Koolstofvezel

Boeren, knechten, dames en vrouwen hebben er ook last van: als de motoren in Francorchamps brullen gaan ze anders lopen. Pitpoezeriger. De Formule 1 is genetische manipulatie voor een dag. De burger die een jaar lang dolgelukkig was met zijn Lada Turbo schaart zich in het circus van de Grand Prix onder de vlag van de Ferraristi. Hij wil 's avonds, in zijn stamcafé, ook niet de gebruikelijke Duvel drinken, hij wil champagne. En al heeft zijn vrouw benen als kachelbuizen, deze zondag moet ze op naaldhakken.

De Formule 1 is crack.

Aan de coureurs ligt het niet. Zet Henk Vos naast Michael Schumacher in de tram en een kind zal zien wie van de twee zo gek is als een oude deur. Damon Hill: saaier kunnen opa's niet zijn. Jos Verstappen is duizend keer beschaafder dan commissaris Wiarda: hij heeft nog nooit aan een honkbalknuppel gedacht. Formule 1-coureurs vallen op door hun eenvormigheid met de filerijder in de ochtendspits. Misschien komt dat door het Marlboro- of Goodyearpetje dat ze meestal dragen. Maar ook buiten de wedstrijd laten ze zich niet betrappen op een goudwinkel rond de hals of aan de pols. Het zijn ook redelijk zwijgzame heren.

En toch wanen de honderdveertigduizend toeschouwers zich morgen in de enclave van Francorchamps Monegasken, zij het voor de helft van Duitse afkomst. Gezeten op hun kratten Bitburger zullen ze Caroline en Stephanie geregeld voorbij zien komen, een belangstellende blik werpend op hun bierbuik. Als Schumi dan de Grand Prix wint moet meneer Agnelli zich vooral ver van het podium houden. De Formule 1-fanaat is zelf het podium.

Snelheid, aërodynamica, doodsangst, het zijn charmes die in autoraces tot leven worden gewekt. Blijft de vraag door wie? Door de man of de machine? Door de computer of de mens? Een bal is een bal en een fiets is een fiets. Maar over het chassis van een Formule 1-wagen las ik het volgende: 'Het chassis is vervaardigd uit honingraatachtige aluminiumplaat, gewikkeld in een lage koolstofvezel. Het geheel wordt gepolymeriseerd (een chemisch proces waarbij het moleculegewicht wordt verhoogd) in een vacuümdrukvat. De materie die uit dat proces voortkomt is vijfmaal zo licht en tweemaal zo sterk als staal.' Als je dat leest verlang je toch naar een polsstok, een paar ouderwetse witte voetbalveters of naar voetriempjes. Honingraatachtige aluminiumplaat doet mij denken aan een een scanner in de kankerafdeling van een ziekenhuis, niet aan sport.

Senna, Prost, Mansell, Schumacher, natuurlijk zijn het mannen met lef en talent. Een bolide van 700 pk besturen is, zoals Nigel Mansell het ooit zei, het beheersen van een raket. Dat is weinig stervelingen gegeven. De schoonheid van het felle ritme waarmee de hoofdjes van de coureurs hobbelen in de viriele bochten van een circuit, is in de liefdesdaad niet te benaderen. Een pitstop zorgt voor spanning, spektakel en ook wat lacherigheid. Dan zie je marsmannetjes in een scrum rond een racewagen hangen, met een koorts op leven en dood. En nog iets: ik ken geen treuriger maanlandschapje dan een volledig uitgesleten F1-band. Een weggesleten raceband heeft de schittering van een ruïne en verdient een daverend applaus. Kortom, het ontbreekt de Formule 1 bij vlagen niet aan amusementswaarde. Maar sportief gesproken blijft racen een virtuele werkelijkheid.

De sponsors beseffen dit ook. En dus wordt Michael Schumacher zachtjes gedwongen nu ook al eens een verhaaltje te houden over de rust die hij in zijn gezinnetje vindt, over de band met zijn broer Ralf en over het beruchte microklimaat dat een Grand Prix soms dicht bij de kus der elementen brengt. Het moet niet altijd over de G-druk gaan. Human interest aan 300 kilometer per uur. Of een Ferrari met een menselijk gelaat. Zo ver hadden de commerciële F1-strategen de diepbetreurde Senna nooit gekregen, om van Nigel Mansell maar te zwijgen. Zij wilden wel proefkonijnen zijn van de technologische vooruitgang, tegen een vorstelijk salaris uiteraard, maar emotionele praatjes lieten ze over aan de B-rijders.

De tijdgeest heeft zijn tentakels zelfs in de verchroomde wereld van de Formule 1 uitgeworpen. Vrouwen, kinderen, de oude papegaai, ze moeten steeds vaker met Schumacher en Berger mee op de foto.

Alleen Frank Williams blijft grondeloos zwijgend, lijkbleek en roerloos achter zijn computer zitten. In een rolstoel.

    • Hugo Camps