Verloren conventies

Tijdschriften die adviezen geven voor het oplossen van relatieproblemen hebben er sinds het artikel in deze krant (15 augustus) van Jan Gerritsen 'Baan van partner rem op carrière in het buitenland' een aantrekkelijk onderwerp bij.

Voor internationaal werkzame bedrijven is het moeilijker dan voorheen werknemers te vinden die 'uitgezonden' willen worden. Daar geheel volgens de politieke correctheid louter het sekse-neutrale begrip 'partner' wordt gebruikt, is uit het artikel niet op te maken hoe de man/vrouw-verhouding ligt bij de beoogde uitzendingen. Maar ik denk dat het nog steeds meestal om een man zal gaan, van wie de vrouw vaker dan vroeger niet mee wil. Behalve voor de bedrijven is dat natuurlijk een probleem voor de paren zelf.

Hoeveel simpeler lag dat vroeger, toen het heersende ideaalbeeld - man als kostwinner en hoofd van het gezin - zich had vertaald in conventies - vrouw volgt hem waar hij gaat. Al zullen er toen ook mannen zijn geweest die hun loopbaan hebben afgestemd op de wensen van hun vrouw, bijvoorbeeld omdat zij niet in staat was te verhuizen. Het huidige ideaalbeeld - man en vrouw als zelfstandig opererende individuen - heeft zich bij lange na nog niet in houvast gevende conventies omgezet. Voor ieder paar betekent dat een persoonlijk gezoek hoe ideaal en realiteit aan elkaar moeten worden gebreid.Men kan zich de huiselijke discussies, zo niet twistgesprekken, over de voors en tegens dan ook makkelijk voorstellen. Multinationale werkgevers blijken in het buitenland wel te willen bemiddelen bij werk voor de partner, maar garanties zijn natuurlijk niet te geven.

Het probleem doet zich echter niet alleen voor bij het werken in het buitenland. Binnenslands zelfs waarschijnlijk veel vaker, als één van de twee elders een betere baan kan krijgen of door zijn of haar werkgever wordt overgeplaatst. Aan Amerikaanse universiteiten komt het geregeld voor dat dan ook voor de partner een plaats wordt gecreëerd of dat deze voorrang krijgt bij een vacature. Aan Nederlandse universiteiten gebeurt zoiets ook wel eens, maar leuk binnenkomen is dat niet. Je werd niet op eigen merites gekozen, maar omdat men de ander zo graag binnen wilde halen.

Het is bovendien niet alleen een kwestie van als vrouw óók carrière willen maken. Gewoon een baan waarin je je prettig voelt, kan voldoende zijn er tegenop te zien die op te geven, zeker als je ook graag kinderen wilt en je maar moet afwachten of dat bij eventueel nieuw werk ook te combineren valt. Er moet dus worden gewikt en gewogen en een keuze worden gemaakt zonder steun van doen-zoals-het-nu-eenmaal-hoort.

Soms zal men uitkomen op de beslissing dat de leef- en werksituatie maar het beste kan blijven zoals die is. Waarom zul je opbreken als je samen een broos evenwicht hebt gevonden, waarin bijvoorbeeld ook kinderen tot de mogelijkheden horen en er voldoende tijd en ruimte is voor enige zelfverwennerij. Uit een onderzoek van Bureau Inter/View voor het tijdschrift Psychologie is een trend naar voren gekomen die ongeveer is te omschrijven als “jonge mensen willen werken om geld te hebben voor een prettig leven, niet om status te verwerven.” Als je zo'n leven onder bereik hebt, hoef je niet meer zo nodig. Integendeel, wat heb je aan meer geld als je door al dat werk geen tijd hebt om het uit te geven. (Hoogleraar Jules Theeuwes in deze krant van 8 augustus: “We hebben geld genoeg voor een romantische reis [...], maar geen tijd om te gaan.”) En dan moet zo'n paar maar kunnen verdragen dat het door een hoofd werving en selectie van bijvoorbeeld KPN wordt omschreven als hebbende gebrek aan “drive en ondernemingszin”.

Als de nieuwe baan of overplaatsing van de man wel de doorslag geeft en de vrouw op zoek gaat naar een baan in die toekomstige woonomgeving, stelt de sollicitatie haar voor een nieuw probleem. Moet ze dit motief wel of niet al in de brief noemen? Als zij het niet doet, zal er tijdens een eventueel gesprek zeker naar worden gevraagd. Iemand die in Enschede woont, solliciteert niet zomaar naar een baan in Capelle aan den IJssel. Dan lijkt het weer of je het hebt verzwegen. Maar als het al in de brief staat, kan het door de lezer zowel positief als negatief worden opgevat. Ik heb zelf tenminste tweeërlei reacties meegemaakt. “Reëel type dat niet zeurt als iets tegenzit, maar initiatief neemt om iets anders te zoeken”, tegenover: “Geen intrinsieke motivatie voor deze baan; ze moet alleen maar iets nieuws hebben.”

In hoeverre mag je er als potentiële werkgever trouwens naar vragen tijdens een sollicitatiegesprek? Zelfs als van overplaatsing nog geen sprake is. “Ik begrijp dat uw man werkt bij advocatenkantoor X; daar is overplaatsing naar andere vestigingen in binnen- en buitenland traditie. Zouden we u dan ook kwijtraken?” Mag je zoiets vragen?

Het wachten is dus op het nummer van Viva met het omslagverhaal: 'Hij moet van zijn baas ergens anders gaan werken, maar jouw baan dan?'

Kennelijk raakte ik vorige keer schrijvend over de ideologische trekjes van het huidige vroedvrouwschap een zere plek, want nooit eerder ontving ik zulke snibbige reacties. Ik beperk me echter tot de ingezonden brief (15 augustus) van verloskundige Beatrijs Smulders en dan bovendien alleen tot haar passage “Vrouwen met een laag risico bevallen bij een verloskundige of huisarts en vrouwen met een verhoogd risico bij de gynaecoloog. Zo bevallen vrouwen altijd daar waar het het veiligst is: thuis of in het ziekenhuis.”

Een probleemloos verlopende zwangerschap biedt echter helemaal geen garantie voor een ongecompliceerde bevalling. Dat weet mevrouw Smulders beter dan ik en dáár schreef ik over. En over het feit dat vroedvrouwen soms te lang wachten een bevalling uit handen te geven als onverwacht problemen optreden. Haar tweede zin lijkt mij te suggereren dat het ziekenhuis in Nederland een onveilige plek kan zijn om te bevallen. Ziekenhuisinfecties komen inderdaad voor, maar bij een kortdurend verblijf, zoals bij poliklinische bevallingen, is de kans daarop uiterst gering.