'Veertig procent van Nederlanders heeft wel eens kouseband gegeten'; Knalrode kip uit de Surima toko's

Tropische winkels rijzen in Nederland als paddestoelen uit de grond. “Nederlanders zijn nieuwsgierig, ze willen alles proberen”, zegt Ali Ghazi, directeur van vier Surinaamse toko's in Amsterdam.

AMSTERDAM, 25 AUG. Stevige tayerbladeren, zachtgroene amsoi, paksoi en kaisoi, geribbelde okra's, zowel de donkere Afrikaanse als de gelere Surinaamse, sem, poj, sopropo en antroewa: sommige van de groentes die bij de Supertoko in Amsterdam zuid-oost fris in de bakken liggen te glanzen, zijn nog diezelfde ochtend de Atlantische oceaan overgevlogen. “Al worden ze tegenwoordig ook in de kassen hier verbouwd”, zegt verkoper Sjors. “Maar vaak is het goedkoper om ze te importeren.” Zo wordt wekelijks 20 ton groente en fruit uit Suriname en de Dominicaanse Republiek aangevoerd.

Het Groot Surinaams Kookboek, eerste druk 1979, geeft nog een lijst met Nederlandse alternatieven voor Surinaamse ingrediënten: voor zoete patates en cassave gooit men een flinke schep suiker bij de Hollandse aardappel, amsoi en kaisoi zijn te vervangen door Chinese kool, en voor pompoen pakt men een winterpeen. “Pomtayer is niet te vervangen”, vermeldt het kookboek. Dat is ook niet meer nodig want het fijne schaafsel van de pomtayerknol ligt nu in elke diepvries van de Surinaamse toko. Het is het voornaamste bestanddeel van het traditionele gerecht pom, dat vroeger alleen werd gegeten op feesten en partijen, omdat het schaven zoveel werk was. Tegenwoordig gaat dat allemaal machinaal.

“Praktisch elk tropisch en exotisch product uit de hele wereld is hier te krijgen”, aldus Ali Ghazi, directeur van de vier Surima toko's in Amsterdam en eigenaar van een Asian Carribean restaurant. “We doen daarnaast een beetje in goud”, zegt hij wijzend op de vitrines met sieraden en horloges in het pandje waar ook nog zijn reisbureau is gevestigd.

Tropische winkels rijzen als paddestoelen uit de grond, constateert Ghazi. “Meer dan veertig procent van de Nederlanders heeft wel eens kouseband gegeten. Het is een nieuwsgierig volk, ze willen alles proberen.” Maar de concurrentie van de “giganten” als Albert Heijn en van de Turkse kruideniers is stevig, erkent hij.

Bij verschillende importeurs van groenten en fruit is men somberder. “Het gaat bergafwaarts met de Surinaamse handel,” zegt de een. “De ene tropische winkel komt, maar de ander gaat”, vult een collega aan. “Dit soort winkels gaat het over twintig jaar moeilijk krijgen als de eerste generatie immigranten is overleden en de behoefte aan autochtone producten afneemt”, denkt Sjors van de Supertoko in Amsterdam Zuid-Oost. “De ouders klagen nu al dat hun kinderen het Surinaamse eten niet meer lusten.”

Ghazi is optimistischer. De klantenkring wordt aangevuld door Pakistani, Indonesiërs en Afrikanen die zich thuis voelen bij het internationale assortiment van de Surinaamse keuken met zijn Creoolse, Hindoestaanse en Chinese invloeden. “En nieuwsgierige Nederlandse huisvrouwen kijken steeds vaker de kunst af van hun Surinaamse vriendinnen en buurvrouwen.” Niet dat die massaal overgaan op de bereiding van de diepvries vis- en schaaldieren, zoals kwiekwie's (een prehistorisch ogend pantservisje), botervis en Surinaamse rivierkrabben. “Men denkt nogal eens dat Nederlanders veel vis eten, als land aan zee, maar dat is helemaal niet waar”, meent Sjors, al is wel de gedroogde 'bakelao' of 'bakeljauw' populair bij de Nederlandse klanten.

Net als bij de Turk, de Chinese supermarkt of de Japanse kruidenier is ook een bezoek aan de Surinaamse toko een reisje naar het buitenland op eigen bodem. Veel producten geven een indruk van de dagelijkse gebruiken van immigranten en hun nakomelingen. Zo is het assortiment geur-essences eindeloos met amandel-, rozen-, kokosnoot-, cola-, rum- en alle denkbare vruchtensmaken. “Logisch”, aldus Sjors “warme streken, dus veel dorst. En weinig geld. Met zo'n flesje en een kilo suiker maak je je eigen siroop, die weer goed is voor liters limonade.” Ernaast staan de 'kleursels': poeders die het eten rood, geel, groen en zelfs blauw kleuren. “Ik ben er voorzichtig mee, want ze zijn niet erg gezond”, zegt Sjors, “maar sommige mensen vinden dat gezellig, een knalrode kip op tafel.”

Hoewel er verder nauwelijks alcoholische dranken verkocht worden, staan er verschillende merken stout en moutbier. “Die worden beschouwd als gezond, ze geven energie”. zegt Ali, de jonge neef van oom Ali Ghazi in Surima. “Ze worden ook gebruikt bij offerrituelen voor de voorouders”, weet Sjors.

Uitgebreid is ook de eigen cosmeticalijn. “Haarontkroezers zijn heel populair”, aldus een Chinees-Surinaamse cassière, die triomfantelijk haar van nature gladde haren naar achteren gooit. Net als vals haar, zegt Sjors, terwijl hij staarten en strengen laat zien die in prijzen variëren van 3,95 tot 50 gulden. Ze vormen, gecombineerd met de vele soorten gel en wax, de noodzakelijke attributen voor ingewikkelde en kunstige kapsels. “Vooral voor jongeren is er goed uitzien en uitgaan heel belangrijk.”

In de Supertoko is het assortiment cosmetica nog gevarieerder met een serie onbekende zeepmerken met zwarte modellen op de verpakking. Over zalfjes die de huid lichter maken, is veel te doen geweest, vertelt Sjors. Sommige merken zijn uit de handel genomen vanwege schadelijke bijwerkingen, maar het merk dat hij verkoopt is volgens hem “redelijk veilig”. Tussen de haarwaters en -pommades staan ook Brasso Koperpoets en Sunlight-zeep, die al decennia lang verkocht worden in Suriname. Surinamers houden van nostalgische producten, aldus Sjors, en hij wijst op de ouderwetse Darlie tandpasta. De getekende neger op de verpakking - met brede glimlach - herinnert nog aan de naam die het merk tot voor enkele jaren voerde: Darkie.

De verklaring voor de aanwezigheid van een ruim schap met Amerikaanse producten - sauzen, cereals, bakmixen voor brownies - ligt voor de hand. Sjors: “Antillianen zijn er verzot op. Ze kennen het van thuis, waar de markt erg gericht is op de Verenigde Staten.”

De ambitieuze Surinaamse winkelier doet er veel aan om autochtonen in zijn zaak te krijgen: de counter met kant- en klaargerechten is een wegbereider van de Surinaamse keuken. Huisvrouwen, kantoorpersoneel, scholieren en zakenmannen laten zich, gelokt door hete en zoete geuren, een lunch goed smaken, en slepen plastic zakken met pom, roti en pittige groenteschotels met gedroogde visjes mee naar huis.