Bij veel zonnevlekken weinig gaten in de corona, en omgekeerd

Wanneer kunnen we het volgende maximum in de activiteit van de zon verwachten? Die vraag wordt telkens weer actueel wanneer de zon zich - zoals in het afgelopen jaar - in een rustige periode van zijn activiteitscyclus bevindt.

Die activiteit wordt onder andere afgeleid uit het aantal donkere (koelere) vlekken dat aan het oppervlak van de zon is te zien. In perioden van maximale activiteit zijn er iedere dag vele zonnevlekken te zien, maar in perioden van minimale activiteit kan de zon vele weken achtereen vlekkenloos zijn. De duur van de cyclus bedraagt gemiddeld 11 jaar, maar hierop kunnen afwijkingen tot ongeveer vier jaar voorkomen.

Twee astronomen van de universiteit van Mexico hebben ontdekt dat er een opmerkelijke samenhang bestaat tussen het gemiddelde aantal zonnevlekken en de gemiddelde diameter van de donkere 'gaten' in de corona van de zon. De corona is de zeer ijle, hete en uitgebreide atmosfeer die op röntgenopnamen rond de zon is te zien. De 'gaten' komen voor boven plaatsen waar het magnetische veld zwak is en de veldlijnen van de ene pool van de zon niet terugbuigen naar de andere pool, maar in de ruimte verdwijnen. In zulke gebieden ontsnapt heet zonnegas naar de ruimte en daardoor zijn die gebieden koeler dan de omringende corona en dus donkerder op röntgenopnamen.

In het nieuwste nummer van het vakblad Solar Physics wijzen de twee Mexicanen op een opmerkelijke anticorrelatie tussen het aantal zonnevlekken en het totale oppervlak dat de coronale gaten aan de basis van de corona bestrijken. Is het aantal zonnevlekken maximaal, dan is het totale gaten-oppervlak minimaal, en omgekeerd. Onderzoek aan de kenmerken van de afgelopen twee zonnevlekkencycli, nummer 21 en 22, zou erop wijzen dat deze anticorrelatie voor 99 procent zeker is. Op grond van dit verband wagen de twee onderzoekers zich aan een voorspelling over de komende zonnevlekkencyclus. Het maximum zal plaatsvinden in januari of februari 2001 en ongeveer even hoog zijn als dat van de twee voorafgaande vlekkencycli.

Voorspellingen omtrent de komende activiteit van de zon zijn niet alleen interessant voor zon-onderzoekers, maar ook van belang voor de ruimtevaart. De energierijke deeltjes die de zon tijdens perioden van grote activiteit uitzendt, kunnen storingen veroorzaken in de gevoelige elektronica van satellieten en andere ruimtevaartuigen. En de ultraviolette straling van de actieve zon leidt tot een zekere opwarming en uitzetting van de bovenste delen van de atmosfeer. Die heeft tot gevolg dat satellieten (zoals de Hubble Space Telescope) en andere ruimtevaartuigen (zoals het geplande internationale ruimtestation) wat sneller hoogte verliezen en dus wat extra moeten worden 'opgekrikt'.

    • George Beekman