Antillianen componeren hun eigen volkslied

WILLEMSTAD, 26 AUG. De oogst van 41 inzendingen stelt de commissie ruimschoots tevreden. “Dit is het bewijs dat een eigen Antilliaans volkslied lééft bij de mensen”, zegt voorzitter W. Statius Muller van de Commissie Nationaal Volkslied over de binnengekomen composities en teksten voor een Antilliaanse hymne.

De Antillen kennen al jaren een volkslied, maar dat heeft geen tekst. Bovendien betreft het een lied dat is 'geleend' van Bonaire. Maar dat eiland wil zijn volkslied terug hebben, omdat het wèl over een tekst beschikt.

“Wij zijn hier eigenlijk heel laat mee”, zegt commissievoorzitter Statius Muller over de oproep een nieuw volkslied te bedenken. Hij herinnert er aan dat een oud-premier vele jaren terug al opmerkte dat het eigenaardig is dat het Antilliaanse volk het eigen volkslied niet kan zingen.

Het volkslied wordt gezien als bindmiddel voor de volkeren van de vijf eilanden. Toen de bevolking zich enkele jaren terug in een volksreferendum overweldigend uitsprak vóór behoud van de Antilliaanse staatsvorm, besloot minister M. Dijkhoff (Onderwijs) in het kader van het 'opbouwen van de natie' een prijsvraag uit te schrijven voor een nieuw volkslied.

Volgens de instructies was het doel van het nieuwe volkslied “de saamhorigheid en identiteit van de vijf Antilliaanse eilanden te versterken, de liefde voor bevolking en vaderland tot uiting te laten komen en de nadruk te leggen op de onderlinge culturele diversiteit”. Voorts moest het lied gemakkelijk kunnen worden gezongen en de tekst diende in het Papiaments of Engels te worden ingeleverd.

Na de sluitingsdatum, vorig weekeinde, heeft de commissie alle inzendingen bestudeerd. Eenenveertig voldoen er aan de criteria, die stelden dat er tijdig tekst op schrift en een melodie op band moesten worden ingeleverd. Statius Muller, zelf een begenadigd pianist en componist, is van mening dat bij zo'n opdracht de tekst eerst komt - “daarna wordt bij die tekst passende muziek gecomponeerd”. Na een eerste luisterronde zegt hij bijzonder te spreken te zijn over de kwaliteit van de inzendingen.

Er zijn bijdragen uit alle vijf eilanden en uit Nederland binnengekomen: acht uit Sint Maarten, vier uit Bonaire, twee uit Sint Eustatius, één uit Saba, vier uit Nederland en van het grootste eiland, Curaçao, zijn er 22 ontvangen. Dat er inzendingen zijn uit Nederland is opmerkelijk, want de aankondiging verscheen hier pas eind juli. Via het Antillenhuis in Den Haag waren de inzendingen toch op tijd in Willemstad binnen.

De commissie buigt zich dezer dagen over de inzendingen en wil begin september een advies uitbrengen aan minister Dijkhoff. Als de regering een beslissing heeft genomen, kan het nodig zijn te voorzien in een passende tekst in beide talen: Engels voor de Bovenwindse Eilanden en Papiaments voor Bonaire en Curaçao.

Eventueel kan later ook een Nederlandse tekst worden geproduceerd. Er zal ook nog een arrangement van de compositie moeten worden gemaakt voor de officiële presentatie van het winnende nieuwe volkslied op Antillendag, 21 oktober. Het is de bedoeling dat dan ook de naam van de winnende inzending bekend wordt gemaakt.

De winnaar is een prijs in het vooruitzicht gesteld van 10.000 Antilliaanse guldens, te verdelen tussen de tekstschrijver en de componist.