Hersengymnastiek

DE TESTCASE over het gebruik van kroongetuigen - het proces tegen Johan V, alias de Hakkelaar - is opnieuw op scherp komen te staan. In februari veroordeelde de rechtbank in Amsterdam V. wegens grootschalige drugshandel, mede met behulp van de verklaringen van kroongetuige Karman. In ruil was deze door het openbaar ministerie toegezegd dat het zou verhinderen dat hij nog daadwerkelijk straf zou moeten uitzitten. Ook indien hij wegens zijn eigen aandeel in de drugshandel zou worden veroordeeld door de rechter.

De rechtbank in Amsterdam heeft nu - in andere samenstelling - deze deal afgewezen. De toezegging op voorhand van het OM dat het een door de rechter opgelegde straf niet ten uitvoer zal leggen, is volgens het college zozeer in strijd met beginselen van een eerlijke procesgang dat het recht op strafvervolging van deze verdachte is komen te vervallen. Het OM is er immers juist om te zorgen dat de wetten ten uitvoer worden gelegd.

Karman is alsnog vrij. Maar hoe moet het nu met de Hakkelaar? Zijn raadslieden hebben de uitspraak met gejuich ontvangen. Hun bezwaar dat de deal met de kroongetuige niet deugt, wordt nu immers bevestigd door een college uit dezelfde rechtbank die de veroordeling uitsprak. De rechters in de Hakkelaar-zaak hadden dit echter voorzien. Zij overwogen dat de verdachten in deze zaak niet “een rechtens te respecteren belang” hadden bij de gewraakte toezeggingen van het OM aan de kroongetuige.

DIT IS EEN formule die met name in drugszaken haar nut heeft bewezen. Zo protesteerde een verdachte tevergeefs tegen een telefoontap met het argument dat er geen enkele reden was te vermoeden dat hij aan bepaalde gesprekken zou deelnemen zodat sprake was van een ongerechtvaardigde inbreuk op zijn privacy. De Hoge Raad erkende dat de bepalingen over de telefoontap in het Wetboek van strafvordering er mede toe strekken de persoonlijke levenssfeer te beschermen, maar alleen “anderen dan de verdachte” kunnen hieraan een redelijke verwachting ontlenen.

Dit soort redenering biedt het gerechtshof in het hoger beroep van de Hakkelaar nog heel wat ruimte. Al is het de vraag of juridische hersengymnastiek de toch al omstreden geloofwaardigheid van de kroongetuige in het strafproces ten goede komt.