De populariteit van een figurant

Ongeveer 30.000 Nederlanders trokken afgelopen weekeinde de grens over naar Francorchamps. De populariteit van de Formule I in ons land is vooral op het conto te schrijven van Jos Verstappen.

“Zijn nuchterheid. En zijn talent.” Huub Brentjens, voorzitter van de Jos Verstappen Fanclub en net als Jos afkomstig uit Montfort, hoeft niet lang na te denken over de vraag wat de coureur zo populair maakt.

Dertigduizend Nederlanders moedigden Jos Verstappen gisteren aan in Francorchamps, ruim duizend fans bekeken zijn verrichtingen gistermiddag in het Jos Verstappen Kartcenter in Echt. Dat de Limburgse Formule 1-coureur al sinds zijn debuutjaar 1994 niet meer bij de eerste drie is geëindigd, doet aan zijn populariteit niets af. Hij rijdt in de hoogste klasse van de autosport en dat is voor zijn achterban al voldoende.

De fanclub van Jos Verstappen heeft met John van der Zwan uit Amstelveen onlangs zijn tienduizendste lid kunnen registreren. De omvang van de fanclub, waarvan het lidmaatschap 60 gulden per jaar plus 25 gulden inschrijfgeld kost, is uniek voor Nederlandse begrippen. Nederlandse wereldtoppers in andere takken van sport, zoals Anky van Grunsven, Richard Krajicek en Ids Postma, kunnen jaloers zijn op Verstappen.

Verstappen heeft zelfs de grootste fanclub van alle Formule I-coureurs. Vanzelfsprekend wordt hij in populariteit door een aantal collega's voorbijgestreefd. Dat bijvoorbeeld Michael Schumacher immens veel populairder is, bleek gisteren niet alleen op de tribunes in Francorchamps, maar ook uit het aantal mensen dat in het Belgische dorp de stand bezocht van Michael Schumacher merchandising. De belendende stand die officiële Jos Verstappen-artikelen verkocht, had aanzienlijk minder clientèle. Maar de supporters van Schumacher hebben er niet zo'n behoefte aan om zich te organiseren. Bovendien staat Duitsland niet als één man achter Schumacher.

Het land kent met Ralf Schumacher en Heinz-Harald Frentzen meer coureurs die hun rondjes in de Formule I rijden.

Formule I is één van de tijdschriften die zijn bestaan dankt aan Jos Verstappen. De coureur heeft een fors aandeel in de bloei op de autotijdschriftenmarkt. Wat zal er met de oplage (25.000 abonnees en 30.000 exemplaren losse verkoop) gebeuren als aan de carrière van Verstappen in de Formule I een einde komt? “Dat weet je pas als hij stopt”, zegt hoofdredacteur Arjen van Vliet. Toen na vijf van de zestien races in het seizoen 1995 Verstappens toenmalige team Simtek failliet ging en de Limburger tijdelijk noodgedwongen duimen moest draaien, resulteerde dat bij het blad in een minder snelle stijging van de oplage. Formule I deed zijn naam gisteren eer aan door al enkele uren na de race een extra editie met verslag van de GP van België op de markt te brengen, om precies te zijn bij het eerste benzinestation over de Nederlandse grens.

In de Nederlandse editie van het Engelse F1 Racing heeft Jos Verstappen zijn eigen column, getiteld Gas Los. Hij kan er maandelijks een beetje stoom afblazen, omdat hij vaker niet dan wel de finish haalt. Zijn fans hebben er begrip voor en geven langs de baan ook uitdrukking aan hun compassie met de Tyrrell-coureur, zo blijkt uit een spandoek met de kreet: “Jos, future star in a shitcar”.

Drie grote reisorganisatoren verzorgden afgelopen weekeinde trips vanuit Nederland naar de GP van België. Een groot deel van de ongeveer 30.000 supporters, die al gauw 300 gulden voor het eenvoudigste kaartje moesten neertellen, ging op eigen gelegenheid naar Francorchamps. Anderen maakten de tocht per bus. Ticket Plus, gevestigd te Amsterdam, liet achttien bussen rijden. Het bureau verkocht in Nederland in totaal 10.000 kaarten.

Kasjmir Racing Tours, dat veel zaken doet met de fanclub, verkocht tussen de 2.000 en 3.000 losse tickets en kreeg zestien autobussen vol. Afkomstig uit alle hoeken van het land verzamelden de bussen zich gisterochtend vroeg bij het Jos Verstappen Kartcenter in Echt. Daar vandaan kreeg het supporterskonvooi rond vijf uur politie-escorte tot aan de grens bij Maastricht. De fans waren er vroeg genoeg om zelfs al de warming-up mee te maken, van half tien tot tien uur.

Ook Grand Prix Tours in Groningen deint mee op de golven van commercieel succes die Jos Verstappen heeft veroorzaakt. Het bureau begon zijn activiteiten vijf jaar geleden, vlak voor de coureur bij Benetton zijn entree maakte in de Formule I. De groei van het reisbureau hield gelijke tred met de aanwas van de supporters bij de fanclub. Toen Verstappen in 1994 bij Benetton tekende, telde de fanclub al gauw 2.000 leden. Eind 1995 waren dat er 4.200, een jaar later 8.800.

Directeur Benny de Raad van Grand Prix Tours beseft terdege dat de zaken minder goed zullen gaan als Verstappen uit de Formule 1 verdwijnt. “Onze markt zal instorten, maar ik heb gevoel dat we veel klanten hebben die Formule I-fan zijn, niet alleen Verstappen-fan.” Om het effect van een stoppende Verstappen op te vangen, breidde Grand Prix Tours vorig jaar zijn werkterrein uit tot Engeland, de bakermat van de Formule I.

Een aparte plaats in de achterban van Verstappen hebben de internet-gebruikers die regelmatig inloggen op de officiële website van Jos Verstappen (http://www.verstappen.nl). De drie drijvende krachten achter het initiatief dat in november 1995 gestalte kreeg en ruim een jaar geleden van Verstappen het predikaat 'officieel' verkreeg, zijn Sandra van Buuren, Coen de Heer en Charles Webster. Ze hadden de bezoekers van de Verstappen-site die naar Francorchamps zouden gaan, opgeroepen ter hoogte van de Eau Rouge bij elkaar te komen, tussen twaalf en één uur. Maar de enigen die op het afgesproken tijdstip bij de mooiste bocht in de Formule I kwamen opdraven, waren Sandra, Coen en Charles. “Ik denk dat de meeste mensen op hun plaats blijven, omdat de plaatsen niet genummerd zijn”, verklaart Sandra de afwezigheid van internettende Verstappen-fans. Ruim voor één uur knoopt Coen de rood-wit-blauwe vlag met opschrift Joss the Boss los van het hek waarbij ze zich hadden opgesteld.

Zo minimaal de belangstelling was voor een internet-treffen op Francorchamps, zo groot is de belangstelling voor de website van Verstappen. Vrijdag boekte de site een recordaantal bezoekers: 3.730. Evenals de fanclub kan de website zich in een toenemende belangstelling verheugen. Maandelijks nemen een half miljoen internet-gebruikers een kijkje op de goed verzorgde pagina's. Het ontbreekt Verstappen aan tijd om er regelmatig een blik op te werpen. Op de circuits maakt hij wel reclame voor zijn eigen website; het adres prijkt op zijn helmvizier.

Waar Verstappens fans met een internet-aansluiting niet zoveel voelden voor een ontmoeting met de site-beheerders, spreekt een gezamenlijk bezoek aan het kartcenter van Verstappen hun des te meer aan. In november wordt er in Echt een kartweekend voor de bezoekers van de Verstappen-site georganiseerd. Er hebben zich 400 fans opgegeven. Ook Verstappen rijdt mee.

Onder de Nederlandse bezoekers in Francorchamps die Verstappen tot zijn fans mocht rekenen, bevond zich ook Jan des Bouvries. In gezelschap van Guus Verstraete bezocht hij zijn eerste Grand Prix. Rondslenterend in het rennerskwartier genoot hij vooral van de vormgeving van de autobussen waarin de teams hun gasten verwelkomen. Ajax-doelman Edwin van der Sar en zijn ploeggenoot Jari Litmanen dronken na de race een glaasje fris op het geïmproviseerde terras van Verstappens Tyrrell-team. “Het is altijd leuk als Nederlanders in een grote sport meedoen”, zei Van der Sar, die zijn chauvinisme niet onder stoelen of banken stak. “Zoals Jari voor de Finse coureurs is, ben ik voor Jos.” Aan de race beleefde Litmanen aanzienlijk meer plezier: zijn landgenoot Mika Hakkinen eindigde als derde, terwijl Verstappen in de grindbak gleed.

Aan het einde van de middag ging Verstappen met zijn motorfiets op weg naar zijn honderd kilometer verderop gelegen kartcenter in Echt. Ruim duizend fans verwelkomden hem daar als een held.