'Nederland wil niet echt doorbijten'

Nederland heeft nog steeds geen consistent Suriname-beleid, vindt de Surinaamse politiek analist Marten Schalkwijk. Het draagt bij aan een “ongewenste polarisatie rond de figuur van Bouterse”. Een herhalingsoefening van de jaren tachtig?

PARAMARIBO, 25 AUG. De mislukte aanhouding van de Surinaamse ex-legerleider Bouterse laat zien dat “Nederland toch niet echt wil doorbijten”. Dat zegt Marten Schalkwijk, een Surinaamse politiek analist en directeur van het Instituut voor Maatschappij-wetenschappelijk Onderzoek (IMWO) van de Anton de Kom-universiteit in Paramaribo. “Als je Brazilië een signaleringsverzoek doet en je bent plotseling bang dat dat land niet verder meewerkt, vraag ik me af wat de waarde ervan is”, aldus Schalkwijk (42) over de interventie van de Nederlandse minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) bij zijn collega van Justitie, die vorige maand de van drugshandel verdachte Bouterse in het buurland van Suriname wilde laten oppakken.

Hij kritiseert het “oude, reactieve, defensieve Nederland-beleid” dat hij aan Surinaamse kant ziet. Toch vindt hij ook dat de jongste episode in de zaak-Bouterse bewijst dat Nederland “geen visie op de lange termijn heeft” maar nog steeds “ad hoc reageert”. Het lijkt bijna “een herhalingsoefening van de jaren tachtig”, toen de relaties zware averij opliepen, ook wegens Bouterse. “Dat is geen prettig gevoel, omdat het toen een doodlopende weg is gebleken.” Het is ook navrant omdat, zegt Schalkwijk, juist “Van Mierlo de politieke moed heeft opgebracht om de betrekkingen te verbeteren, ook met de door Bouterse geleide NDP.”

Volgens Schalkwijk heeft Nederland de afgelopen weken bijgedragen aan een polarisatie rond de figuur van Bouterse. “Daaraan heeft deze maatschappij geen behoefte. We zijn een fase verder. Suriname is veel meer dan alleen Bouterse. Wat het morele aspect betreft: omdat wij geleden hebben, hebben wij ook het recht eroverheen te stappen. Het is niet aan anderen om te bepalen hoe wij daarmee omgaan. Van Mierlo vraagt zich vaak verontwaardigd af hoe wij hier Bouterse nog kunnen handhaven, maar in 1985 zijn alle Surinaamse top-politici met hem om de tafel gaan zitten. Men vond toen blijkbaar dat er toch een groter maatschappelijk en politiek belang is dan de man isoleren en wegens de 'december- moorden' van 1982 voor het gerecht te krijgen. Men kan het leuk vinden of niet, maar die keus moet men hier maken, net als men het in Chili met meneer Pinochet heeft gedaan.”

Nederland noemt de drugszaak tegen Bouterse een zuiver juridische aangelegenheid. Dat is na Van Mierlo's politieke interventie bij Justitie moeilijk vol te houden. Suriname is volgens Schalkwijk al helemaal niet in staat die twee los van elkaar te zien, zodat Nederland hoe dan ook binnenlandse Surinaamse politiek bedrijft. De huidige ruzie binnen de coalitie van president Jules Wijdenbosch (NDP) hing al een tijd in de lucht, maar dat het juist nu gebeurde is volgens hem een rechtstreeks gevolg van de recente clash tussen beide landen.

Die ruzie gaat overigens niet rechtstreeks over Bouterse. Het blok van minister van Financiën Atta Mungra, dat onder de naam BVD na de verkiezingen van 1996 de hindostaanse VHP de rug toekeerde om met de NPD te kunnen regeren, dreigt samen met enkele andere groepen en groepjes de coalitie te verlaten. Tenzij Wijdenbosch belooft de staatsuitgaven te kortwieken en minder NDP'ers op sleutelposten te benoemen.

Mungra c.s. zouden juist nu hun invloed proberen te vergroten, omdat Wijdenbosch tijdens zijn ontmoeting in Rio met Van Mierlo een veer heeft moeten laten. De banden met Nederland zijn min of meer gelapt, ook al omdat een meerderheid van de Surinamers helemaal geen ruzie wil met Nederland. Maar de 'Wanted'-poster van Bouterse blijft wel bij alle grenzen, zodat de schaduwpresident even geen dienstreizen kan maken. De uitkomst van het rondje boksen in de coalitie is onzeker: misschien waait de bui over omdat de partners toch het liefste blijven regeren, misschien ook ploft de coalitie, met onvoorspelbare gevolgen. Tussen die uitersten lijkt nog veel mogelijk.

De spanningen in de regering zijn het gevolg van de steeds dominantere positie die de NDP is gaan innemen, zegt Schalkwijk. “Maar dat ligt niet zozeer aan Bouterse, als wel aan de positie van de president. Die ziet zichzelf als een sterke, executieve president. Dat betekent dat anderen tweede viool moeten spelen. Als de president de cruciale figuur is bij benoemingen, is het ook te verwachten dat hij zijn eigen partijgenoten naar voren schuift, tot ongenoegen van de coalitiepartners. Eerst zeiden ze het alleen binnenskamers en nu ook openlijk.

“Onze plurale samenleving heeft altijd veel partijen gehad en naar consensusdemocratie gestreefd. Maar dat leidde bij de vorige regering tot trage besluitvorming. Om die te versnellen werd toen al gepleit voor meer macht voor de president. Nu is de besluitvorming onder de NDP in een hogere versnelling gekomen, maar met opoffering van consensus. Daardoor ontstaan scheuren in de maatschappelijke verhoudingen.”

De NDP trekt veelal mannen en jongeren, bijvoorbeeld omdat zij zich aangetrokken voelen door Bouterse's macho-charisma, respectievelijk omdat zij de decembermoorden niet hebben meegemaakt. De traditionele partijen trekken vooral ouderen, elk vooral uit de eigen etnische groep: hindostanen, creolen en javanen. Dat de NDP er met geld en een goede organisatie voor het eerst in is geslaagd een multi-etnische, nationale partij te worden, noemt Schalkwijk “een prestatie”.

Voor veel Surinamers staat het vast dat sommige politici in de coalitie met NDP-geld gekocht zijn. Het staat ook vast dat de NDP de media het leven zuur maakt, zoals blijkt uit het recente ontslag van 'niet-loyale' werknemers bij de staatstelevisie. En een toenemend aantal NDP'ers zou openbare functies gebruiken om zichzelf te verrijken. Die sfeer van corruptie en intimidatie “holt het vertrouwen uit”, zegt Schalkwijk voorzichtig. “Het roept spookbeelden uit de jaren tachtig op. Je hoopt dat men veel geleerd heeft, maar je ziet dat er bij benoemingen weinig nieuwe gezichten komen en dat er helaas te weinig op deskundigheid wordt gelet.”

Namens de stichting Sibibusi, waarvan hij eveneens directeur is, ijvert Schalkwijk voor “bevordering van democratie en versterking van de rechtsstaat”. Een sibibusi is een tropische stortregen die zo krachtig is dat de dorre takken van de bomen vallen en 'het bos wordt gezuiverd'. “Een strijdbare naam”, zegt Schalkwijk, die voor zijn krachtig door de kerken gesteunde stichting vrijwel wekelijks stukken schrijft in De West en De Ware Tijd, de twee grote kranten van Paramaribo. “Maar onze methode is het harmoniemodel.”

Daarbij horen óók gesprekken met Bouterse. “Je moet geen politici bij voorbaat uitsluiten”, zegt Schalkwijk. “Bouterse onderkent ook dat er te veel polarisatie is, maar de andere politici hebben plannen voor een soort nationaal kabinet afgemaakt. Het idee is goed, maar er ontbreken nu de voorwaarden en de mensen voor.” Schalkwijk meent dat Suriname moet “leren van anderen” en verwijst naar Guyana, dat na de onafhankelijkheid van de Britten in 1970 met succes de weg alleen vervolgde.