Onderzoek pleit voor promotie uit amateurvoetbal

ROTTERDAM, 25 AUG. De opzet van de competitie van ere- en eerste divisie moet de komende twee jaar onder de loupe worden genomen. Dat is een van de belangrijkste conclusies van het bedrijfstak onderzoek betaald voetbal waarvan de resultaten zaterdag in Zeist werden bekend gemaakt.

In een door de bureau's Krekel van der Woerd Wouterse (KWW) en Signicom opgesteld rapport is geen aanbeveling terug te vinden om de eredivisie in te krimpen van achttien naar zestien clubs. Naar zo'n stellingname heeft met name de Eredivisie NV reikhalzend uitgekeken. Wel wordt geadviseerd te sleutelen aan de promotie/degradatie-regelingen tussen de ere- en de eerste divisie en het profvoetbal en de amateurcompetitie. “Misschien is er straks wel een heel andere structuur van de competities”, zei Henk Kesler, waarnemend voorzitter van de sectie betaald voetbal van de KNVB.

Het onderzoek concentreerde zich op vraag- en aanbodzijde, oftewel naar de houding van de clubs en het gedrag van de consument. Om de vervolgdiscussies niet te frustreren deed het rapport geen aanbevelingen. Formeel is het mogelijk dat per seizoen drie eerste-divisieclubs promoveren, in de praktijk is dat er vrijwel altijd slechts één, hooguit twee. Zo'n regeling tussen de laagste professionele klasse en de amateurs bestaat in het geheel niet. In strijd met alle wetten van de sport. “De dynamiek van de eerste divisie moet groter. Engeland geeft een goed voorbeeld. Daar is een wisselwerking tussen alle bestaande klassen”, gaf de (onafhankelijke) onderzoekscommissie als voorbeeld.

De kloof tussen het onderste deel van de eredivisie en de top van de eerste divisie is nu al groot. Het verschil zal nog vervijfvoudigen, als alle clubs hun (commerciële) mogelijkheden volledig uitbuiten. Daarom moet een ondersteunende regeling komen. “Een zachte landing voor de degradant, een couveuse voor een promovendus”, zei Peter Berdowski van het bureau KWW.

Al jaren is overleg gaande over een promotie/degedatie-regeling, tussen de profs onderling en samen met de amateurs. Van enige overeenstemming is nooit sprake geweest. Gaston Sporre, voorzitter van FC Zwolle en de officieuze woordvoerder van de eerste divisie, sluit niet uit dat het zaterdag gepresenteerde rapport een keerpunt is. “De feiten zijn gedegen weergegeven. Hier kan bijna niemand meer omheen. Aan het eerder gepresenteerde fenomeen Eredivisie NV is geen onderzoek voorafgegaan. Dat was slechts het herordenen van de geldstroom. Dit is heel iets anders.”

De onderzoekers concluderen niet dat de Eredivisie NV, een vorm van financiële en juridische verzelfstandiging van de hoogste divisie, niet past in nieuwe modellen. Daartoe waren ze immers niet bevoegd. Kesler sloot zelfs het tegendeel niet uit. “De tijd zal leren in hoeverre beide gedachten met elkaar botsen. Vooralsnog ga ik uit van samenwerking. Ik heb ook uit de eredivisie nog geen enkel geluid van afstandelijkheid ontvangen.”

Het onderzoeksbureau KWW sluit een internationale competitie, zelfs op termijn, uit. Berdowski: “Leuk voor de top van Nederland, niet voor die van bijvoorbeeld Engeland, Duitsland of Italië. Die hebben meer dan genoeg aan hun eigen grote land en achterban. Waarom zouden ze iets veranderen dat goed is?” Over een eventuele samenwerking tussen Nederland en België wordt echter niet gesproken.

Het onderzoek maakte verder duidelijk dat de clubs hun financiële situatie aanmerkelijk kunnen verbeteren. In de toeschouwersaantallen en merchandising zit nog flinke rek, er is een behoorlijke belangstelling voor pay-per-view. De inkomsten kunnen veertig procent groeien. Toenemend vandalisme daarentegen kan het publiek afschrikken, verandering van wedstrijddagen en een negatief effect van de (verplichte) clubcard eveneens. Maar de potentiële belangstelling voor het betaald voetbal in Nederland werd bijna “onvoorstelbaar groot” genoemd. “Er wordt naar inkomsten gevist met een hengel, terwijl een schepnet voor de hand zou liggen.”