Korpschef Brand bij vertrek: 'Doorlaten drugs is beste methode'

Korpschef J.L. Brand vertrekt bij het regiopolitiekorps Haaglanden. De opsporingsmethoden van de politie mogen niet te veel worden beperkt, waarschuwt hij.

DEN HAAG, 25 AUG. Het doorlaten van kleine hoeveelheden hard-drugs blijft de meest effectieve methode om in een later stadium grote klappen uit te delen aan criminele organisaties die handelen in verdovende middelen. Dit zegt de vertrekkende korpschef van de politie Haaglanden J.L. Brand (60). “De politiek was dat niet met ons eens, maar ik ben er nog steeds heilig van overtuigd.”

Brand staat vlak voor het einde van zijn politieloopbaan die in totaal ruim veertig jaar heeft geduurd. Op 1 september gaat hij met pensioen en zal J. Wiarda, die nu nog korpschef in Utrecht is, zijn post overnemen. Brand praat echter liever over de toekomst van de politie dan over zijn afscheid.

Volgens Brand is het essentieel dat de politie aan informatie kan komen. De politiek moet volgens hem in de nieuwe wet voor de opsporingsmethoden dusdanig ruimte scheppen voor nieuwe technieken en methodes dat de politie de benodigde informatie kan verzamelen en niet als “een dolle achter elk incident hoeft aan te hollen”. Brand: “Als je zegt: 'de politie sturen we met oogkleppen de straat op, we binden hun handen vast en we stoppen proppen in hun oren', dan krijg je dus de Swiebertjes van weleer”, aldus Brand.

De criminaliteitscijfers zijn in de vijftien jaar dat u als korpschef actief was teruggelopen, maar het geweld en de georganiseerde misdaad zijn toegenomen. Hoe kan de politie daar greep op krijgen?

“Voorop moet worden gesteld dat de strijd tegen de georganiseerde misdaad een eeuwige zal zijn. De grote crimineel is er louter op uit om veel geld te verdienen. Die houdt daar ook niet mee op. Ze huren op ieder terrein de beste experts in. Het enige wat je kunt doen is zoveel mogelijk slagen toebrengen aan organisaties. Dan moet je inzicht hebben in die organisaties om te weten waar ze kwetsbaar zijn. De politie moet daar opsporingsmethoden voor hebben. Dat is een eeuwig spel waarbij de wetgever de regels stelt, de crimineel over de grens heen gaat en de politie langs de grens loopt.”

De politiek bepaalde na de parlementaire enqûete opsporingsmethoden dat het niet langer aanvaardbaar is dat er hoeveelheden cocaïne worden doorgelaten. Dat gebeurde in Haaglanden onder uw leiding. Hoe kijkt u daar op terug?

“We hebben er destijds lang over nagedacht of het acceptabel was om kleine hoeveelheden drugs door te laten. Uiteindelijk zijn we tot de conclusie gekomen dat je een zogenoemde 'lijntester' mòet toelaten, als je echt grote hoeveelheden wilt pakken. Als een organisatie van plan is tweeduizend kilo drugs te versturen, kun je er donder op kan zeggen dat ze eerst eens gaan kijken hoe de lijn werkt door er een kleine hoeveelheid over te sturen. Als je die hoeveelheid van bijvoorbeeld vijftig kilo pakt, dan zullen ze het idee hebben dat er iets fout is gegaan, en gaan ze een andere methode volgen.

Als je als hoofdopdracht stelt dat de politie van de vijftigduizend kilo cocaïne die per jaar Nederland binnenkomt de helft moet pakken, dan moet je ook werken op een manier die dat mogelijk maakt. Je moet niet zeggen: 'Spring als het dolle in het rond en probeer iedere gram te pakken'. Want dan weet je dat je ineffectief bezig bent. Ik geloof er nog steeds heilig in dat het doorlaten van kleine hoeveelheden drugs de beste methode is.''

Heeft de politiek door het in principe verbieden van opsporingsmethoden zoals het doorlaten van partijen drugs het opsporen van criminele organisaties bemoeilijkt?

“Wij hebben vorig jaar nog steeds organisaties opgerold en brengen ook nog wel slagen toe. Maar de criminele organisaties analyseren de politie. Ze leren van ieder proces-verbaal dat wij maken. Ze lopen steeds een aantal stappen vooruit en dat zal ook altijd zo blijven. Maar je moet er wel voor zorgen dat de wetgeving van dien aard is dat de politie ook kàn volgen. Daarin moet niet alleen de praktijk van vandaag worden geregeld, maar moet ook rekening worden gehouden met nieuwe ontwikkelingen. Op militair gebied wordt bijvoorbeeld gewerkt aan het gebruik van onbemande vliegtuigjes die kunnen opsporen. Op enig moment is de vraag of je dit soort technologie ook niet moet gaan hanteren om criminelen op te sporen. Nu is dat nog niet aan de orde, maar je moet nooit zeggen dat je die methode nooit zal gebruiken. Ons algemeen belang is om de georganiseerde criminaliteit in bedwang te houden. De politiek moet daarvoor de ruimte scheppen. De politicus houdt vooral het belang van de individuele burger in de gaten, maar misschien zou dat soms ondergeschikt moeten worden gemaakt aan het algemeen belang.”

Naast het bestrijden van de georganiseerde criminaliteit heeft de politie in Haaglanden haar handen vol aan het toenemende geweld in de regio. Hoe komt het dat er in Den Haag relatief meer geweld is dan in andere grote steden?“Waar ledigheid aanwezig is, is de stap naar crimineel gedrag sneller gemaakt. In Den Haag is het voor niet-geschoolden heel moeilijk om passende arbeid in de omgeving te vinden. Daar moet geweldig veel in worden geïnvesteerd. Wij zien in de regio honderd groepen jongeren opereren die voor overlast en criminaliteit zorgen. Niets is zo van invloed op het veiligheidsgevoel van mensen als overlast. Als je daar iets aan wilt doen moet je de zichtbaarheid van de politie op straat versterken. Maar als de politiek voor de keuze staat meer politie of meer werkgelegenheid, dan moet ook ik zeggen dat de beste bestrijding van de criminaliteit het versterken van de werkgelegenheid is.”

Naast de politie zijn er in Den Haag zeshonderd toezichthouders die voor de politie misstanden signaleren. Bij de politiek leeft het idee om meer werklozen in te zetten als stadswachten. Een goed idee?“Nee, daar moet je heel voorzichtig mee zijn. We hebben tot nu toe de handhavingsteams kunnen vullen met mensen die werkloos waren en die ontzettend graag weer aan het werk wilden. Maar als je de omslag gaat maken naar veel grotere getallen krijg je een ander soort mensen, die minder gemotiveerd zijn. We vragen politiemensen met intellectuele bagage. Je moet niet een politieorganisatie krijgen waarvan de onderkant slechts beperkte capaciteiten heeft, terwijl een kleine bovenbouw die capaciteiten wel heeft. Je moet dus niet roepen: 'het gaat zo goed, laten we er nog maar een paar duizend straattoezichthouders bij doen'. Dan verstoor je het evenwicht.”

Per 1 september verlaat u na vijftien jaar korpschef te zijn geweest de politie Haaglanden. Wat gaat u nu doen?

“Dat kan ik nog niet zeggen. Ik heb een aantal aanbiedingen waar ik nog geen ja of nee heb gezegd. Ik ga in ieder geval verhuizen naar Friesland. Lekker rustig.”