Subliem vioolspel van Julian Rachlin

Concert: Beethoven Academie o.l.v. Jaap ter Linden, m.m.v. Julian Rachlin (viool). Programma: Haydn: Symfonie nr. 44 in e 'Trauer'. Mozart: Vioolconcert nr. 3 in G, KV 216; Symfonie nr. 29 in A, KV 201. Gehoord: 23 augustus Concertgebouw Amsterdam.

Toen violist Julian Rachlin wakker werd van zijn middagdutje in het Pulitzer Hotel aan de Amsterdamse Prinsengracht, ontdekte hij dat hij zich verslapen had. Geen nood, want met de taxi kon hij zijn concert in het Amsterdamse Concertgebouw nog gemakkelijk halen. Ware het niet, dat dit alles zich nu juist moest afspelen op de avond van het Prinsengrachtconcert, waardoor de omgeving van het Pulitzer Hotel traditiegetrouw verstopt raakt met vele duizenden muziekliefhebbers.

Terwijl Rachlin zich door de meute heenworstelde, besloot het Concertgebouw de pauze te vervroegen tot vóór het Derde vioolconcert van Mozart, en toen die maatregel niet afdoende bleek werd na de pauze eerst nog Mozarts Symfonie nr. 29 in A uitgevoerd. Het werkte. Precies op tijd kwam de 23-jarige Rachlin, kalm en waardig als een jonge vorst, de rode trappen afgedaald, zette zijn viool onder zijn kin en speelde subliem.

De uit Litouwen afkomstige Rachlin, die op zijn dertiende het Eurovisie Concours won en zich daarna in Wenen vestigde, is een begenadigd instrumentalist, met een toon die fonkelt als fijngeslepen diamanten en een streek die zoeft met de elegantie van de Lippizaners. Zonder Mozart geweld aan te doen, speelde Rachlin in zijn prikkelende vertolking van diens Derde Vioolconcert een briljant spel met alle violistische mogelijkheden die hem ter beschikking staan. In samenspraak met de in 1993 in België opgerichte Beethoven Academie, die uitgaande van de originele bezetting van Beethovens Eroica historisch verantwoorde barokuitvoeringen én verantwoorde uitvoeringen van eigentijdse muziek nastreeft, leverde dat flitsende dialogen op.

Rachlins inventiviteit steeg mijlenver uit boven alle geloofsrichtingen inzake de juiste muzikale aanpak, terwijl ook de in de barokmuziek gespecialiseerde dirigent Jaap ter Linden zich van zijn vrijgevochten kant liet horen. De licht decadente zwier en gepolijstheid van Rachlins fraseringen verkreeg een meerwaarde door de markante articulatie van de begeleidende stemmen in het geestdriftig musicerende orkest.

Ook tijdens Mozarts Symfonie nr. 29 in A en de 'Trauer' Symfonie van Haydn, waarin Ter Linden zich opstelde als een geslaagde muzikale kruising tussen de energieke Ton Koopman en de consciëntieuze Lev Markiz, profileerde de Beethoven Academie zich, geheel in overeenstemming met de esthetische opvattingen van 18de-eeuwse muziektheoretici, 'als een lust voor de oren, een opwekking voor de geest, en een weldaad voor het hart'.