Deja vu

Soms worden in een elftal nog voetballers waargenomen die uit dezelfde stad of streek afkomstig zijn als de club. Spelers die van nabij of betrekkelijk korte afstand hun club groot zagen worden.

Spelers die in hun jeugd Nigerianen, Argentijnen en Brazilianen slechts kenden van verhalen. Ze groeiden op in de hoop eens zo goed te worden als hun clubidolen. Ze gingen niet gauw naar een andere club, zeker niet naar een andere stad of een ander land. Financieel gewin was ondergeschikt aan liefde en trouw. Een club bestond vrijwel alleen uit autochtonen. Coen Moulijn was een jonge virtuoos uit Rotterdam, nergens anders voelde hij zich thuis dan in het Rotterdamse Noorden. Hij debuteerde als 17-jarige in het eerste elftal van Xerxes, de club van zijn idool Faas Wilkes. Een jaar later wilde hij naar de grootste club van het Noorden, naar Sparta. Maar deze club zag niets in deze aartspingelaar. Feyenoord, de Boeren van Zuid, toonden wel belangstelling, betaalde Xerxes grif 25.000 gulden en bood Moulijn een jaarsalaris van 2.200 gulden. Moulijn bleef een pingelaar en groeide uit tot de publiekslieveling. Vier jaar later wilde Barcelona de linksbuiten. Maar Moulijn bleef in Rotterdam en zou pas op 35-jarige leeftijd afscheid nemen. De supporters waren in tranen en beseften waarschijnlijk dat er nooit meer zo'n virtuoze Rotterdamse voetballer voor Feyenoord zou spelen.

    • Guus van Holland