I confess

Het Nederlands Filmmuseum vertoont deze zomer bijna alle films van Alfred Hitchcock. In 'I confess' gaat een priester de ondergang tegemoet, omdat hij het biechtgeheim niet wil schenden.

I confess. Nederlands Filmmuseum, Vondelpark 3, Amsterdam, 26 en 29 augustus. Res. 020-5891400

De hoofdpersoon van I confess (1952) is een soutane. In die soutane zit Montgomery Clift, parochiepriester. Eén keer zit hij niet in die soutane. Dan zit er iemand anders in en die ander pleegt een moord. De moord wordt gebiecht - aan Clift. Clift zwijgt, ook als men hem op verdenking van moord arresteert. Het biechtgeheim is hem heilig, en verder heeft de door hem vertolkte Father Logan trouwens ook niet veel te zeggen. Zwijgen en mooi zijn dat is eigenlijk al wat er voor de hoofdrolspeler te doen valt. Het drama ontwikkelt zich rond hem, maar bijna zonder hem.

Het is een dramatisch bruikbaar gegeven, dat van het biechtgeheim dat niet geschonden mag worden. Want wat als iemand in de biechtstoel de verschrikkelijkste dingen opbiecht? In de in dit opzicht met I confess te vergelijken film Priest krijgt de (ook al beeldschone) jonge priester in de biechtstoel van een meisje te horen dat haar vader haar misbruikt. Hij zegt niets, ondanks de voortgaande verwoesting van het leven van het meisje. Dat is weerzinwekkend. In deze Hitchcock weet de priester wie de moord gepleegd heeft terwijl hijzelf onder verdenking staat. Hij zegt niets. Dat is heroïsch. Maar beide priesters hebben weinig geloofwaardigs. Father Logan, de wandelende soutane, wordt ons voorgehouden als een toonbeeld van rechtschapenheid. Hij is, desnoods tot de dood toe, loyaal en trouw tegenover iedereen die iets van hem te verwachten heeft. Hij is kuis, zelfs voor hij priester was, was hij al rein als sneeuw, hoe verliefd hij toen ook was op Anne Baxter die onder aanzwellende vioolmuziek van een bordes afzweefde regelrecht zijn verlangende armen in. Hij kuste haar diepgevoeld maar verder was hij 'heel serieus' zoals Baxter later aan de politie zal vertellen. En heel serieuze mannen, die glimlachen teder als hun geliefde na een nacht in een prieel waar een storm hen heendreef, 's morgens ontwaakt. Zo'n serieuze man die later soutane wil worden, denkt er niet aan om misbruik te maken van de situatie.

Suikergoed en marsepein alom. Gelukkig is er ook nog slechtheid en moord in de wereld - wat natuurlijk niet gelukkig is, maar wie een poosje naar de intens goede Clift en de weliswaar wankelmoedige (vrouwen kunnen nu eenmaal niet zo vastberaden zijn als mannen) maar toch ook zeer liefderijke Baxter heeft zitten kijken is bijna blij als de moordenaar weer even in beeld komt die de steeds meer in het nauw gedreven priester toesist dat hij het biechtgeheim niet mag schenden, niet zolang hij priester is. En dat ze hem daardoor misschien wel gaan ophangen in plaats van zijn biechteling, maar dat hij dan toch nog altijd niets kan zeggen. De moordenaar (Karl Malden), werkzaam als klusjesman voor de kerk, begint als een wanhopige maar wordt steeds weerzinwekkender. Hij haalt Father Logan het bloed onder de nagels vandaan, met zijn angstige en verbeten gefluister over zijn eigen mogelijke lot terwijl de priester intussen zijn ondergang tegemoet gaat. Maar Clift is een priesterheld. Die zwijgt. Tot het bittere einde.