Blauw op straat, maar geen politie

Nederland telt 3.500 toezichthouders, veelal langdurig werklozen met een 'Melkertbaan'. De politie moet nog wennen aan het fenomeen. “Ze hebben natuurlijk jarenlang achter de geraniums gezeten.”

UTRECHT, 26 AUG. Drie alcoholisten hebben het gezellig gemaakt in een bushalte. De Utrechtse toezichthouder Marja Klomp (42) struint erop af. “Jongens, willen jullie even daar onder die poort gaan zitten met die flesjes? Dan kunnen de mensen hier weer op de bus wachten.” De drie protesteren goedgemutst en verkassen. “Hee daar!”, roept Klomp. Een meisje rijdt op haar fiets over de stoep. Ze kijkt half om en rijdt door. Klomp holt haar achterna. Beduusd stapt het meisje af. “Mooi sprintje!”, roept een van de alcoholisten.

Volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken telt Nederland zo'n 3.500 toezichthouders. Er zijn stadswachten, schoolwachten, flatwachten, milieuwachten, speeltuinwachten, parkeerwachten, snelheidswachten. Blauw op straat, maar geen politie. Tachtig procent heeft een zogenoemde Melkertbaan, een gesubsidieerde werkplek voor langdurig werklozen. Werkloosheid aan 'de onderkant van de samenleving', tijdgebrek bij de politie en een gevoel van onveiligheid bij burgers hebben de toezichthouders tot leven gewekt. Hun taak is 'geïnstitutionaliseerde sociale controle'. Ze dragen geen handboeien of wapenstok en hebben geen of beperkte opsporingsbevoegdheid. Als ze iemand op heterdaad betrappen, mogen ze hem vasthouden tot de politie komt.

De 150 Utrechtse toezichthouders lopen zo'n zes uur per dag in koppels op straat. Ze dragen een politie-uniform met een Toezichtlogo in plaats van sterren of strepen. Met een portofoon staan ze in direct contact met de meldkamer van de politie. In geval van nood is de politie volgens Klomp in twee minuten ter plekke. Ze spitst haar oren als de portofoon rept van een steekpartij in de binnenstad. “Kijk, zo weten we ook waar we niet heen moeten. De politie heeft kogelvrije vesten, wij hebben niets.”

De politie is niet onverdeeld blij met de toezichthouders. Volgens vice-voorzitter H. Albers van de politiebond ANPV is de samenwerking met de politie “niet overal even goed” en scheppen de uniformen van de toezichthouders verwarring. “Mensen weten niet meer waarvoor ze bij wie moeten zijn”. De Haagse hoofdcommissaris Brand waarschuwde gisteren in deze krant voor een overmaat aan toezichthouders, wat de kwaliteit van de politiezorg zou ondermijnen. Volgens de Nederlandse Politiebond (NPB) worden stadswachten misbruikt voor politietaken als de zorg voor arrestanten in de politiecellen, meerijden op surveillancewagens van de politie, werken als assistent-parketwachter of de achtervolging van winkeldieven. “Dat valt volstrekt buiten de taak van de stadswachten”, aldus J.W. van der Pol van de NPB. Het salaris van toezichthouders, maximaal 120 procent van het minimumloon, is er ook niet op berekend. “In het oosten van het land zijn er al stadswachten die vinden dat ze meer moeten verdienen”, aldus Van der Pol.

De gemiddelde agent weet volgens hoofdagent A. Godee van de Utrechtse politie nog niet goed wat hij aan de toezichthouders heeft. “Die zegt: 'Een toezichthouder mag niet eens meerijden in de auto. Daar kan ik toch niet mee over straat?” Godee, die toezichthouders opleidt: “Ze zijn enthousiast en leergierig, maar brengen ook problemen mee. Ze hebben natuurlijk jarenlang achter de geraniums gezeten. Er zijn mensen bij van 40, 50 jaar die al dertig jaar geen scholing hebben gehad.” De opleiding (onder meer sociale vaardigheden, EHBO, wetskennis en eventueel zwemles) duurt dertien weken. De werving van toezichthouders in Utrecht verloopt moeizaam. Negen van de tien gegadigden vallen af, vooral na het sollicitatiegesprek en het antecedentenonderzoek.

Elders staan toezichthouders verder van de politie af. Amsterdam heeft zijn 600 toezichthouders ondergebracht in de Dienst Stadstoezicht, een fusie van stadswacht, reinigingspolitie, parkeerbeheer en Veilig Beheer Bijlmer. Sinds kort dragen allen hetzelfde uniform, “een donkerblauwe goretex jas met groene baan op de mouw en een baseball cap-achtig hoofddeksel”, aldus een woordvoerder. De Amsterdammers krijgen hun opleiding aan het Regionaal Opleidingcentrum, een instelling die valt onder het ministerie van Onderwijs. Met de politie hebben ze weinig te maken. Wel kan een deel van hen, 'handhavers' genoemd, bekeuringen uitdelen voor overtredingen als fout parkeren. Dat mogen de Utrechters weer niet.

Volgens de stichting Stadswacht Nederland, die 110 stadswachtprojecten begeleidt, zou het goed zijn als alle toezichthouders hetzelfde uniform droegen. De stichting heeft de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken verzocht háár uniform (donkerblauw met in een “roze wokkel” het logo van de stadswacht en een overhemd met een “klein streepje”) landelijk verplicht te stellen, maar die hebben dat geweigerd. De politiebonden vinden dat het uniform zich zoveel mogelijk moet onderscheiden van dat van agenten. “Liever iets groens dan blauw”, zegt Albers van de ANPB. Klomp is het daar niet mee eens. “Absoluut belachelijk. We hebben deze nou een tijdje en het blijkt dat het werkt. Je ziet mensen opeens hun veiligheidsriem omdoen of stoppen bij rood licht. Maar als ze naast je staan en het logo zien zijn ze helaas vaak geneigd toch door te fietsen.”

De ministers Melkert (Sociale Zaken) en Dijkstal (Binnenlandse Zaken) willen de toezichthouders uiteindelijk onderbrengen bij de politie zelf en eventueel bekostigen uit de politie-gelden. De uniformiteit van opleiding en begeleiding zou dan het beste zijn gewaarborgd. Tot nu toe waren de toezichthouders in dienst van een stichting en werden ze bij politie of gemeente gedetacheerd. Dat heeft Melkert per 1 juli verboden, omdat de doorstroming naar 'echte' banen stagneerde.

De politiebonden reageren afhoudend. “Melkert wil de stadswachten onderbrengen bij de politie, maar dan de subsidie laten vervallen. Dan gaat het af van het budget voor kwalitatief hoogwaardig politiewerk”, aldus Van der Pol. De bonden vrezen met name concurrentie voor politiesurveillanten, die ook op straat rondlopen en eenvoudige aangiften en aanrijdingen behandelen. Dijkstal heeft voorgesteld om de bevoegdheden van stadswachten dan maar in te dammen. Waarschuwend optreden zou bijvoorbeeld niet meer mogen. Slecht idee, vindt Klomp. “Dan word je gewoon gesubsidieerd wandelaar. Als je in uniform buiten loopt, verwacht de burger actie. Een gewone burger grijpt tegenwoordig echt niet meer in.”