Suture

Suture, zondagavond 24 augustus, BRTN2, 21.30u.-23.05u.

Veel verder dan een uitgebreide tournee langs diverse filmfestivals heeft het opmerkelijke debuut Suture (1993) van Scott McGehee en David Siegel, onafhankelijk geproduceerd door Gouden Palmwinnaar Steven Soderbergh, het niet gebracht. Aan de schitterende vormgeving, in zwart-wit en wide screen, heeft het niet gelegen en ook de voor niet-Engelstaligen moeilijk te plaatsen titel (uit te spreken als 'sutjur', het betekent: 'wondhechting') kan geen belemmering gevormd hebben.

De reden dat Suture zo moeilijk te verteren is zit hem in de flagrante schending door de regisseurs-auteurs van een grondregel, namelijk dat een film moet streven naar 'suspension of disbelief'. Bij een tweede visie van de film valt het mee, maar ik kwam de eerste keer zo in opstand tegen het logische contrast tussen wat je ziet en wat er gezegd wordt, dat ik de kwaliteiten van de film niet meer kon herkennen.

Het is ook duidelijk dat McGehee en Siegel het erom doen en zo de kijker bewust willen maken van de betrekkelijkheid van interne logica in een filmverhaal. De thriller heeft als onderwerp dat twee broers, die nadrukkelijk constateren hoe veel ze op elkaar lijken, van identiteit wisselen, om redenen die er verder weinig toe doen. Geen van de andere personages lijkt dit gegeven in twijfel te trekken. Maar de kijker ziet dat de ene acteur blank is en de andere zwart, en dat er naast het verschil in huidskleur geen enkele andere overeenkomst is. Zo leidt Suture tot totale verwarring en op z'n best bewondering voor de consequente poging de kijker een rad voor ogen te draaien. Hoe ver gaat de afspraak tussen filmmaker en kijker dat het filmverhaal aan een soort van realiteit moet beantwoorden? En waarom zouden we andere filmers, die hun leugens beter verbergen, eigenlijk wel moeten geloven?

    • Hans Beerekamp