OM in hoger beroep tegen vonnis Karman

AMSTERDAM, 23 AUG. Het openbaar ministerie (OM) heeft hoger beroep aangetekend tegen de niet-ontvankelijkheid die de Amsterdamse rechtbank donderdag uitsprak in de zaak tegen Ad Karman, belangrijkste getuige in het proces tegen Johan V., de Hakkelaar.

Karman was een vooraanstaand medewerker binnen de hasjorganisatie van de Hakkelaar. Hij sloot een deal met het OM, waardoor hij in ruil voor belastende verklaringen tegen de Hakkelaar geen celstraf zou hoeven uitzitten. Karman is opgenomen in een getuigenbeschermingsprogramma.

De rechtbank vond dat het openbaar ministerie door het maken van de afspraak het recht op vervolging van Karman heeft verspeeld. Het college acht de afspraken in strijd met de wet. De toezegging om Karman buiten de gevangenismuren te houden noemde de rechtbank ondermijnend voor “de rechtskracht van rechterlijke uitspraken”.

Daarbij hekelde de rechtbank het feit dat Karman, als onderdeel van de afspraak, moest afzien van zijn recht op zwijgen, zoals dat aan iedere verdachte toekomt. Het OM bestrijdt dat Karman hiertoe min of meer zou zijn gedwongen, zoals tussen de regels door in het vonnis valt te lezen. Het is met name dit aspect in de uitspraak dat het OM heeft doen besluiten beroep aan te tekenen, aldus de woordvoerder van het parket in Amsterdam.