Optieverpakking

Na de forse daling van vrijdag 15 augustus op de effectenbeurs schreef een lezer uit Zutphen een sombere brief. Hij vraagt zich af wat er gebeurt als de koersen op één dag 30 procent dalen. Dan gaan er toch mensen failliet die put-opties op de aandelen-index hebben geschreven? En de beurs zelf ook? En de banken?

De beurswereld heeft op het punt van risico's vele zekerheden ingebouwd. Dat begint al bij de handel: als de index op één dag meer dan 5 procent daalt, zoals op die vrijdag, stopt de handel in aandelen en opties en kunnen de koersen in Amsterdam niet verder dalen. Er zijn meer zekerheden. De Optiebeurs doet de financiële afwikkeling van de handel niet zelf, maar wentelt dat af op de clearing organisatie. Die verdeelt de risico's dagelijks over de aangesloten banken, de clearing members. En die eisen van hun klanten voldoende dekking voor de ongedekt geschreven index- en andere opties. Die dekking kan bij felle koersbewegingen inderdaad weleens zover oplopen dat iemand failleert.

Het ongedekt schrijven van opties is daarom ongeschikt voor onervaren particulieren. Het zou verboden moeten worden, want er gebeuren financiële ongelukken mee, blijkt uit uitspraken van de Klachtencommissie. Wie meer wil weten over deze facetten van de handel kan bij de Amsterdam Exchanges (beurzen) (020 - 550 4 543) of zijn bank twee gratis brochures aanvragen: het Officieel Bericht Opties en Opties: kansen benutten, risico's begrenzen.

Andere briefschrijvers willen zich graag verdiepen in opties en vragen hoe dat moet. De eerste stap is brochures te halen bij een bank en deze gedegen te bestuderen. Vervolgens is het raadzaam om eerst een paar maanden droog te trainen met de koersen uit de krant en pas daarna in het water te springen. Wie iets niets begrijpt, kan raad vragen bij zijn bank. Dat is geen schande, want enkele kopstukken uit de financiële wereld (namen noemen we niet) kunnen ook geen touw vastknopen aan opties, behalve hun personeelsopties dan, en komen daar eerlijk voor uit. Voor vlijtige studenten hier een uit het leven gegrepen voorbeeld.

Op zaterdag 26 juli stond in deze rubriek een optie-constructie voor mensen met aandelen ING. Slechts één van de vele combinaties die je voor de hoofdfondsen met langlopende opties kan bedenken. Koers ING: 103,10. Hoogste en laagste koers in de afgelopen 12 maanden: 106,60 (9 juli 1997) en 46,20 (24 juli 1996). Prijs put oktober 2001 uitoefenprijs 105 gulden: 1.850 gulden per 100 aandelen ING. Prijs call oktober 2001 uitoefenprijs 135 gulden: 1580 gulden of 15,80 per aandeel.

De eigenaar van aandelen ING kan per 100 stuks 1 put kopen en krijgt zo tot en met vrijdag 19 oktober 2001 (over ruim 4 jaar) het recht ING's te verkopen op 105 gulden, 1,90 boven de voornoemde koers van 103,10. Hij betaalt daarvoor 16,60 (18,50 min 1,90), per jaar circa 400 gulden per 100 aandelen. Een zelf gekochte click dus. Het kan voordeliger.

Hij kan, naast het kopen van een put, per 100 aandelen 1 call 2001 verlenen (schrijven) en daardoor worden verplicht op ieder moment voor de afloopdatum in 2001 zijn aandelen te verkopen op 135 gulden, de uitoefenprijs van de optie.

Omdat de aandeelhouder die verkoopplicht op zich neemt, ontvangt hij de optiepremie van 1.580 gulden voor het risico dat hij loopt. Hij ziet immers af van mogelijke toekomstige koerswinsten boven de 135 gulden, hoewel een optie altijd gesloten kan worden. Terwijl de koper van zo'n optie met weinig geld (vergeleken met de koers van het onderliggende aandeel) denkt te profiteren van hogere koersen. Op een beurs leven nu eenmaal vele verschillende visies, omdat de toekomst onvoorspelbaar is. Streep je de ontvangen call-premie weg tegen de kosten voor de put, dan is de bescherming bijna gratis. Hoewel die verkoopplicht er tegenover staat. Helemaal gratis is het dus niet, zoals alles op de beurs een prijs heeft.

Hoe doorstond deze constructie de koersdaling? Uit het overzicht van zaterdag 16 augustus (pag. 17) blijkt dit. Koers ING 90,80 en de put met uitoefenprijs 105 24,00 gulden. Die put is 5,50 duurder, in het voordeel van de houder, en geeft nog steeds het recht ING's op 105 te verkopen. Een geruststellend idee. De call uitoefenprijs 135 daalt van 15,80 naar 11,60. Ook dat is in het voordeel van de (door aandelen) gedekte schrijver. Hij zou de calls met winst terug kunnen kopen, maar dat is strijdig met deze constructie voor de middellange termijn. Je zet zoiets op om er niet meer dagelijks naar om te hoeven kijken. Zelfs niet wanneer de beurs voorpaginanieuws is.

De aandeelhouder ING die zijn bezit niet had verpakt in opties, en dat alsnog wilde doen na vrijdag de 15de, was aanvankelijk duurder uit: de put is duurder dan eind juli en de call levert minder op. De eerste dagen van deze week veranderde die verhouding in gunstige zin, omdat ING opliep. Ook hieruit blijkt dat een bescherming goedkoper is wanneer je deze opzet in tijden dat de stemming op de beurs omhoog gericht is.