Vluchten in de nacht

TERWIJL EEN GROOT deel van Nederland zich met behulp van het vliegtuig naar buiten de landsgrenzen had verplaatst, laaide binnenslands het debat op over de vraag hoe lang dit nog door kon gaan. Directe aanleiding was het nachtelijk vliegverbod dat de directie van luchthaven Schiphol vanaf begin deze maand aan een aantal maatschappijen had willen opleggen.

De toegestane 'geluidsruimte' was opgesoupeerd, er diende ingegrepen te worden. In het juridisch steekspel dat hierop volgde ging het vooral over de rechtmatigheid van de maatregel. Cruciaal hierbij was de vraag of Schiphol de bevoegdheid had een dergelijk besluit te nemen. De Haarlemse rechter heeft hierop vorige week ontkennend geantwoord: niet de luchthaven maar alleen de minister van Verkeer en Waterstaat mag op basis van de luchtvaartwet ingrijpen bij overschrijding van de wettelijke geluidsgrenzen.

De eerstverantwoordelijke, minister Jorritsma, doet er verstandig aan beroep tegen deze uitspraak te overwegen. Een eenduidige interpretatie van de wet is voor alle betrokkenen van belang. In de luchtvaartwet zijn exploitant Schiphol ten aanzien van de handhaving van de geluidsnormen bepaalde taken toebedeeld. Deze kunnen zo worden begrepen dat de luchthaven niet alleen het recht heeft, maar zelfs de plicht om maatregelen te nemen als de wettelijke geluidsnormen worden overschreden. De rechter oordeelde hierover anders met zijn uitspraak dat “ingrijpende en op korte termijn in te voeren maatregelen als waar het thans om gaat niet door Schiphol doch uitsluitend door de minister kunnen worden genomen”. De rolverdeling tussen overheid en exploitant is in het geding en daarom is het van het grootste belang dat duidelijkheid ontstaat over de verdeling van de verantwoordelijkheid.

DEZE JURIDISCHE maar ook politiek niet onbelangrijke vraag, maakt overigens de zaak waar het werkelijk om gaat - de overschrijding van de geluidsnormen - niet minder urgent. Het kabinet wachtte verdere uitspraken niet af en heeft afgelopen vrijdag zelf maatregelen afgekondigd om het vliegverkeer in de nacht te beperken. Tegen deze maatregelen is weinig in te brengen. In feite doet het kabinet niet meer dan de wet handhaven, waarin net als in vele andere landen grenzen aan nachtvluchten worden gesteld. Dat is vervelend voor de betrokken luchtvaartmaatschappijen, maar niet verrassend. De kritiek die van ondernemerszijde op het besluit is geuit doet dan ook gekunsteld aan, vooral als er wordt geschermd met de tienduizenden bestaande en nieuwe arbeidsplaatsen die op de tocht zouden staan als gevolg van de kabinetsmaatregelen. De discussie over Schiphol, beter gezegd de toekomstige rol van de luchtvaart in Nederland, vraagt om een meer volwassen benadering.

Dat de discussie over de luchtvaart geen uitstel kan verdragen, heeft de Schiphol-commotie van de afgelopen weken nog eens extra duidelijk gemaakt. Keer op keer blijkt dat normen en werkelijkheid in geen verhouding tot elkaar staan. De nationale luchthaven zal veel eerder dan voorzien aan de grenzen van haar capaciteit zitten. In de politiek werd twee jaar geleden een grens van maximaal 44 miljoen passagiers afgesproken. Daarmee hebben de politici, zoals nu blijkt, vooral tijd voor zichzelf gekocht. De luchtvaart en haar gebruikers maken hun eigen afwegingen. Dat leidt tot de realiteit waarop de politiek moet reageren. Hoeveel beter zou het zijn als de zaken werden omgedraaid.