Marcel Wouda is gebouwd voor de wisselslag

SEVILLA, 25 AUG. Als een zombie kroop Marcel Wouda gisteren uit het water. “Helemaal stuk” zat de wereldrecordhouder en als een speelgoedeend waggelde hij van het zwembassin naar de aangrenzende mixed zone. De hitte was naar zijn hoofd gestegen en het moordende tempo een aanslag geweest op lijf en leden.

Toen hij na enkele minuten weer bij kennis was, stelde Wouda vast dat hij, de killer die volgens sommigen nooit een killer zou worden, over ruim vier maanden bij de WK in Australië de te kloppen man is. “So be it.”

Wouda zette gisteren de kroon op zijn werk bij de EK in Sevilla. Vier dagen na het goud op de 400 meter wisselslag ontpopte hij zich andermaal als een menselijke vis, dit keer op de 200 meter wisselslag. Op de ingekorte versie van de veeleisende combinatie vlinder-, rug-, school- en vrije slag, het nummer waarop hij vorig jaar in Atlanta als vierde eindigde, tikte hij als eerste aan in 2.00,77, een Nederlands record. “Ik ben gebouwd voor de wissel. Vandaag heb ik mijn eigen race gezwommen en daarom moest het wel goed gaan.”

De basis voor zijn overwinning legde Wouda op de rugslag toen hij zienderogen uitliep op zijn twee voornaamste concurrenten, de Fransman Xavier Marchand (uiteindelijk tweede) en de Fin Jani Sievinen (derde). Laatstgenoemde was jarenlang te sterk voor Wouda, maar waar de wereldrecordhouder op de 200 wissel worstelt met een post-olympische depressie heeft de 25-jarige Brabander de lessen van Atlanta ter harte genomen. Voortaan zet hij in het water zijn verstand op nul en durft hij hardop te zeggen dat hij voor niemand bang hoeft te zijn.

De 200 wissel vergt een ander been- en slagritme dan de 400 wissel, het nummer waarop de stayer Wouda zich het meest thuisvoelt. Binnen zwemkringen geldt de discipline als een van de moeilijkste onderdelen. Wegens de vele omschakelingen die de zwemmers binnen korte tijd moeten maken, wordt veel geëist van hun fysieke vermogens. Van vlinderslag naar rugslag, van schoolslag naar borstcrawl. Het ging Wouda ogenschijnlijk moeiteloos af, al zwom hij naar eigen zeggen “tegen de verzuring aan”.

Wouda mag zich de opvolger noemen van Tamas Darnyi, de Hongaar die halverwege de jaren tachtig ongenaakbaar was als wisselslag-specialist. Vier jaar geleden beëindigde Darnyi zijn loopbaan, maar het respect voor de viervoudig olympisch kampioen is nog altijd groot. Ook bij Wouda. “Darnyi was zijn tijd ver vooruit. Een man tegen wie ik opkeek. Bij de Olympische Spelen lag ik bij hem in de serie en had ik werkelijk niets in te brengen.”

Verheugd stelde Wouda na afloop vast dat mede door zijn toedoen voor de eerste keer sinds mensenheugenis de Nederlandse mannen met meer medailles huiswaarts keren dan de vrouwen. Zelf moest hij op grote titeltoernooien jarenlang genoegen nemen met een bijrol en toekijken hoe de vrouwen wel klaarspeelden waarin hij niet slaagde. “En dat was niet altijd even leuk.”

Het was zaterdag aan Carla Geurts te danken dat de vrouwenploeg voor het eerst in de geschiedenis niet met lege handen bleef. Edith van Dijk won anderhalve week geleden weliswaar brons op de 25 kilometer, maar het marathonzwemmen vormt een aparte discipline binnen de zwemsport. Geurts, een routinier inmiddels met haar 26 jaar, legde op de 800 meter vrije slag in 8.36,14 beslag op het zilver, bijna twee seconden achter de Duitse veterane Kerstin Kielgass.

Geurts profiteerde zaterdag van de afwezigheid van twee belangrijke concurrentes, landgenote Kirsten Vlieghuis en de Ierse Michelle Smith-De Bruin. Vlieghuis werd vrijdag geveld door angina en Smith meldde zich af omdat ze haar energie bij nader inzien niet wilde verdoen op een nummer waarop ze zichzelf niet kansrijk achtte.

De drievoudig olympisch kampioene kwam op de slotdag wel in actie op de 200 meter vlinderslag, het nummer dat Smith twee jaar geleden nog won. Maar na twee keer goud (200 vrij en 400 wissel) werd de echtgenote van Erik de Bruin gisteren in de slotmeters gepasseerd door publiekslieveling Maria Pelaez. De Spaanse bezorgde haar vaderland daarmee de tweede gouden medaille nadat veteraan Martin Lopez-Zubero een dag eerder succesvol was op de 100 meter schoolslag.

Pieter van den Hoogenband heeft zaterdag zijn ongelukkige optreden in Sevilla in stijl beëindigd. In de finale van de 50 meter vrije slag werd de scholier gediskwalificeerd nadat hij een tweede valse start had veroorzaakt. Volgens de jury maakte de PSV-zwemmer vlak voor het startschot een onverhoedse beweging naar achteren. “Het is ook altijd wat. Misschien vergeet ik de volgende keer mijn zwembroek wel”, zei Van den Hoogenband die in 22,78 als derde was gefinisht. “Jammer dat het voor niks was.”

Ook Stefan Aartsen zwom zaterdag hard, maar net als Van den Hoogenband op het verkeerde moment.

In de ochtenduren kwam de 22-jarige Vlaardinger een fractie te kort om zich te plaatsen voor de finale van de 200 meter vlinderslag. Tegen het einde van de middag vestigde Aartsen vervolgens in de B-finale een Nederlands record (1.58,43) die in de A-finale goed was geweest voor de zilveren medaille. Aartsen troostte zich met de gedachte dat zijn tijd ruimschoots voldoende was voor een plaats in de WK-equipe.

Naast Aartsen (100 en 200 vlinder) zijn de volgende zwemmers zeker van deelname aan de WK: Van den Hoogenband (100 en 200 vrij), Kuipers (100 en 200 school), Wouda (200 vrij, 200 en 400 wissel), Geurts (400 en 800 vrij), Van Hofwegen (100 vrij), Postma (50 vrij) en Vlieghuis (400 vrij). Zowel bij de mannen als bij de vrouwen worden twee estafetteploegen afgevaardigd, de 4x100 vrij en de 4x200 vrij. De bezetting daarvan krijgt de komende weken gestalte.