Wiarda: politie moet geweld op straat bestrijden

UTRECHT, 23 AUG. De Utrechtse politie moet meer aandacht besteden aan de jongerenoverlast en het geweld op straat. Dit heeft de Utrechtse hoofdcommissaris, J. Wiarda, gisteren tijdens zijn afscheid gezegd tot zijn opvolger P. Vogelzang.

Wiarda (56) wordt op 1 september hoofdcommissaris van de politieregio Haaglanden als gevolg van de 'carrousel' die minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) na de IRT-affaire organiseerde. Vogelzang is sinds 1994 directeur betaald voetbal van de KNVB en werkte voordien bij de Utrechtse politie.

De scheidend korpschef deed zijn oproep omdat het aantal geweldsmisdrijven op straat de laatste jaren groot blijft. Straatroof, mishandeling en openlijke geweldpleging zijn sinds 1990 met 50 procent toegenomen. Het totaal aantal misdrijven in de politieregio ligt sinds 1995 echter iets onder het niveau van 1990.

De Utrechtse burgemeester Opstelten betreurde het vertrek van Wiarda, maar onderstreepte dat de overstap maar Den Haag als een promotie moest worden beschouwd. Hij karakteriseerde de korpschef als “recht door zee en temperamentvol”.

Volgens Opstelten had Wiarda een “neus voor succes”, waarbij hij onder meer wees op diens inspanningen voor slachtofferhulp, de opvang van verslaafden, een grootschalig inbraakpreventieproject in de regio en de werving van vrouwen voor het politiekorps.

Tijdens een talkshow betoogde Wiarda tot ongenoegen van presentator Joop van Zijl dat hij altijd geprobeerd heeft kwesties genuanceerd te presenteren, maar dat de pers zijn uitspraken vaak uit hun verband trok. Dat zou ook het geval zijn geweest bij zijn oproep aan winkeliers om voortaan een honkbalknuppel gereed te houden ter bescherming tegen overvallers.

Wiarda was lovend over de vernieuwingen die zijn collega's in Amsterdam bedenken. “Alles wat van enig belang is, wordt vaak in Amsterdam uitgevonden.”

De Amsterdamse politiecommissaris E. Nordholt, die daar ook op 1 september vertrekt en adviseur wordt van dat korps en van de minister van Binnenlandse Zaken, was bij het afscheid van Wiarda aanwezig.

Het tweetal raakte eind 1993 gebrouilleerd nadat Nordholt het gezamenlijk Interregionaal Recherche Team (IRT), dat onder leiding van Utrechters stond, zonder enig overleg ontbond en Wiarda op zijn beurt het Amsterdamse korps van corruptie beschuldigde.

Voor de Utrechtse politici had de korpschef ook nog een boodschap. Hij vond het “volstrekt terecht” dat het stadsbestuur de binnenstad autoluw, “zo niet auto-vrij” wil maken, maar dan zou er als alternatief onder de singels een doorlopende parkeergarage moeten worden aangelegd.