Vrouw benoemd als een van de Iraanse vice-presidenten

TEHERAN, 25 AUG. De Iraanse president Mohammad Khatami heeft zaterdag een vrouw benoemd tot een van zijn vice-presidenten. De 36-jarige Massoumeh Ebtekar wordt eveneens voorzitster van de Organisatie voor Bescherming van het Milieu.

Ebtekar, wier benoeming algemeen werd verwacht, maakte deel uit van de Iraanse delegaties naar de VN-vrouwenconferenties in Nairobi en Peking. Zij studeerde enige tijd in de Verenigde Staten, spreekt vloeiend Engels en Frans en kan zich verstaanbaar maken in het Arabisch. Zij is opgeleid als dokter en deed als hoogleraar aan de universiteit van Teheran onderzoek naar de effecten van mosterdgas op het menselijke lichaam. Volgens Iran heeft Irak dat gas gebruikt in de oorlog tussen de beide landen (1980-1988).

Gisteren kwam het kabinet van Khatami voor de eerste keer bijeen. Na afloop van de bijeenkomst zei de president dat “speciale aandacht werd besteed aan de rol van jongeren op alle beleidsterreinen zoals onderwijs, werk, cultuur en sport. Ook werd er groot belang gehecht aan gebruikmaking van de mogelijkheden van vrouwen”. De liberale Khatami won mede door de steun van jongeren en vrouwen de presidentsverkiezingen in mei van zijn conservatieve tegenstander, Ali Akbar Nateq-Nouri.

Zaterdag bracht het voltallige kabinet een bezoek aan de laatste rustplaats van ayatollah Ruhollah Khomeini, die Iran na de Islamitische Revolutie van 1979 leidde. Na het bezoek zei Khatami op de staatsradio dat “wij er naar streven een vrij, onafhankelijk en welvarend land op te bouwen dat een rolmodel voor de wereld kan zijn”.

Ook bracht het kabinet een bezoek aan de Opperste Leider, ayatollah Ali Khamenei. Deze drong er bij zijn bezoekers op aan zich te verzetten tegen “de invasie van Westerse culturele waarden”. Ook onderstreepte Khamenei, die bij de presidentsverkiezingen een voorkeur had voor Ali Akbar Ateq-Nouri, dat veranderingen geleidelijk moeten plaatshebben en dat voor alles de “islamitische waarden” gerespecteerd dienen te worden. “Ik wil hier aan iedereen suggereren, in de eerste plaats aan regeringsfunctionarissen, niet te hard van stapel te lopen en te gehaast hun werk te doen, en ten tweede aan het volk om geen onredelijke verwachtingen te hebben en niet te denken dat alle problemen binnen zes maanden of een jaar opgelost zijn”. (AP)