Stakers Scania: Winst naar Zweden, ten koste van ons

De 300 werknemers van de Scaniafabriek in Meppel legden gistermorgen spontaan het werk neer. Mogelijk sluit de Drentse vestiging de deuren.

MEPPEL, 23 AUG. Het is opvallend rustig op het terrein van de Scania vrachwagenfabriek aan de Industrieweg in Meppel. Uit niets blijkt dat er vrijdagmiddag rond enen al vier uur een spontane werkonderbreking gaande is. Geen spandoeken bij de poort of luidruchtige werknemers. Voor het eerst in zijn 35-jarig bestaan brak bij de Scaniafabriek een 'wilde staking' uit, maar die wordt netjes gevoerd. “Wij gedragen ons als een echte club. Aan boegeroep doen we niet”, zegt één van de 'wilde stakers' J. Boverhof.

De onderhuidse woede bij de werknemers is er echter niet minder om. Uit de pers moesten zij vernemen dat onderzocht gaat worden hoe de productie van cabines verbeterd kan worden. In Meppel worden cabines afgemonteerd, maar het onderzoek moet uitwijzen hoe dit efficiënter kan. Mogelijk wordt de afmontage op één locatie in Zweden geconcentreerd. Dat feit had de directie donderdag tijdens een overleg verzwegen. Daar werd wel bekend gemaakt dat de assemblage van assen en motoren in fases tot 2000 van de fabriek in Zwolle naar Zweden verhuist.

“Zeer ongelukkig”, geeft directiewoordvoerder H. Pronk van Scania Nederland toe. “Een interne fout. We hebben de emotionele betrokkenheid van de mensen in Meppel onderschat.” In het magazijn, waar de grote groene houten kisten met onderdelen in vijf lagen staan opgestapeld, zit een groepje werknemers te kaarten. Voor hen op tafel ligt een stapeltje koperen koffiemunten en pakjes sigaretten. Heftruckchauffeur Boverhof zegt verbijsterd te zijn dat de Meppeler fabriek opnieuw onderwerp van discussie is. “De werkonderbreking is een spontane reactie van onvrede”, zegt hij. “Een paar jaar geleden kon Scania in deze vestiging jaarlijks vijf miljoen gulden besparen omdat alle 300 werknemers bereid waren vrije dagen en extra premies in te leveren. Alleen om aan het werk te kunnen blijven. We hebben al genoeg ingeleverd.” Begin dit jaar kregen de personeelsleden juist de geruststellende mededeling dat de Meppeler vestiging voor onbepaalde tijd open zou blijven. Boverhof: “Wat waren we opgelucht. En nu dit.” De “zeurende onzekerheid” is het ergste. “Blijven we wel, blijven we niet.”

“Elke keer weer dat gezeik,” zegt een collega: “We zetten ons altijd voor de volle 100 procent in, maar je vraagt je soms af of het nog wel zin heeft.” Na van uitzendbureau naar uitzendbureau gestapt te zijn, werkt hij nu drie jaar bij Scania. Hij was blij met zijn vaste baan, die hij drie jaar geleden kreeg. “Vast werk is wat waard. Ik heb een huisje gekocht, je denkt dat je zekerheid hebt”.

Het is niet de eerste keer dat de Scaniamedewerkers in Meppel zich onzeker over hun baan voelen. Drie jaar geleden ontstond er onrust toen onduidelijk was of de fabriek in Meppel zou blijven of mogelijk naar Zwolle zou verhuizen. Een aantal medewerkers, onder wie Boverhof, koos ervoor met een ontslagpremie op te stappen. Om vervolgens na een maand weer in dienst te treden. “Een jojobeleid, dat alsmaar door lijkt te gaan.”

Een andere werknemer, die niet met zijn naam in de krant durft, snapt niets van de koers van het Zweedse moederbedrijf. “Ik werk hier nu zeventien jaar en al die jaren hoor ik alleen maar dat het goed gaat en er winst wordt gemaakt. Maar het geld gaat naar Zweden en dat gaat ten koste van ons.”

H. van Beek, hoofd algemene zaken van de fabriek en hoogste baas in Meppel, vindt het niet vreemd dat er onrust is ontstaan onder het personeel. “Vijf jaar geleden zou de fabriek worden uitgebreid. Later was sprake dat hij in '97 zou sluiten en later zou de las- en lakstraat naar Zwolle gaan. De mensen hier hebben geld ingeleverd en zijn de onduidelijkheid spuugzat.” Van Beek wijst er overigens op dat geen van de vaste personeelsleden op straat zal komen te staan. “Scania geeft alle vaste werknemers altijd een werkgarantie.” Volgens directiewoordvoerder H. Pronk van Scania Nederland is er sprake van overproductie in de vrachtwagenbranche, waardoor de prijzen sterk onder druk zijn komen te staan. De aandeelhouders -vorig jaar ging Scania naar de beurs- eisen hogere efficiëncy. Pronk: “Zij zijn ondanks de winst van 250 miljoen die we het eerste half jaar boekten, niet tevreden.”