Verwoestende Canadese Jökulhlaup in kaart gebracht

In koude klimaten kunnen meren ontstaan doordat de waterafvoer wordt geblokkeerd door een ijsmassa. Als die op een gegeven ogenblik doorbreekt, ontstaat er een wilde stroom van smeltwater die vaak grote massa's (gletsjer)puin met zich meevoert.

Een dergelijk fenomeen, dat in Nederland vroeger wel werd aangeduid als 'gletcherlahar', is tegenwoordig internationaal bekend als 'jökulhlaup', naar de naam ervan in het IJslands. Vanwege het optreden in veelal ontoegankelijke gebieden met een ruig klimaat, is van jökulhlaups niet zo heel veel meer bekend dan dat ze vaak een verwoestende invloed hebben. In 1994 trad het verschijnsel op in British Columbia (Canada); twee Canadese geologen hebben de gevolgen uitputtend onderzocht en in kaart gebracht (Geomorphology 19, blz. 77).

In juli 1994 liep plotseling een door ijs afgedamd, 45 meter diep meer aan de rand van de Goddard-gletsjer voor 20% leeg. Dat gebeurde via een 700 m lange tunnel door het ijs, die zich kon uitbreiden en met het voorland in contact komen doordat de gletsjer geleidelijk afsmolt en zich terugtrok. De smeltwaterstroom die plotseling uit de ijstunnel tevoorschijn kwam, en waarvan de onderzoekers de omvang berekenen op 4 miljoen m, eindigde 11 kilometer verderop, in een ander meer. De stroom volgde in grote lijnen de bedding van een klein riviertje, maar veranderde het beeld daarvan zeer sterk. Dat was een gevolg van de zeer grote afvoer, die op het hoogtepunt 100-300 m/s moet hebben bedragen. Bij grote rivieren is dat weliswaar vaak veel meer, maar dan volgt het water een bredere en minder steile bedding. In dit geval had de steile helling (gemiddeld 2ß8, aan het begin 7ß8), in combinatie met de smalle bedding (de breedte over de laatste 4,5 kilometer van het afgelegde traject bedroeg minder dan 40 meter) ernstige gevolgen: de watermassa trad plaatselijk ver buiten de bedding, verwoestte aanzienlijke stukken bos en deponeerde in een groot gebied enorme hoeveelheden sediment, waaronder metersgrote keien. Omdat het verschijnsel zich afspeelde in een verlaten gebied, waren er geen slachtoffers te betreuren.

Hoewel de beschreven jökulhlaup de grootste van deze eeuw was in zijn omgeving, moet hij nog onder de kleinere typen worden gerangschikt. Ook in West-Canada zijn deze eeuw veel grotere opgetreden, maar de daarvan bekende gegevens berusten veelal op schattingen die pas lang na hun optreden zijn gemaakt. Volgens die schattingen vond de grootste jökulhlaup in Canada deze eeuw plaats in 1958. Daarbij kwam ruim vijftigmaal zoveel water vrij als bij de gebeurtenis in 1994, en de top-afvoer moet ruim 1500 m/s hebben bedragen. Dat is echter nog niets in vergelijking met enkele jökulhlaups die vorige eeuw in West-Canada optraden. De grootste daarvan (omstreeks 1850) moet zo'n 4,7 miljard m water hebben omvat, met een top-afvoer van zo'n 30.000 m/s. Het gaat dan dus om echt verwoestende vloedgolven. De onderzoekers wijzen erop dat de vorming van door ijsmassa's geblokkeerde smeltwatermeren in slechts enkele tientallen jaren kan plaatsvinden. Zo kan dus in korte tijd een situatie ontstaan die grote risico's oplevert voor de benedenstrooms wonende bevolking.

    • A.J. van Loon