Steun uitlevering Bouterse; Van Mierlo: Brazilië werkt straks wel mee

DEN HAAG, 23 AUG. Minister van Mierlo (Buitenlandse Zaken) verwacht dat Brazilië in de toekomst zal meewerken aan de arrestatie en uitlevering van de voormalige Surinaamse legerleider Bouterse. Hij zei dit gisteravond op een persconferentie in Den Haag na afloop van langdurig kabinetsberaad.

Volgens Van Mierlo is er in Brazilië een ontwikkeling in de richting van 'effectieve medewerking' aan een Nederlands verzoek tot arrestatie en uitlevering van Bouterse. Hij baseert zich daarbij op een onderhoud met zijn Braziliaanse collega eerder deze week in Rio de Janeiro. Overigens verwacht Van Mierlo dat Bouterse zich in de huidige omstandigheden niet snel meer in Brazilië zal laten zien.

De ministerraad gaf gisteren steun aan de handelwijze van de ministers Van Mierlo en Sorgdrager (Justitie). Na overleg met Van Mierlo zag Sorgdrager er op 18 juli vanaf de Braziliaanse autoriteiten te vragen Bouterse te arresteren en uit te leveren. Volgens Van Mierlo waren er 'gerede' aanwijzingen dat Brazilië op dat moment niet zou meewerken aan de arrestatie van de vroegere legerleider, die wordt verdacht van betrokkenheid bij drugshandel.

Van Mierlo en Sorgdrager hebben de Tweede Kamer vannacht in een brief geïnformeerd over hun handelwijze. De brief volgt in grote lijnen de verklaring die Van Mierlo gisteren na terugkeer uit Rio de Janeiro op Schiphol aflegde. Regeringspartij VVD houdt kritiek op de bemoeienis van Van Mierlo. “De VVD blijft het een merkwaardige gang van zaken vinden”, zei buitenland-woordvoerder Weisglas. Oppositiepartij CDA oordeelde gisteren na Van Mierlo's verklaring al dat hij onzuiver heeft gehandeld. “Hij kan nu honderd keer zeggen dat hij niet heeft ingegrepen in een justitieel proces, maar dat heeft hij feitelijk wel gedaan”, aldus woordvoerder M. Verhagen.

Minister-president Kok bestreed gisteravond dat “de invalshoek van Buitenlandse Zaken haaks op de rechtsgang zou staan”. Volgens hem maakte de afweging van Van Mierlo, of de Braziliaanse autoriteiten daadwerkelijk mee zouden werken, deel uit van de 'operationalisering' van een eventueel besluit. Sorgdrager zette uiteen dat de betrokkenheid van de minister van Buitenlandse Zaken te maken heeft met de omstandigheid dat met Brazilië geen uitleveringsverdrag bestaat, waardoor een verzoek tot arrestatie en uitlevering procedureel via diplomatieke kanalen moet lopen.

Van Mierlo erkende overigens dat hij in april, bij het besluit om een signaleringsverzoek aan een aantal landen te doen uitgaan, maar beperkt overleg had gevoerd met Sorgdrager. Hij beriep zich op zijn drukke bezigheden in verband met het Nederlandse voorzitterschap van de Europese unie. “We waren daar toen 24 uur per dag mee bezig”, zo zei hij.

Volgens Kok beschouwt het kabinet het gesprek van Van Mierlo met de Surinaamse president Wijdenbosch eerder deze week in Rio de Janeiro als 'een succes'. De VVD-fractie in de Tweede Kamer noemde de reis 'ongewenst' en 'onverstandig'. Van Mierlo zei dat hij bij Wijdenbosch meer begrip had kunnen kweken voor het Nederlandse standpunt dat de vervolging van Bouterse een justitiële zaak is. De Surinaamse regering reageerde zeer verbolgen toen het uitleveringsverzoek publiek bekend werd. Van Mierlo had de indruk dat Wijdenbosch aanvankelijk niet door zijn minister van Justitie was ingelicht, al was deze al in april door Sorgdrager geïnformeerd over het Nederlandse voornemen Bouterse te vervolgen.