Bouterse nog gered door toeval

DEN HAAG, 23 AUG. Heeft ook het toeval nog een rol gespeeld in het veelbesproken besluit van de ministers Van Mierlo en Sorgdrager 18 juli in de affaire-Bouterse, het besluit om Brazilië toch maar niet te vragen om de arrestatie en uitlevering van de Surinaamse ex-legerleider, ondanks de twee maanden tevoren uitgegeven internationale signalering?

Het heeft er veel van. De minister van Justitie gaf dat gisteravond laat na het wekelijkse kabinetsberaad eigenlijk ook toe. Zeker, zei zij, als het alleen aan het openbaar ministerie en aan haar gelegen had, was er direct actie jegens Brazilië ondernomen. Er was in Den Haag immers al in april tot internationale signalering besloten en aan dat besluit was midden juni via Interpol bekendheid gegeven aan relevant geachte landen.

Maar Nederland en Brazilië hebben geen uitleveringsverdrag en zo'n actie moest daarom via de Nederlandse ambassade en dus via het ministerie van Buitenlandse Zaken lopen. Reden waarom mevrouw Sorgdrager Van Mierlo 18 juli, naar zij zei “om procedurele redenen”, op zijn vakantieadres belde. Pas in dat telefoongesprek bleek haar dat Van Mierlo grote twijfels had of Brazilië op dat moment wel bereid zou zijn aan zo'n Nederlands verzoek te voldoen. Kortom: hij vreesde een schadelijk averechts effect, inclusief schade aan de relatie met Brazilië en een ongewenst psychologisch succesje voor Bouterse.

Het lijkt heel mal. Er is een internationaal signaleringsverzoek uitgegaan, de man om wie het gaat duikt op in een van de aangeschreven landen en dan zegt Den Haag: nou nee, toch (nog) maar niet. Toch is er een verklaring voor dit wonderlijke verloop der dingen. Een verklaring die zicht geeft op een dilemma dat vast al maanden tussen Nederland en Brazilië bestaat en dat kennelijk met wederzijds goedvinden officieel onbesproken is gebleven. De Nederlandse kant van dat dilemma was dat Brazilië natuurlijk, als groot en belangrijk buurland van Suriname, niet mocht ontbreken op de lijst van aangeschreven landen. Dat had immers internationaal kunnen worden uitgelegd als een teken dat Nederland Brazilië al bij voorbaat zag als een land dat een man ongemoeid laat die elders van drugshandel wordt verdacht.

De Braziliaanse kant van het dilemma was dat het om allerlei redenen niet van plan was om direct, zonodig ook metterdaad, positief te reageren op een Nederlands verzoek, maar dat liever niet aan de grote klok zou hangen. De zaak moest, dat zag ook Van Mierlo klaarblijkelijk zo, in Brazilië eerst nog rijpen. Gistermorgen, na zijn terugkeer uit Rio de Janeiro, zei de minister al dat dat hem eerder “in ronde woorden” was gezegd. Gisteravond zei hij de indruk te hebben dat er “in de boezem van de Braziliaanse regering ontwikkelingen gaande zijn”. Premier Kok voegde daaraan toe dat de bal een maand geleden in Brazilië bepaald niet nog niet “op de strafschoppunt” had gelegen.

In Den Haag was vorige maand dus bekend, maar mocht niet worden gezegd, dat een arrestatie- en uitleveringsverzoek aan Brazilië (nog) geen kans van slagen had en bovendien beter achterwege kon blijven omdat het op een “verkeerd moment” een ook voor Brazilië pijnlijk 'neen' geprovoceerd zou hebben. Anders gezegd: Bouterse was 'te vroeg' in Brazilië en overviel daarmee als het ware beide landen op een ontijdig ogenblik.