Medewerkers minister van Justitie: Stop arrestatie spijt Sorgdrager

DEN HAAG, 25 AUG. Minister Sorgdrager van Justitie betreurt achteraf dat zij akkoord is gegaan met afgelasting van de arrestatie van ex-legerleider Bouterse in Brazilië. Dit zeggen hoge ambtelijke bronnen bij het ministerie van Justitie.

Volgens justitiële bronnen in Den Haag heeft Nederland vorig jaar al de definitieve toezegging gekregen van Brazilië dat de federale politie gehoor zou geven aan een internationaal aanhoudingsbevel om de Surinaamse ex-legerleider D. Bouterse te arresteren met het oog op uitlevering.

De mededeling van minister Van Mierlo, die afgelopen vrijdag na het kabinetsberaad verklaarde dat er wegens de beslommeringen rond de Eurotop nog geen tijd geweest was om de Braziliaanse houding ten aanzien van de arrestatie van Bouterse te peilen, wordt door justitiële bronnen in Nederland als volstrekt onjuist van de hand gewezen.

Ook de hoogste juridisch adviseur van de Braziliaanse minister van Justitie, S. Nabuco, zegt dat Brazilië zeker gehoor zou hebben gegeven aan een verzoek tot arrestatie van Bouterse. “Dat Brazilië en Nederland geen bilateraal uitleveringsverdrag hebben doet hier niet ter zake”, zegt Nabuco telefonisch vanuit Rio de Janeiro. Uiteindelijk beslist in Brazilië een onafhankelijke rechter over al dan niet uitleveren. Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken wilde vanochtend niet reageren.

Op het Nederlandse departement van justitie melden intussen hoge ambtelijke bronnen, dat minister Sorgdrager er nu spijt van heeft dat zij na overleg met haar collega van Buitenlandse Zaken heeft besloten de actie tegen Bouterse af te gelasten. De minister vindt dat de actie goed was voorbereid door het openbaar ministerie, aldus deze bronnen.

Naast de VVD-bewindslieden hadden ook de PvdA-ministers Pronk (Ontwikkelingssamenwerking) en Melkert (Sociale Zaken, en tijdens de vorige kabinetsperiode fractiespecialist voor Surinaamse aangelegenheden) er moeite mee dat het arrestatie- en uitleveringsverzoek aan Brazilië na bemoeienis van Van Mierlo door Sorgdrager is aangehouden.

Delegaties van het Haagse OM en politie, de officier van justitie C. van der Voort en politiecommissaris T. Driessen zijn in 1996 tot drie keer toe gereisd naar de Braziliaanse hoofdstad om de medewerking te vragen bij een aanhouding van Bouterse om zo te komen tot uitlevering wegens grootschalige drugshandel. De reizen werden georganiseerd nadat in juli 1995 door het OM de conclusie was getrokken dat er voldoende bewijsmateriaal was om Bouterse te berechten. De definitieve toezegging kwam van het hoofd van de Braziliaanse federale politie persoonlijk.

Pagina 3: 'Sorgdrager betreurt uitblijven actie'

Sorgdrager is volgens hoge ambtelijke bronnen op haar departement van mening dat de actie van het openbaar ministerie om Bouterse te vervolgen goed was voorbereid. Zij heeft er spijt van dat zij zich op 18 juli door haar collega Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) heeft laten 'overrulen' niet tot een arrestatie- en uitleveringsverzoek aan Brazilië over te gaan.

Nog vrijdag zei premier Kok dat de ministers Van Mierlo en Sorgdrager het geheel eens waren in hun beoordeling om af te zien van een arrestatie- en uitleveringsverzoek. In een brief aan de Tweede Kamer verdedigt Sorgdrager samen met Van Mierlo het afblazen van de actie. Volgens Van Mierlo was het twijfelachtig of Brazilië mee zou werken aan de arrestatie- en uitlevering van Bouterse.

Premier Kok zei vrijdagavond na afloop van langdurige kabinetsberaad dat de ministerraad “volledige steun” had gegeven aan de handelwijze van de D66-ministers. “Het kabinet kan billijken dat de ministers Van Mierlo en Sorgdrager zo hebben gehandeld”, aldus Kok.

In de Tweede Kamer houden de fracties van CDA en VVD ernstige kritiek op de handelwijze van Van Mierlo en Sorgdrager. De fracties van PvdA en D66 geven ondanks vragen steun aan de ministers. De Kamer zal mogelijk al morgen, als zij terugkeert van het zomerreces, een plenair debat voeren met de beide ministers.

VVD-woordvoerder Weisglas vindt dat Van Mierlo niet afdoende heeft aangetoond waarom op 18 juli is besloten af te zien van een arrestatie- en uitleveringsverzoek aan Brazilië. “Ik vind de brief aan de Kamer niet helder. Het is niet meer dan met een natte vinger in de lucht zeggen: we denken dat de Brazilianen niet meedoen. Ik vind dat heel erg vaag en heel erg onbevredigend. Wij willen duidelijkheid dat het zo niet weer gebeurt.”

De PvdA accepteert de uitleg van Van Mierlo dat hij niet om politieke redenen heeft besloten van een arrestatieverzoek aan Brazilie af te zien. “De minister wordt geloofd totdat het tegendeel blijkt.” D66-fractieleider Wolffensperger noemde de handelwijze van de beide D66-ministers in het weekeinde 'verdedigbaar'. “Ik zeg niet dat ik me geen enkele andere beslissing had kunnen voorstellen”, voegde hij daar overigens aan toe. Oppositiepartij CDA liet afgelopen vrijdag al weten geen genoegen te nemen met de verklaring van Sorgdrager en Van Mierlo.

Over de bereidheid van de Braziliaanse politie tot medewerking zijn de Haagse hoofdcommissaris Brand en de toenmalige Haagse hoofdofficier van justitie Blok geïnformeerd. De Braziliaanse toezegging vormde ook de basis voor het deze zomer doen uitgaan van het uiteindelijke signaleringsbericht naar Brazilië. Justitie heeft nadrukkelijk de medewerking gevraagd van de federale politie omdat de angst bestaat dat Bouterse wel over hem goedgezinde contacten beschikt bij de Braziliaanse militaire politie die aanhouding zouden kunnen belemmeren.

Onderdeel van de strategie die met minister Sorgdrager was doorgenomen, was dat de Nederlandse politie-attaché verbonden aan de Nederlandse ambassade in Brasilia, A. Modderkolk, op het moment dat Bouterse in Brazilië gesignaleerd zou worden de federale politie schriftelijk om aanhouding zou vragen. Modderkolk heeft hiervoor een kant-en-klaar schrijven gereed liggen. De attaché zat het weekeinde van 18 juli ook klaar om te handelen toen het licht door minister Van Mierlo op rood werd gezet. Door deze interventie bleef de arrestatie van Bouterse achterwege, zoals deze krant vorige week meldde.

De departementale juridische adviseur in Brazilië, Nabuco, wijst erop dat de Nederlandse regering ten onrechte stelt signalen te hebben dat de Braziliaanse regering Bouterse niet zou willen uitleveren. “De vraag of een verdachte die op verzoek van een ander land wordt aangehouden omdat men zijn uitlevering wil, wordt in het geheel niet door onze regering beantwoord. Het constitutionele hof in Brasilia zal toetsen of er uiteindelijk voldoende gronden zijn voor uitlevering. De regering gaat daar niet over.”

De uitleg van Van Mierlo dat hij over niet nader aangeduide signalen beschikte dat Brazilië Bouterse zou laten lopen, wordt door justitiële bronnen niet alleen als ongeloofwaardig aangemerkt maar zij beschouwen die uitleg ook als een belediging aan het adres van Braziliaanse collega's. Er is door justitie en het zogeheten Copa-team juist nadrukkelijk geïnvesteerd in het onderhouden van justitiële contacten met Brazilië omdat de kans het grootst was dat Bouterse daar uiteindelijk kon worden opgepakt omdat hij regelmatig in dit land vertoeft. Suriname levert namelijk geen eigen onderdanen uit. Van Mierlo was volgens hoge justitiële bron gewoon bang dat aanhouding van Bouterse de relatie met Suriname ernstig zou verstoren en wilde eerst nader overleg met de Surinaamse regering.

Een rechercheur van het Copa-team is in 1994 als speciale agent een half jaar verbonden geweest aan de Nederlandse ambassade in Brazilië. Ook in die periode is er al voortdurend overleg geweest over het Bouterse-onderzoek. Behalve de Braziliaanse federale politie heeft ook een Duitse drugs-liaison-officier die in Brasilia was gestationeerd aan het Copa-onderzoek meegewerkt. De voorspelling van Van Mierlo dat Bouterse een volgende keer waarschijnlijk wel in Brazilië zal worden aangehouden, wordt door justitiële bronnen nu als een wel zeer theoretische mogelijkheid gezien. Justitie verwacht niet dat Bouterse nu nog een keer dit risico zal lopen. “Hij zal hooguit een land als Colombia bezoeken en daar is de kans inderdaad groot dat zijn bewegingsvrijheid niet zal worden beperkt”, aldus een ingewijde. Van Mierlo's interventie wordt daarom in justitiële kringen aangemerkt als een serieuze tegenslag voor het welslagen van het drugsonderzoek.