Vermeend schrapt sociale premies

Het opheffen van het verschil tussen sociale premies en belastingen is altijd een politiek gevoelig onderwerp geweest. Minister Zalm en staatssecretaris Vermeend willen dat een volgend kabinet een einde maakt aan dit verschil.

DEN HAAG, 23 AUG. Staatssecretaris van Financiën Vermeend (PvdA) voert het advies van het Tweede-Kamerlid Vermeend uit. In 1992 schreef het Kamerlid het boekje 'De achterkant van het belasting- en premiebiljet' en daarin pleitte hij, onder meer, voor opheffing van het verschil tussen belastingen en sociale premies. Uitkeringen voor volksverzekeringen zoals de AOW moeten wat Vermeend betreft uit de algemene middelen worden betaald; de zogenoemde fiscalisering.

“Fiscalisering op zich leidt niet tot een verlaging van de lastendruk”, schreef het Kamerlid in 1992. “Wel kan fiscalisering bijdragen tot vereenvoudigingen en tot een meer evenwichtige verdeling van de druk van premies en belastingen over de verschillende inkomensgroepen.”

Het boekje - 'over de werkelijke druk van de loon- en inkomstenbelasting en de sociale premies en hoe het anders kan' - fungeert als blauwdruk bij de voorstellen die staatssecretaris Vermeend samen met zijn minister Zalm (VVD) aan het kabinet heeft voorgelegd over de toekomst van het belastingsysteem.

Met de fiscalisering zou een decennialange strijd tussen de 'preciezen' (verzekeringsideologen) en de 'rekkelijken' (belastingpragmatici) in het voordeel van de laatste groep worden beslecht. Fiscalisering is altijd een politiek gevoelig onderwerp geweest. De 'preciezen' wijzen op het verzekeringskarakter en willen de volksverzekeringen financieren via afzonderlijke premieheffing. Zo gaat het nu: de eerste belastingschijf van 37,3 procent bestaat voor het overgrote deel (32,25 procentpunten) uit premies voor de verzekering voor de oude dag (AOW), ziektekosten (AWBZ), overlijden van nabestaanden (ANW) en arbeidsongeschiktheid (AAW). Vanaf volgend jaar betaalt de werkgever de AAW-premie. Tot 1989 hoorde ook de kinderbijslag (AKW) in het rijtje thuis en betaalde men ook een premie om zich voor het hebben van kinderen te 'verzekeren'. Maar sinds 1989 is de AKW gefiscaliseerd en wordt de kinderbijslag dus uit de algemene middelen betaald.

Verzekeringsideologen, veelal van CDA-huize, wijzen erop dat verzekerden aan premiebetaling bepaalde rechten op een uitkering ontlenen. Een directe relatie tussen premie en uitkering levert volgens hen een bijdrage aan het kostenbesef. Bij fiscalisering gaan de kosten onzichtbaar op in de belastingheffing. Er zou sprake zijn van een rechtstreekse tegenprestatie; een eigenschap van belastingen is dat die relatie ontbreekt.

Tegenover deze juridische benadering staat een meer economische. De 'rekkelijken' (PvdA, VVD en D66) vinden dat bij de volksverzekeringen geen sprake is van een echte verzekering. Het onderscheid tussen belastingen en premies wordt kunstmatig gevonden; sociale premies zijn een soort belasting waarop een ander etiket is geplakt. Wanneer de financiering van de volksverzekering rechtstreeks gebeurt vanuit de belastingen levert dat een forse vereenvoudiging op.

Ook leidt dit tot een evenwichtiger verdeling van de lastendruk. De premies volksverzekering worden namelijk nu alleen geheven over een inkomen tot ongeveer 46.000 gulden; de zogeheten eerste schijf. Bij een fiscalisering is er geen bovengrens meer en worden de premies als het ware verspreid over de drie belastingschijven. Daardoor dragen de sterkste schouders ook de zwaarste volksverzekeringslasten.

“Maar, met mate”, waarschuwt het Tweede-Kamerlid Ybema (D66). Hij is sterk voorstander van fiscalisering, maar alleen als de belastingtarieven flink omlaag gaan, zoals Vermeend en Zalm ook hebben voorgesteld. Nu gelden percentages van 37,3, 50 en 60, de ministerraad discussieert over percentages van 18, 36 en 48. Ybema:“Want anders telt iemand in de huidige derde schijf van zestig procent wel een enorm bedrag neer voor de volksverzekeringen.”

“Wat gebeurt er met de sociale fondsen als de fiscalisering doorgaat?”, heeft het Kamerlid Van Zijl (PvdA) aan het kabinet gevraagd. Zijn collega Ybema weet het antwoord: “Die kunnen worden opgeheven.” De functie van de fondsen - inning van premies, beheer van premie-inkomsten en betaling van uitkeringen - wordt immers overgenomen door de overheid. Volgens de fondsen zelf verandert er nauwelijks iets; ze waren al doorgeefluik van het premiegeld, na fiscalisering worden ze doorgeefluik van belastinggeld.

Wat verdwijnt is de jaarlijkse rituele dans waarmee de hoogte van de sociale premies wordt vastgesteld. Daaraan gaat nauwelijks iets verloren, want de minister van Sociale Zaken hoeft het 'premie-advies' van de fondsen niet te volgen en doet dat dan ook vrijwel nooit. Wat de VVD-fractie in de Tweede Kamer betreft kan de bewindsman op Sociale Zaken zijn verantwoordelijkheid over de boekhoudkundige kant van de volksverzekeringen sowieso maar beter overdragen aan de minister van Financiën, zo werd minister Melkert te kennen gegeven tijdens overleg over de miljardentekorten bij de sociale fondsen.

Nederland zou met fiscalisering van de volksverzekeringen meer in de pas lopen met de andere EU-landen, die verhoudingsgewijs hun sociale zekerheid voor een groter deel uit belastingheffing financieren. Uitschieter is Denemarken, waar bijna tachtig procent van alle uitgaven aan sociale zekerheid uit de schatkist komt - dus inclusief uitkeringen op grond van werknemersverzekeringen zoals de WW en de WAO.

Dat is voor Zalm en Vermeend nog een stap te ver. Wel stellen ze voor de premies voor de werknemersverzekeringen door de Belastingdienst te laten innen in plaats van door de sociale fondsen. De parlementaire enquêtecommissie die de uitvoering van de sociale zekerheid onderzocht heeft dit ook voorgesteld en de Tweede Kamer liet eind vorig jaar blijken nog steeds in de optie geïnteresseerd te zijn.

“Ik vind het een goed voorstel”, zei de pas aangetreden staatssecretaris Vermeend in een vraaggesprek met deze krant in het najaar van 1994. “Wanneer de fiscus de premie int, is dat efficiënter, doeltreffender en minder fraudegevoelig.” Vermeend zei drie jaar geleden dat hij zou onderzoeken of het technisch kan. Het bleek te kunnen, maar dit soort fundamentele ingrepen zijn alleen mogelijk bij een wisseling van de wacht.

    • Cees Banning
    • Robert Giebels