'Paarden praten gelukkig niet zoveel als tennissers'

Voor toernooidirecteur Wim Buitendijk zijn de Open Amerikaanse tenniskampioenschappen een grote supermarkt. Met ongeveer 1 miljoen dollar van de hoofdsponsor op zak tracht Buitendijk in New York topspelers te paaien met lucratieve startgelden voor zijn evenement in sportpaleis Ahoy'.

ROTTERDAM, 23 AUG. Het Kralingse Bos is een wat ongewone locatie voor de man, die al sinds 1984 is verbonden aan het tennistoernooi in sportpaleis Ahoy'. Voor het tweede jaar is Wim Buitendijk echter tevens als directeur actief bij het CHIO zonder dat hij zich druk hoeft te maken om het deelnemersveld. “Paarden hebben een groot voordeel ten opzichte van tennissers”, zegt de 52-jarige Rotterdammer. “Paarden zeggen niks terug. Daar hoef ik geen ellenlange discussies mee te voeren.”

Elk jaar spelen zich in New York immers dezelfde rituelen af als Buitendijk met grote marketing-bureaus als IMG en Advantage in de slag moet om toptennissers te werven voor het indoor-toernooi in Rotterdam. Dit jaar geeft hoofdsponsor ABN/AMRO zijn directeur een cheque mee van ongeveer 1 miljoen dollar om aan zijn contractuele verplichtingen, het kopen van drie spelers uit de toptien, te voldoen.

En hoe gaat dat dan? Buitendijk: “Ik overleg altijd tijdens de US Open met de manager van Richard Krajicek, Peter Lawler van Advantage, over zijn komst naar Rotterdam. Het moge duidelijk zijn dat de winnaar van vorig jaar niet mag ontbreken in Ahoy'. Richard is tevens de nummer één van Nederland, maar ons toernooi staat en valt niet met een optreden van Krajicek. We hebben in het verleden diverse problemen gehad over de financiën. Ik vond dat de prijs van Richard niet in verhouding stond tot zijn prestaties.”

Ook dit keer is het een kwestie van loven en bieden. “Ik heb Krajicek dit jaar betaald als de regerend Wimbledon-kampioen, die tevens in de toptien stond”, vertelt Buitendijk. Vrij vertaald: een startpremie van ruim 100.000 dollar en een aantrekkelijke bonus voor zijn tweede titel in Rotterdam. “Als ik komende week met Lawler om de tafel zit, zal hij me daar zeker aan herinneren”, zegt Buitendijk.

“Maar dan zal ik hem fijntjes laten weten dat Richard geen Wimbledon-kampioen meer is en dat hij tevens uit de toptien is gevallen. Sinds zijn overwinning in Londen vorig jaar heeft Krajicek slechts mondjesmaat gepresteerd. Zijn marktwaarde is gekelderd. Dat wordt dus een pittig gesprekje met Lawler, een druk faxverkeer en dan komen we er wel uit. Want laat duidelijk zijn dat ik meer over heb voor Krajicek dan voor een Spaanse gravelspecialist als Corretja, die toevallig wel in de toptien staat. Die is mij beslist geen 100.000 dollar waard.”

Het hoogste bedrag, 250.000 dollar, heeft Buitendijk gereserveerd voor de nummer één van de wereld, Pete Sampras. “Als hij in maart volgend jaar ten minste naar Europa wil komen.” Twee jaar geleden streek de drievoudig Wimbledon-kampioen tot ieders verrassing neer in Rotterdam om zich vervolgens geblesseerd af te melden voor zijn kwartfinale tegen Tim Henman. “What the hell do you do in Rotterdam?”, was slechts een van de vragen op een pikante persconferentie, die Sampras zich nog lang zal heugen.

Maar kritiek op de exorbitante gages zal Buitendijk een zorg zijn. “Als ik Pete kan strikken, is iedereen gelukkig”, stelt hij. “Ik heb een andere filosofie dan mijn collega Piet van Eijsden, die weigert zijn topspelers hoge startgelden te betalen. Je moet niet roomser willen zijn dan de paus. Bij mij was Marcelo Rios welkom geweest, hoe hij zich ook gedraagt. Zo'n gastje moet je met bonussen voor het bereiken van de volgende ronde in toom zien te houden.”

Van Eijsden had al een overeenkomst met de Braziliaan Gustavo Kuerten voor diens opzienbarende triomf op Roland Garros. De oud-Daviscupspeler schrok echter terug voor het opgeschroefde honorarium van de kersverse grandslamkampioen. Buitendijk, hoofdschuddend: “Zoiets kun je je niet permitteren. Van Eijsden had gezegd dat het publiek toch wel naar zijn toernooi komt, ongeacht wie er speelt. Ik vind dat minachtend ten opzichte van je achterban. Zo prijst Piet zich uit de markt.”

“De heren van zijn hoofdsponsor Grolsch waren bovendien maar wat jaloers. 'Hoe komt u toch steeds aan al die grote namen?', vroegen ze mij. Dat is toch in tegenspraak met wat Van Eijsden beweert. Je moet als toernooidirecteur ook risico's durven nemen. Kostte Kuerten 100.000 dollar? Vijfduizend toeschouwers in een week meer en je hebt die investering al bijna terugverdiend. Bovendien heb je met Kuerten op gravel een visitekaartje, waar je je toernooi aan kunt ophangen.”

Volgens Buitendijk is Sampras zijn gage dus dubbel en dwars waard. “Want ik hoef de namen van Rusedski en Henman natuurlijk niet prominent op het affiche te zetten. Het is leuk die Engelsen er bij te hebben, meer niet. Daarom zal ik ook Boris Becker opnieuw benaderen, hoewel hij me al twee keer een kunstje heeft geflikt. Als Becker slechts twee indoortoernooien speelt in februari en maart ben ik geïnteresseerd, anders niet. Als Boris zich in die periode voor elk indoorevenement inschrijft, is hij al uitgeput voor ons toernooi moet beginnen. Maar Becker stáát, daar kan ik mee aankomen bij de sponsor.”

“Met de Nederlanders is het momenteel behelpen. Wie breekt door na de generatie-Krajicek? Ik zou het niet weten. Ik heb veel bewondering voor Paul Haarhuis, maar het kan met hem alleen maar minder worden. Sjeng Schalken heette een belofte te zijn. Maar hij is me lelijk tegengevallen. Schalken maakt al een jaar geen progressie meer. Ik vraag me af met wie ik moet adverteren. Ivanisevic? Pats, boem, punt of helemaal niks, zal nooit veranderen.”

Het voornaamste probleem voor Buitendijk is dat hij steeds weer bij dezelfde spelers uitkomt. De specialisten op tapijt vormen een elitegezelschap en ook de regisseur van het toernooi in Rotterdam deelt de felle kritiek van oud-prof John McEnroe over de vervlakking van het circuit. “Spelers met charisma zijn dun gezaaid”, beseft Buitendijk. “En het wordt alleen maar erger. Tegenwoordig wordt een talentvol kind al vastgelegd door de grote marketingbureaus als het tien jaar oud is. Alle spontaniteit wordt er uitgeknepen.”

Volgens Buitendijk moet de Association Tennis Professionals (ATP) het circuit drastisch saneren om de sport ook in de volgende eeuw gezond te houden. “In Amerika staat tennis op de twintigste plaats en ik vrees dat het Duitse bedrijfsleven zich snel van de tennissport zal afkeren als na Stich ook Becker en Graf definitief stoppen. Reken maar dat de VIP-loges voor 20.000 gulden in Stuttgart leeg blijven als Becker niet meer komt.”

“Natuurlijk kent de ATP-Tour veel te veel toernooien. Bij de oprichting van de ATP in 1990 is een kardinale fout gemaakt. Licenties werden voor onbepaalde tijd verkocht, waardoor noodlijdende toernooien als Milaan en Antwerpen maar op de kalender blijven staan. Het is toch triest dat niet meer dan tweehonderd toeschouwers in Milaan kwamen kijken naar een partij tussen Krajicek en Bruguera? Die partij werd bovendien rechtstreeks uitgezonden door Eurosport. Zo'n treurige ambiance is pure antireclame voor de sport. Het contract tussen de ATP en dat commerciële tv-station werkt averechts.”

Het toernooi in Rotterdam geldt sinds jaar en dag als het best bezochte indoortoernooi ter wereld. Maar de rek is eruit als de ATP Buitendijk niet snel tegemoet komt. “Ik wil dolgraag een Super-9 toernooi organiseren met een prijzengeld van 2,2 miljoen dollar en een groter deelnemersveld, maar ook die weken liggen onwrikbaar vast', verzucht Buitendijk. “De ATP heeft handjeklap gespeeld waardoor de toernooien in Antwerpen en Stockholm van plaats konden verwisselen, terwijl beide evenementen geen bestaansrecht meer hebben. De ATP is als de dood voor schadeclaims, maar die club pleegt zelfmoord als de structuur van het tennis niet snel wordt gewijzigd.”