Verlengd bestuur

“EEN VOORBEELD hoe je verantwoordelijkheden zoek kunt maken.” Zo typeerde burgemeester Peper van Rotterdam eens op een hoorzitting het nieuwe politiebestel met regionale korpsen. Inmiddels is hij zelf als beheerder van het korps Rotterdam-Rijnmond aan het hoofd komen te staan van een enorme puinhoop na het ontslag van zijn nieuwe korpschef, de voormalige landmachtgeneraal Brinkman. De verhoudingen binnen en buiten het korps zijn beschadigd. Wie is verantwoordelijk?

Op deze vraag geeft het nieuwe politiebestel inderdaad geen antwoord. De korpsbeheerder noch de korpschef kan rechtstreeks op het matje worden geroepen door een gekozen lichaam. Een democratisch gat, zo werd het eerlijk genoemd bij de totstandkoming van de nieuwe Politiewet van 1993. Het is een schrale troost dat dit geen uitzondering is. Als Johan Rudolph Thorbecke nog eens een kijkje zou kunnen nemen in bestuurlijk Nederland, zou hij niet weten wat hij zag. Zijn heldere indeling in drie direct gekozen bestuurslagen (rijk, provincie, gemeente) is grondig verwaterd.

GEMEENTEN maken in wisselende samenstelling talloze afspraken over gezamenlijke projecten, variërend van een zwembad tot vuilophaling en brandweer. Elk van deze “gemeenschappelijke regelingen” heeft een eigen bestuur, gevormd uit lokale bestuurders. Deze zijn slechts door hun eigen collega's en dus indirect door de kiezer aan te spreken. Verlengd bestuur heet dat.

Bestuurdersbestuur is een betere term. Zo maar een voorbeeldje: het minderhedenbeleid ritselt van de convenanten tussen bestuurders onderling. “Andere bestuurlijke constructies”, noemde minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) dat eerder dit jaar in de Tweede Kamer. Hij ziet daar wel wat in. Maar het nettoresultaat is dat de bevolking juist op punten waar constructief werk valt te verrichten uit het minderhedenbeleid wordt verdreven.

Het rijk doet lustig mee door steeds meer taken - variërend van arbeidsbemiddeling tot jeugdhulp en in 1993 dus de politie - onder te brengen bij speciale regionale besturen. Zo wordt de Trias van Thorbecke niet alleen geografisch verzwakt maar ook functioneel uitgehold. De officiële verklaring luidt natuurlijk anders. De Nederlandse samenleving is niet meer zo eenvoudig als in de eeuw van Thorbecke. Steeds meer maatschappelijke problemen gaan de gemeentegrens te boven. Vandaar de noodzaak van een bovengemeentelijke of regionale aanpak.

VOOR DE aansluiting met de democratische verantwoordingsplicht zijn in de loop van de tijd diverse formules verzonnen: gewesten, provinciedeling, stadsgewest. Ze hebben allemaal gemeen dat ze het niet hebben gehaald. Het vorige kabinet concludeerde dat een van boven af opgelegde blauwdruk geen zin had en volstond met een kaderwet voor een procesmatige groei van de bestuurlijke hervorming. Deze minimumnorm is onder het kabinet-Kok geheel uitgekleed, mede door het ijveren van de VVD. Deze ziet weinig in nieuwe constructies als de stadsprovincie.

Wat moet er dan gebeuren om de politie weer aansluiting te laten krijgen met het democratische bestuur? VVD-minister Dijkstal heeft nooit een geheim gemaakt van zijn voorkeur voor een provinciale politie. Het D66-Kamerlid De Graaf gaf onlangs een mooie reactie op deze wens: “Politiewerk is voor 80 procent lokaal en voor 20 procent nationaal, maar voor nul procent provinciaal.” Provincies hebben van oudsher ook meer ervaring met een scharnierfunctie tussen rijk en gemeenten dan met eigen hands on-bestuur.

Naar aanleiding van de affaire-Brinkman wil Dijkstal de rol van de gemeenteraden ten opzichte van de regionale bestuurscolleges “verduidelijken”. Terug naar een gemeentelijke politie is ondenkbaar. De trend is, ook buiten de landsgrenzen, die van nationaal beheer. Dat betekent de Tweede Kamer als toezichthouder: beter dan “de obscure Provinciale Statencolleges”, vindt een van de ontwerpers van de nieuwe Politiewet, prof. Fasseur. Maar hij erkent dat een nationaal bestel het niet kan stellen zonder “sterke regionale delegatie en deconcentratie”.

DAT IS het probleem van het verlengde bestuur in omgekeerde richting. Zo blijft het politiebestel voorlopig gedoemd tot een “klagelijk compromis”, zoals een oude typering luidt. Zeker nu de algemene bestuurlijke hervorming in het slop is geraakt. Met het uitkleden van de Kaderwet heeft de regeringscoalitie tegelijk het uitzicht op aansluiting van de politie geblokkeerd. De rekening wordt waarschijnlijk al bij de volgende kabinetsformatie gepresenteerd.