerste maatregel die begin 1996 werd genomen in het kader van de reorganisatie 'Balans'. De maatregel zou moeten leiden tot minder verkokering en meer integratie tussen de verschillende onderdelen van het departement. De ontkokering is wel gelukt, zo concludeert Twijnstra Gudde, maar de integratie is niet van de grond gekomen.

Ook is de structuur op een aantal punten nog onduidelijk en is niet goed geregeld wie waarvoor verantwoordelijk is. Het ontbreekt aan een slagvaardige sturing door de ambtelijke leiding en aan een duidelijke strategie. Twijnstra Gudde wijt dit deels aan het vertrek, in een korte tijd, van vrijwel de hele ambtelijke top. Dit gebeurde in de tijd dat het reorganisatieplan tot stand kwam. Het duurde daarna geruime tijd voordat vervangers aan de slag konden. Bovendien was het reorganisatieplan 'niet hun kind' wat gevolgen had voor de uitvoering.

Twijnstra Gudde levert kritiek op de opstellers van 'Balans': er is te veel alleen gekeken naar het departement zelf en te weinig naar het vermogen om te reageren op politiek-bestuurlijke ontwikkelingen. Dat vermogen is zwak ontwikkeld, meent het adviesbureau. Het bureau laakt ook het ontbreken van een behoorlijk personeelsbeleid. Toen bij de reorganisatie zo'n vierhonderd ambtenaren van plaats veranderden waren daar ten onrechte geen directeuren bij.