Omzetstijging in detailhandel bijna 4 procent

ROTTERDAM, 23 AUG. De omzet in de Nederlandse detailhandel is in de eerste helft van 1997 met 3,8 procent gestegen ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Dat blijkt uit de jongste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De hoge koopbereidheid in de eerste helft van 1997, die het CBS eerder registreerde, blijkt daarmee ook in daden omgezet. Die kooplust heeft in de eerste zes maanden van 1997 met name geleid tot gunstige verkoopresultaten in de non-foodsector. In totaal heeft deze sector in de eerste helft van 1997 een omzetstijging van 5,5 procent gerealiseerd. Die groei was geheel toe te schrijven aan extra verkoop; de prijzen lagen het afgelopen halfjaar gemiddeld op hetzelfde peil als een jaar eerder.

De omzetstijging van de voedingsmiddelensector lag in de periode januari-juni 1997 met 2,3 procent aanmerkelijk onder het gemiddelde van de totale detailhandel. De toename van de omzet was gelijkelijk toe te schrijven aan prijsstijgingen en volumegroei.

Forse omzetstijgingen werden het voorbije halfjaar met name behaald door juweliers en doe-het-zelfzaken. De juweliers zetten 10,9 procent meer om, de DHZ-branche bleef daar met 9,8 procent weinig bij achter. Ook bovengemiddeld scoorden verkopers van fotografische artikelen (6 procent groei), schoeisel (5,9 procent) en meubelen (5,6 procent).

In de non-foodbranche hadden slagers het meest te klagen. Zij zagen hun omzet met anderhalf procent teruglopen. De problemen met varkenspest, gekke-koeizenziekte en salmonellabesmetting zullen daaraan niet vreemd zijn. De prijzen van vlees en vleeswaren stegen weliswaar met 1,3 procent, maar de afzet daalde met 2,7 procent tegenover de eerste helft van 1996.

De meeste andere branches in de foodsector toonden wel een bescheiden omzetgroei. Supermarkten boekten een stijging met 2,7 procent, slijters 2,1 procent en de aardappelen-, groenten- en fruitbranche 1,5 procent.

De omzetstijging van 3,8 procent in de totale detailhandel was voor 0,4 procent terug te voeren op prijsstijgingen en voor 3,4 procent op afzetgroei. Een daling van de consumentenprijzen was zichtbaar bij detaillisten in kleding, groenten en fruit, fotografische artikelen, wit- en bruingoed (wasmachines, koelkasten, audiovisuele apparatuur), geluiddragers en computers.