Britse waterfirma's moeten boeten

De hete zomer heeft ook in 'de tuin van Engeland' tot droogte

geleid. Het leidingstelsel vertoont grote gebreken. HASTINGS, 25 AUG. De sla ligt op sterven, de Afrikaantjes laten hun kopjes hangen en het gazon ziet eruit als een kokosmat. Grace Kilner probeert te redden wat er nog te redden valt, sjouwend met emmers en gieters. Dikke zweetdruppels verschijnen van onder de rand van haar rieten hoedje. De ogen staan op vastberaden. Zonder strijd laat ze de oogst van haar volkstuin niet verloren gaan.

Ze voert een ongelijk duel tegen de zon want sproeiers of een tuinslang mag ze niet gebruiken. Het regionale waterbedrijf Southern heeft grote delen van Sussex en Kent een spuitverbod opgelegd, ook Hastings, ook het groene paradijs van Grace Kilner. De onderneming kampt met een tekort aan water, zoals nog twee andere firma's in het zuid-oosten dat als 'de tuin van Engeland' bekend staat. Dus moeten de klanten op rantsoen en kleurt het gras zich geel tot bruin.

Watertekorten horen bij een Engelse zomer als Wimbledon en cricket. Niet dat het land niet overvloedig door regen wordt begoten. Juni gold zelfs als één van de natste maanden van de eeuw. Maar de bakermat van de industriële revolutie is weer eens het slachtoffer van de wet op de remmende voorsprong. Het Victoriaans waterleidingstelsel vertoont na een eeuw van verwaarlozing grote gebreken. Bijna eenderde van de voorraad aan water lekt weg, volgens een voorzichtige schatting 4,5 miljard liter per dag. Terwijl het dagelijks verbruik sinds 1961 is verdubbeld tot 160 liter per woning en de waterconsumptie nog altijd groeit.

Privatisering had aan die noodsituatie een eind moeten maken. Als waterbedrijven maar eenmaal in particuliere handen waren, zouden ze vrijelijk geld kunnen lenen om op grote schaal te investeren. Dan zouden ze het achterstallig onderhoud - eind jaren '80 op 12,8 miljard pond geschat - in recordtempo wegwerken. Ook dienstverlening en de kwaliteit van het water zouden profiteren, met land en klant als grote winnaars.

Zo graag wilde de Conservatieve regering acht jaar geleden dat privatisering van de waterbedrijven een succes werd, dat ze bij de verkoop zelfs geld toe gaf. Ze schreef 4,9 miljard pond af aan schulden, gaf een injectie van 1,7 miljard en incasseerde 5,2 miljard pond. Vijf jaar later was de gezamenlijke beurswaarde van de maatschappijen al gestegen tot 13 miljard pond. Aandeelhouders hadden in deze periode voor 2 miljard pond aan dividend geïnd. Tegelijkertijd hadden de directeuren hun salarissen gemiddeld meer dan verdriedubbeld. Financier was volgens de National Consumer Council de consument met een prijsstijging van gemiddeld 67 procent. Waterbedrijven waren van hun staatskorset ontdaan maar ze hadden hun monopolie behouden. De klant kon niet vluchten naar een andere leverancier. Volgens Frank Dobson, sinds kort minister van Gezondheid, maakten de maatschappijen op schaamteloze wijze misbruik van die machtspositie. Ze bezuinigden op kwaliteit waardoor het aantal gevallen van verontreinigd drinkwater de laatste drie jaar verdubbelde. Ze verzuimden om de loden waterleidingpijpen te vervangen zodat de hoeveelheid lood in het water volgens de Wereld Gezondheids Organisatie veel te hoog blijft. Ze investeerden ook niet voldoende om de grootscheepse waterverspilling terug te dringen. Ze voelen zich alleen maar verplicht aan hun aandeelhouders. Maximalisering van de winst is het doel.

Wat achterblijvende investeringen voor consequenties hebben, bleek in de droge zomer van twee jaar geleden. Eenderde van de bevolking moest zuinig doen met water. Die matiging bleef in sommige streken beperkt tot een verbod op besproeien van tuinen. Maar in Noord-Ierland werd acht uur per dag de watertoevoer afgesloten. En in Yorkshire moest het waterbedrijf zelfs zestig ton vloeistof per dag laten aanvoeren zodat klanten bij tankauto's een jerrycan vol water konden tappen. Grootverbruikende bedrijven kregen van Yorkshire Water het advies om maar te verhuizen. Evacuatie van een miljoen mensen werd voorbereid. In een onafhankelijk onderzoek dat in opdracht van Yorkshire Water verricht werd, verweet professor John Uff de bedrijfsleiding naast “ongerechtvaardigd optimistische prognoses” ook het beknibbelen op investeringen en gevaarlijke kortzichtigheid. Hij zei dat de onderneming meer geld moest spenderen aan klanten, ten koste van de couponknippers.

Zelden zal het Britse volk een fiscale lastenverhoging met zoveel enthousiasme en leedvermaak hebben ontvangen als vorige maand de windfall tax, een belasting op excessieve winsten van vroegere staatsbedrijven. De waterfirma's zijn aangeslagen voor 1,65 miljard pond. Die aankondiging viel vrijwel samen met de presentatie van recordwinsten door de waterfirma's. Alleen bij Thames Water steeg het resultaat voor belasting al met 62 procent tot 371,8 miljoen pond op een omzet van 1,28 miljard pond.

Als de waterbedrijven al dachten dat ze van verdere staatsbemoeienis waren verlost na de betaling van de extra belasting, maakte vice-premier John Prescott aan die illusie onmiddellijk een einde. Hij noemde het drie weken geleden “schandalig” dat nog altijd dertig procent van het Britse drinkwater weglekt, overigens vijf procent minder dan vóór de privatisering. Hij accepteert niet dat het terugdringen van verspilling economisch onverantwoord is, zoals veel ondernemingen beweren. Ofwat, de overheidsinstantie die op de watersector toeziet, zal jaarlijks aangeven tot welk niveau de waterverkwisting teruggebracht moet worden. Een bedrijf dat dit doel niet haalt, wordt financieel gestraft. Ofwat eist ook dat de bedrijfstak het verbruik tracht terug te dringen. Zij acht de consumptie, en dus ook de waterrekening, onnodig hoog. Dat de Britten het water ongebreideld laten stromen, wordt bevorderd doordat 89 procent van de huizen geen meter hebben. Toen de bewoners van het eiland Wight als proef een watermeter kregen, verminderde het verbruik met bijna een kwart.

Alleen als er in een bepaalde regio weer eens een tekort dreigt aan water, manen de bedrijven opeens tot spaarzaamheid en milieubewustzijn. Zo kwam de firma Severn Trent Water vorig jaar met een briljant advies voor klanten die met afgrijzen moesten aanschouwen hoe hun sappige gazonnetjes door een sproeiverbod verdorden: “Betegel uw tuin. Traditie schrijft voor dat we een grasveld moeten hebben. Maar hebben we die ook werkelijk nodig?”