Margiono licht in Berlioz

Concert: Ned. Philharmonisch Orkest o.l.v. Gabriel Chmura m.m.v. Charlotte Margiono, sopraan. Gehoord: 11/8 Concertgebouw Amsterdam.

De sopraan Charlotte Margiono schakelt na jaren van vooral Mozart nu over op het 19de-eeuwse repertoire. Ze vertolkte al eerder in haar eigen stad Amsterdam de rol van Desdemona in een concertante uitvoering van Verdi's Otello. Afgelopen juni zong ze hier aria's uit Wagners Lohengrin en Puccini's Tosca. Tijdens het zomerconcert van gisteravond klonk in het Amsterdamse Concertgebouw Les nuits d'été. Deze zesdelige liederencyclus op teksten van Théophile Gautier werd door Berlioz in 1841 gecomponeerd voor zang en piano, en voor het grootste deel in 1854 georkestreerd.

Het was een totaal andere, veel lichtere versie van Les nuits d'été dan ik enkele weken geleden in Salzburg hoorde zingen door de mezzosopraan Susan Graham, begeleid door de Wiener Philharmoniker onder leiding van Seiji Ozawa. Niet alleen is Margiono een echte sopraan, ook de bezetting van het Nederlands Philharmonisch Orkest was door de Israëlische dirigent Gabriel Chmura flink uitgedund, vooral ten koste van de celli en bassen. Terwijl de Wiener, ondanks veel pianissimi, op topsterkte voor een nadrukkelijke eigen présence naast Graham zorgden, bleef voor het Amsterdamse orkest nu slechts de bescheiden rol van begeleider van Margiono.

Meer dan Graham in haar vervoerende, en langzaam-zwoele maar net niet topzware vertolking, kwam de prachtig zingende Margiono op wat extraverter wijze tot een gevarieerder resultaat, waarbij het eerste lied Villanelle en het laatste L'île inconnue wat luchtiger klonken. De echte omslag naar een donkerder klank kwam pas aan het eind van het tweede lied Le spectre de la rose: na flonkerende diamant opeens een dieprode robijn.

De stralende, wendbare en smetteloze hoogte, die Margiono keer op keer demonstreerde, doet verlangen haar te horen in ander Berlioz-repetoire: de rol van Marguérite in La damnation de Faust.

Vooraf bleek Debussy's Prélude á l'après-midi d'un faune een passende inleiding op Les nuits d'été, door Chmura gedirigeerd met meer substantie dan gezwijmel. Na de pauze werd Dvoráks Zevende symfonie goed gespeeld, al was het mij toch veelal een fractie te snel en soms iets te robuust.