Volledige afsluiting Bethlehem is een farce

Sinds de dubbele zelfmoordaanslag op de markt van Jeruzalem op 30 juli houdt Israel Bethlehem afgesloten van de buitenwereld. Maar is de blokkade waterdicht?

BETHLEHEM, 25 AUG. Een man in zwarte broek en een wit overhemd met strikje parkeert zijn auto in de berm. Dan klimt hij behoedzaam over een berg stenen en brokken beton die midden op de weg liggen. Aan de andere kant van de provisorische wegversperring lift hij met iemand mee naar Bethlehem. Zijn naam is Ahmed Dweik en hij woont in Hebron. Dweik (31) is ober in een hotel in Bethlehem.

Sinds de dubbele zelfmoordaanslag op de Mahane Yehuda-markt in Jeruzalem, 30 juli, houdt Israel Bethlehem van de buitenwereld afgegrendeld. Gisteren hield het Israelische leger bij een grenspost zeshonderd Italiaanse pelgrims en een kardinaal tegen, die wilden gaan bidden in Bethlehem. Pas toen ze, voor het oog van de televisiecamera's, ostentatief op de grenspost de Heer gingen aanroepen, besloot Israels minister van Defensie dat ze erdoor mochten. Maar Ahed Dweik gaat elke dag ongestoord naar zijn werk - via een van de achterafweggetjes door de bergen, waar geen Israelische legerposten zijn. Net als vele andere Palestijnen die hier over de brokken steen klauteren, bewijst hij wat een farce een zogeheten totale afgrendeling kan zijn.

Na de explosies in Jeruzalem, die zestien mensen het leven kostten, werden alle Palestijnse steden in de Westelijke Jordaanoever bij wijze van collectieve straf van de buitenwereld afgesloten. Niet alleen het verkeer van en naar Israel, maar ook het verkeer tussen die steden was onmogelijk. Intussen zijn de Israelische blokkades van alle steden enigszins versoepeld - behalve die in Bethlehem. In juli blies een potentiële zelfmoordenaar in Betlehem zichzelf per ongeluk op. Ook rolde de Palestijnse veiligheidsdienst in een huis in Bethlehem een 'explosievenfabriek' op. Daarom staat de stad, volgens een adviseur van de Israelische premier Netanyahu “op advies van de veiligheidsdiensten”, nog onder zware verdenking. Niemand mag erin of eruit. Vooral de toerisme-industrie, de belangrijkste bron van inkomsten van Betlehem, heeft zwaar te lijden. De Palestijnse Autoriteiten hebben de Verenigde Staten en de Europese Unie gevraagd om Israel te bewegen de afgrendeling op te heffen. “De economie ligt volledig stil”, zegt burgemeester Hanna Nasser bitter. “Bethlehem lijdt per dag een kwart miljoen dollar verlies.”

Op officiële ingangswegen rond Bethlehem houden Israelische soldaten haast alle het verkeer tegen. Alleen enkele voedseltransporten, diplomaten en buitenlandse verslaggevers mogen passeren. Israel heeft echter niet genoeg mankracht om ook de vele achterafweggetjes die Bethlehem in- en uit voeren, permanent te bewaken. Althans, dat zegt de legerwoordvoerder. Op die weggetjes heeft het leger betonblokken en stenen gestort. Auto's kunnen er niet door. Maar mensen wel, en het is er een drukte van belang. Op al die weggetjes, die normaal uitgestorven zijn, staan aan beide kanten van de steenhoop honderden auto's geparkeerd. Aan de Bethlehem-kant zorgen Palestijnse agenten ervoor dat iedereen zijn voertuig netjes in de berm parkeert. Vrachtwagens rijden achteruit tegen de steenhoop aan. Aan de andere kant, die onder Israelische controle valt, doen vrachtwagens met een Israelisch nummerbord hetzelfde. Sjouwers dragen dozen met frisdrank, faxrollen en andere handelswaar over de stenen heen van de ene laadbak in de andere. Honderden Palestijnse arbeiders gaan op die manier stiekem toch naar hun werk in Israel. Velen worden aan de Israelische kant opgehaald door personenbusjes van hun Israelische werkgever.

Een gesluierde vrouw, die met haar twee kinderen onderweg is naar het ziekenhuis in Bethlehem, wankelt op hoge hakken bovenop een betonblok. “Wacht”, roept een Palestijnse sjouwer, die een krat glaswerk in een vrachtwagen tilt. Hij neemt de kinderen op zijn rug en draagt ze naar de andere kant. Geen van de passanten doet boos of opgewonden. “We zijn Israelische blokkades gewend”, zegt de sjouwer cynisch. Aan de Israelische kant rijdt af en toe een Israelische jeep langs. De soldaten doen niets om de passanten te stoppen.

“Bethlehem is poreus”, geeft legerwoordvoerder Shlomo Drur na enig aandringen toe. Volgens hem wil Israel niet de Palestijnse arbeiders straffen die nu officieel niet naar hun werk kunnen, alleen terroristen. Hij wil echter onmiddellijk beamen dat potentiële zelfmoordenaars op deze manier net zo gemakkelijk Israel in komen als illegale arbeiders of de moeder met haar twee kinderen. Dat Israel op deze manier eerder gewone Palestijnen het leven moeilijk maakt - hoteleigenaars, zakenlieden, mensen die met spoed naar een ziekenhuis moeten - dan die enkeling met kwaad in de zin, bestrijdt hij echter. “Door de afgrendeling”, zegt hij, “lopen er toch minder Palestijnen dan anders op straat in Israel. Dus haalt de politie in Tel Aviv of Jeruzalem een terrorist er gemakkelijker uit.”